Feed on
Posts
Comments

door Jerry Mager
(donderdag 2 mei 2013)

War is peace.
Freedom is slavery.
Ignorance is strength.

Doublethink means the power of holding two contradictory beliefs in one’s mind simultaneously,
and accepting both of them.

The best books… are those that tell you what you know already.

Until they became conscious they will never rebel, and until after they have rebelled they cannot become conscious.

 The choice for mankind lies between freedom and happiness and for the great bulk of mankind, happiness is better.

George Orwell, 1984

 

De managersuniversiteit is failliet: Tijd voor verandering! Onder deze titel  vond donderdag 25 april 2013 in de aula van de VU aan de De Boelelaan te Amsterdam het symposium plaats van het ‘Platform Verontruste VU’ers ‘ – van 16:00-18:00.
De medewerkers-wetenschappers-docenten staat het water aan de lippen, zij willen af van het bedrijfsmatige modeldenken onder ‘ leiding’ van managers. Ze staan met hun rug tegen de muur, vluchten kan nergens meer naartoe, want alles is inmiddels gecommodificeerd – tot vermarktbare handelswaar benoemd – en managers maken overal de dienst uit. Alleen de moneymakers (geneeskunst, farmacie en nog wat bèta-departementen) zullen nog enigszins ‘ vrij’ kunnen werken – zo lang ze tenminste geld in het laatje brengen. De rest dient als behang en franje en natuurlijk als excuus voor management-banen, de overhead, die in feite parasiteert, al mag je dat nooit hardop zeggen.

De tegenwoordige universiteit is een grote koekjesfabriek die diploma’s uitspuwt en gecertificeerden aflevert. Wetenschappelijke fraude en corruptie in vele vormen en gradaties, is daar onlosmakelijk mee verbonden, evenals het controleren en disciplineren van de werkers, vooral middels ‘auditing’. Kort door de bocht – u moet de boeken vooral zelf lezen en analyseren – vat ik de geschiedenis die voorafgaat aan waarvoor we op 25 april daar in die VU-aula zaten schetsmatig samen met verwijzing naar drie boeken: 1)The Great Transformation (1944) van Karl Polanyi; 2)The Managerial Revolution: What is Happening in the World (1941) van James Burnham en 3) Animal Farm (1945) van George Orwell.
Momenteel zitten we (althans in West- Europa en de VS) in een fase die volgens mij goed is te begrijpen vanuit het perspectief dat deze boeken aanreiken.  Hieronder in steekwoorden de drie boeken.

Ad 1) Karl Polanyi behandelt de commodificatie van land, arbeid en geld, om deze geschikt te maken ter verhandeling op de markt. Voornaamste aanleiding en oorzaak was de industriële revolutie met zijn massaproductie. Van de drie entiteiten liet en laat arbeid zich het moeilijkste commodificeren. Zeker hoofdarbeid. Commodificatie is wezensvreemd aan lesgeven, onderwijzen en doceren en het behandelen van dergelijke arbeid als marktwaar is een kunstmatig gebeuren dat vele ernstige nadelen, negatieve externalities, met zich brengt. Het meeste nefaste is het ontnemen van hun beroepstrots aan de vaklui en de demoralisatie van die beroepsuitoefenaren. Het is een pernicieus proces van gestage erosie dat al vele decennia de kwaliteit van ons onderwijs over de hele linie en in den brede uitholt en aantast en moeilijk zal zijn terug te draaien. Het is immers alleen baron Münchhausen gegeven zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken.
Commodificatie gebeurt vooral om de managers gereedschappen te verschaffen waarmee zij hun pseudo-controletaken (vooral doorlopende ‘auditing’) kunnen uitoefenen.
Waar de commodificatie van geld toe heeft geleid, bewijzen de mondiale financiële crises, die volgens mij alleen in hevigheid en omvang zullen toenemen. Bij onze onderwijsinstellingen zijn de afdelingen Financiën en Vastgoed inmiddels alles-dominerend en de productie van diploma’s staat min of meer in dienst van die twee. Marketing vervult onder het mom van Communicatie & Voorlichting een minstens zo dominante rol. Kennisverwerving en – overdracht (Bildung al helemaal niet meer!) is niet langer het primaire proces  – terwijl we in Newspeaktermen (zie Orwells 1984) om de oren worden geslagen met ‘De Kenniseconomie’.

Ad 2) James Burnham vertelt over de machtsovername door de managers (de bewindvoerders) die de kapitalisten allengs verdrongen en nu als lege posities bewegen op een soort van virtueel schaakbord van controle en macht. Zij brengen zelf niets tastbaars voort, zij managen alleen maar en worden daar royaal voor betaald, royaler dan degenen die het eigenlijke werk verrichten. Van dienaren zijn ze sluipenderwijs bazen en opzieners geworden, rasechte koekoeksjongen.  Ik denk in dit verband altijd aan het Dickens-personage Uriah Heep.

Ad 3) George Orwell tenslotte illustreert met zijn satire Animal Farm dat het maatschappelijk proces overal op deze planeet op hetzelfde uitdraait. Oorspronkelijk geschreven om het communistische systeem aan de kaak te stellen, is Animal Farm vandaag de dag integraal toepasbaar op onze op democratische leest geschoeide maatschappij: er zullen altijd meesters/uitbuiters en slaven/uitgebuiten zijn. Overal ter wereld en onder welke ideologische denominatie dan ook.  Het oppervarken Napoleon dat de scepter zwaait over de Boerderij der dieren, staat exemplarisch voor de moderne manager, inclusief de parallelle fancy titels en catchy functieomschrijvingen: “pigs liked to invent for him such titles as Father of All Animals, Terror of Mankind, Protector of the Sheep-fold, Ducklings’ Friend, and the like”. Het meest kenmerkende aan Orwells varkens en de parallelle moderne managerskaste echter is het zinloze (papier-)werk dat ze verrichten:

“Somehow it seemed as though the farm had grown richer without making the animals themselves any richer-except, of course, for the pigs and the dogs. Perhaps this was partly because there were so many pigs and so many dogs. It was not that these creatures did not work, after their fashion. There was, as Squealer was never tired of explaining, endless work in the supervision and organisation of the farm. Much of this work was of a kind that the other animals were too ignorant to understand. For example, Squealer told them that the pigs had to expend enormous labours every day upon mysterious things called “files,” “reports,” “minutes,” and “memoranda”. These were large sheets of paper which had to be closely covered with writing, and as soon as they were so covered, they were burnt in the furnace. This was of the highest importance for the welfare of the farm, Squealer said. But still, neither pigs nor dogs produced any food by their own labour; and there were very many of them, and their appetites were always good.” (het staat in Chapter X; mijn cursivering, JM)

Tussen de mensenmanagers en de varkensbazen bestaat geen wezenlijk verschil, beide hebben hetzelfde belang, het arbeidsprobleem: “ Between pigs and human beings there was not, and there need not be, any clash of interests whatever. Their struggles and their difficulties were one. Was not the labour problem the same everywhere?”

Of, op welke wijze en wanneer de wal het schip tenslotte zal keren, vind ik een boeiende en ook een ietwat beangstigende vraag. Op internet kunt u veel googelen over de drie door mij genoemde boeken en auteurs. De boeken zijn te koop. Burnham antiquarisch zelfs in Nederlandse vertaling bij Leopold: Machtsvorming der bewindvoerders.

Een hoopgevend bericht vind ik dat enkele belangrijke Duitse(!) universiteiten besloten schijnen te hebben niet langer aan de algehele verdwazing mee te doen en geen data meer zullen aanleveren ten bate de internationale rankings, waarmee universiteitsbestuurders de blits maken, elkaar de loef afsteken en hun onderlingen onder sim houden.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Signalementen recente literatuur.
(23 mei 2013 bijgewerkt)

Zie voor het Nederlandse hoger onderwijs onder andere:

Marcel ten Hooven  in De Groene Amsterdammer  /   15-05-2013 /  ‘U 5 kost mij twaalfduizend euro’Hoe de markt huishoudt op de Vrije Universiteit // http://www.groene.nl/2013/20/uw-5-kost-mij-twaalfduizend-euro?key=5711f400-9fc4-0130-4762-6eca368621db

Ewald Engelen:   Verelendung  in De Groene Amsterdammer, 2013 april 24 / http://www.groene.nl/2013/17/verelendung

Chris Lorenz  (lezing 11 september 2000): Luchtfietsen voor gevorderden. De universiteit als bedrijf. / http://vawo.ruhosting.nl/postdocs/artikelen/LorenzReveil.html

Carel Peeters: Terug naar het Hieronymusmodel (2013 mei 21) /  https://www.vn.nl/Literaire-kroniek-2/Literaire-kroniek/Terug-naar-het-Hieronymusmodel.htm#

 

“Europa”:

Andreas Schleicher : The economics of knowledge: Why education is key for Europe’s success  / Lisbon Council Policy Brief, Vol. 1, No. 1 (2006) ISSN 2031-0943 / http://www.lisboncouncil.net/publication/publication/46-the-economics-of-knowledge-why-education-is-key-to-europes-success.html

Andreas Schleicher  is head of the Indicators and Analysis Division in the Directorate of Education at the Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) in Paris. He also serves as project director of the OECD Programme for International Student Assessment (PISA). Born in 1964 in Hamburg, Germany.”

Een citaat uit Schleichers tekst:  “  …. Europe’s universities will have to evolve so that their leadership and management capacity matches  that of modern enterprises. Appropriate strategic financial and human-resource management techniques should be introduced to ensure long-term financial sustainability and meet accountability requirements. And the university system itself must be governed by bodies that reflect a much wider range of stakeholder interests than the academic community.”

Schleicher klinkt als iemand die de antwoorden weet zonder dat hij een flauw idee heeft van de bijbehorende vragen.
De eerste en belangrijkste vraag lijkt mij: wat is het doel van een universiteit?
Is dat net als bij een ‘bedrijf’, een ‘onderneming’: WINST MAXIMALISATIE ?  Me dunkt van niet. Is dat misschien concurrentie met het doel andere universiteiten uit ‘de markt’ te drukken? Dat geloof ik ook niet onmiddellijk.
Schleicher gebruikt wat George Lakoff partiële metaforen noemt. Hij pikt voor het onderwijs die dimensies en aspecten uit termen en begrippen van het vigerende bedrijfsjargon welke in zijn kraam te pas komen en voor zijn betoog bruikbaar zijn. Onderwijsmanagers zijn natuurlijk niet onderworpen of vatbaar voor kritiek van de zogenaamde stakeholders-whoever-they-may-be.
Terwijl ‘de markt’ volgens de onderwijs-ondernemers niet of veel minder vraagt om in de soft sciences afgestudeerden, blijven deze onderwijs-entrepreneurs die verliesgevende (verlies naar welke criteria gemeten?!) departementen in stand houden maar ze tegelijkertijd kwalitatief uithollen. De enigen die er wel bij varen zijn de managers die immers nog frequenter en intensiever aan het auditen slaan om de ‘kwaliteit te bewaken.’ De kwaliteit die achteruit kachelt vanwege het beleid dat dezelfde managers voeren. Een schertsvertoning van jewelste, die bovendien handenvol geld kost, de docenten demoraliseert en het beroep in een steeds kwader reuk doet staan.
Indien je onze onderwijsinstellingen werkelijk, oprecht en te goeder trouw volgens marktprincipes wilt runnen, pak dat dan ook serieus en consequent aan: stoot de verliesgevende onderdelen af. Doek de humanoria op en schaf de exotische studies en vakken af! Daar is toch geen markt voor? Nou dan, waar wachten jullie op?

Nu komen de managers aan de ene kant gretig tegemoet aan de vraag van studenten naar deze ‘verliesgevende’ studies (meer studenten vergroot immers de managerial span of control), terwijl de (arbeids-)Markt ze volgens dezelfde managers niet wil! Selectie aan de poort wordt systematisch gefrustreerd met oneigenlijke en schijnheilige argumenten: zoveel mogelijk personen moeten immers gecertificeerd worden, dondert niet wat ze kunnen en weten. Wat voor business model van de koude grond is dit nou? Dit is platte en nauw verholen cultureel-wetenschappelijke suïcide op grote schaal en van overheidswege gelegitimeerd en gefaciliteerd.
Kijk eens naar de Amerikaanse top-universiteiten! Hoeveel procent van de kandidaten wordt daar toegelaten? Hoeveel beurzen worden er verstrekt aan de werkelijk-capabelen?
In Nederland worden we met het woord CONCURRENTIE om de oren geslagen, terwijl er in de onderwijs helemaal geen echte concurrentie mag plaatsvinden. De partiële marktmetafoor in zijn volle hypocriete glorie.

incommensurabiliteit (Thomas Kuhn)
Het gebruiken van partiële metaforen komt in feite neer op het vergelijken zaken die wezenlijk onvergelijkbaar zijn, omdat ze tot andere domeinen behoren, incommensurabel zijn.
Je kunt een onderwijsinstelling wel vergelijken met ‘een’ bedrijf, maar niet op basis en aan de hand van gelijke, identieke, maatstaven, criteria. Het blijft altijd spreken in metaforen. Er is geen een op een vergelijking mogelijk. Er bestaan entiteiten die uit de aard der zaak publiek zijn, net zoals er private entiteiten zijn. Onderwijs, Zorg, het Openbaar Vervoer (Openbaar, zegt het al) vanwege een monopolist als de NS verzorgd, zijn niet serieus te ‘privatiseren’. Je kunt er private elementen bij betrekken, maar in wezen zijn en blijven het publieke zaken, dingen die van ons allemaal zijn en waartoe we allemaal gelijkelijk toegang moeten hebben.

(politieke) corruptie
De kern van deze onderwijs-poppenkasterij heet hypocrisie, regelrechte schijnheiligheid. Daarnaast speelt politieke corruptie volop mee.
Er moeten vette banen worden geschapen voor degenen die lid zijn van de diverse kongsi’s. Bestuurlijke functies waaraan uitgebreide en riante remuneraties zijn gekoppeld, vormen inmiddels belangrijke assets voor de belanghebbende kliekjes. Dit laatste is dermate in strijd met onze opvatting over politiek als volksvertegenwoordigend dat niemand het woord corruptie in deze context durft gebruiken. Men blijft erover praten in versluierde en versluierende termen, alsof het allemaal gaat over ietwat ongelukkig uitgevallen voorbeelden van privatisering en deregulering, die in ieder geval en per definitie zegenrijk zouden zijn voor alles en iedereen.
De meest gedebiteerde mantra – ‘we mogen onze problemen niet doorschuiven naar onze kinderen en komende generaties’ – van de laatste tijd, wordt in ons onderwijssysteem schrijnend aan de kaak gesteld in al zijn vrome schijnheiligheid.
Vroeger werden lucratieve posten openlijk verpacht (bijvoorbeeld belastinginner en tolgaarder), nu wordt De Markt als Haarlemmerolie voor alle maatschappelijk ‘malfunctioneren’ ten tonele gevoerd. Het effect is per saldo hetzelfde. De maatschappij betaalt de rekening. De roofdier-staat floreert inmiddels ook in Nederland onbelemmerd. Zie Jamie Galbraith’s : “The
Predator State: How Conservatives Abandoned the Free Market and Why Liberals
Should Too”
 ; zie ook op deze site Dorien Pessers (2006): Vertrouwen
van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm

Al die zogenaamde onderwijsentrepreneurs zijn als het erop aankomt doodordinaire overheidswerknemers, dat wil zeggen: geprivilegeerde en gepamperde ambtenaren, waar dat pseudo-geprivatiseerde ‘maatschappelijke middenveld’ van wemelt. Bij de bankiers is het helemaal lachen: die afficheren zich als super-zakelijk-privaat, maar kunnen hun falen vanwege incompetentie zonder enige moeite op het Grote Publiek, de Belastingbetalers, afschuiven en er bovendien met winst (als premie voor hun incompetentie!) uitspringen.
Aan de ene kant profiteren zij maximaal van hun beschermde ambtenarenstatus met bijbehorende goudgerande emolumenten, terwijl ze anderzijds de maximale vrijheid van de ondernemer genieten zonder ooit ter verantwoording geroepen te worden. En juist deze lieden zouden degenen over wie zij gesteld zijn scherp moeten houden? Tragikomischer bestuurlijke wangedrochten zijn me dunkt moeilijk te vinden.
Lees het stuk van Fraser Nelson over Stanford (zie ook hierna) en ontwaar het verschil tussen universiteitsbestuurders die werkelijke toegevoegde waarde genereren in een systeem waar echte prestaties en execellenties tellen en onze zogenaamde universiteits-managers in de trant van een Andreas Schleicher. Nelson noemt als voorbeelden van twee weggekochte Britse top-academici uitgerekend exponenten van de soft sciences: Niall Ferguson en David Blanchflower : ” They have both been snapped up by the Ivy League – at Harvard and Dartmouth College respectively, doubtless paid several times what they’d get here” .

Zo schermt Anreas Schleicher in zijn verhaal onder andere met de term equity, zonder dat mij duidelijk wordt wat hij daar precies mee bedoelt en onder verstaat. Schleichers stuk doet mij sterk denken aan een tekst van Alan Sokal. Het stuk gonst van managersjargon en ‘bedrijfsterminologie’ waarvan de betekenis op zijn zachts gezegd ambiguie en esoterisch mag heten vanwege de incommensurabiliteit van de beide contexten. Het fenomeen van de kleren-van-de-keizer in volle werking en glorie. Iemand die durft te vragen wat meneer Schleicher nu eigenlijk bedoelt te zeggen en te beweren, geeft door die vraag zichzelf een brevet van oliedom onvermogen …

Maar de heer Andreas Schleicher bekleedt helaas wel een machtspositie in het Europese onderwijsveld en hij kan rekenen op meer dan genoeg ja-knikkers, die donders goed weten aan welke kant hun boterhammen zijn gesmeerd en waar het dikste beleg te halen valt. Dat is in ieder geval niet op die plekken waar kritische geluiden worden gehoord van degenen die met hun laarzen in de onderwijsbagger staan en het zware werk opknappen. Iemand als meneer Schleicher is het prototype van een tekentafel Brussel-bureaucraat die oekazes afscheidt zonder acht te slaan op de realiteit waarin deze neerdalen en hun verwoestende uitwerking manifesteren.


Angelsaksisch
:

Fraser Nelson: To stay in the global race, British universities may have to go private. / in the Spectator 10 May 2013 / http://blogs.spectator.co.uk/fraser-nelson/2013/05/british-universities-are-losing-the-global-race-going-private-may-be-their-only-chance-to-stay-in-it/

Jason Cowley (over Eton en de ‘grammar schools’):  Eton eternal: How one school came to dominate public life in de New Statesman, 2013 mei 08 / http://www.newstatesman.com/politics/politics/2013/05/eton-eternal-how-one-school-came-dominate-public-life

Simon Head: The Grim Threat to British Universities in The New York Review of Books January 13, 2011 /  http://www.nybooks.com/articles/archives/2011/jan/13/grim-threat-british-universities/?pagination=false

Peter Brooks: Our Universities: How Bad? How Good?   In The New York Review of BooksMarch 24, 2011 /  http://www.nybooks.com/articles/archives/2011/mar/24/our-universities-how-bad-how-good/?pagination=false

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

door Jerry Mager
gepost op vrijdag 10 mei 2013

The most truthful part of a newspaper is the advertisements
- Thomas Jefferson

There is much to be said in favour of modern journalism. By giving us the opinions of the uneducated, it keeps us in touch with the ignorance of the community
- Oscar Wilde

Bert Brussen, hoofdredacteur van ThePostOnline.nl, mag nota bene op de opiniesite van de Volkskrant zijn gal spuwen over de lafheid en het onvermogen van de Nederlandse journalistiek: “De journalistiek in Nederland is morsdood.  …  als er één beroepsgroep is die niet moedig is, dan is het wel het Nederlandse journaille. Ik zou haast zeggen dat sinds de Tweede Wereldoorlog journalisten in Nederland vooral naïever, dwazer, banger en laffer zijn geworden en meer dan ooit bereid zijn te schikken, likken, knipmessen en buigen voor iedereen die misschien wel een bedreiging vormt voor hun salaris en voor iedereen die de juiste hoeveelheid status en macht voor de journalist in het vooruitzicht kan stellen.”
Voor velen zal dit geen opzienbarend nieuws zijn, we kunnen het immers zelf dagelijks vaststellen. De kranten worden al tijden dichtgeplakt met no-news-nonsens-issues en op de weinige resterende opiniesites kan geen noemenswaardig publieke debat  op enigszins volwassen wijze meer gevoerd worden. Schelden mag vaak tot op grote hoogte (omdat schelden immers diskwalificeert), maar scherpe serieuze kritiek wordt geweerd..
Brussen mag hetgeen hij zegt alleen in de Volkskrant zeggen, omdat hij zich meteen diskwalificeert door in een moeite door, in niet mis te verstane bewoordingen, lucht te geven aan zijn afkeer van het koningshuis. Brussen: “ …  dezelfde weerzinwekkende droomwereld als waarin de Oranjes leven. Ook op uw kosten, inclusief een eigentijdse Kulturkammer. “

In Nederland geldt nog steeds dat wie zich zo over het koningshuis uitlaat, zichzelf in de vingers snijdt en automatisch  diskwalificeert. Denk maar aan de kijkcijfers van Het Interview. Daarom mag Brussen dit op de Volkskrantsite debiteren: kijk ons eens moedig ruimdenkend zijn en royaal ruimte bieden aan kritische geluiden.
Van het Interview-en-de- rest-eromheen kon je op voorhand bedenken dat je zou krijgen voorgeschoteld waarover Brussen zo heftig vertelt:  “ ….  de maar liefst veertien (14!) uur durende geheel kritiekloze ‘verslaggeving’ (lees: op Noord-Koreaanse leest geschoeide verering en bejubeling) van de abdicatie en inhuldiging van de nieuwe koning en koningin door de ‘objectieve’ en ‘kleurloze’ door publieke middelen betaalde NOS.”

Dit weet je van tevoren, je kunt het op je vingers natellen en op je klompen aanvoelen. Voor de echte kick, the real experience, kun je beter naar Noord-Korea reizen. Inclusief de unieke ervaring van collectief boombast en gras eten, tegen obesitas. Zo luidt het wervende verhaal van sommige ondernemende toeristenbureaus althans.
De NOS-geïnterviewden zelf zullen er weinig aan hebben kunnen doen. Voor hen hoort zo’n grimmig gebeuren op gezette tijden, bij de taakomschrijving (it all comes with the job). Je kunt er maar beter snel aan wennen. Wie zou tegenwoordig zo’n poppenkasterij-baan eigenlijk nog serieus moeten willen ambiëren?

Dat het met de journalistiek niet florissant en armetierig is gesteld, is geen nieuws.  Noam Chomsky & Edward S. Herman publiceerden in 1988 hun boek Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media, waarin zij de manipulatie van de media door degenen die aan de touwtjes trekken, op overtuigende wijze over het voetlicht brengen. In combinatie met  Sheldon Wolins (2008) Democracy Incorporated: Managed Democracy and theSpecter of Inverted Totalitarianism, presenteert het een verhelderend alternatief voor het gebruikelijke beeld dat de meesten van ons, brave burgers, vermoedelijk voor ogen staat, wanneer we aan onze media denken en refereren.
De antropoloog David Graebner schreef met The Democracy Project: a History, a Crisis, a Movement (2013) deels een geactualiseerde versie van het verhaal over de stand van zaken bij de media in een samenleving die wij uit macht der gewoonte nog steeds als democratisch plegen aan te duiden.

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Older Posts »

Copy Protected by Chetans WP-Copyprotect.