Feed on
Posts
Comments

 

Brecht Artzt

“Wat, is Brussel veroverd door Saladin? Dat moet dan afgelopen weekend zijn gebeurd,” zegt Does lachend, “want vrijdag dronk ik er nog champagne in de foyer van het Hotel Métropole en nu lees ik in de Elsevier nr. 48, van 25 november 2015: ‘De democratisch gekozen islamitische regering in België sluit in zijn [Houellebecq’s] boek dit paleiselijke sodom en gomorra. Niet in het echt toch? Het terrasmeubilair staat binnen, de wit lederen stoelen in het restaurant zijn naakt. Zelfs de beroemde gele neonletters die normaal zelfbewust het woord ‘Métropole’ vormen, zijn gedoofd. Hier wint islamitische terreur.’
Nou, nou, nou, het kan werkelijk niet op hè! Dit schrijft Houellebecq helemaal niet. Hotel Métropole is in ‘Onderworpen’ helemaal niet gesloten door de islamisten en de hoofdpersoon François drinkt er helemaal niet zijn laatste borrel. De satire speelt vooral toe op de bekering tot de islam van het personage Robert Rediger, een ronkende meeloper en windvaan. Deze Elsevier-man moet heus het boek lezen hoor.“

“Daarom is het toch goed af en toe eens een ander tijdschrift, zoals de Elsevier, in te kijken,” grinnikt Hok. “dan hou je voeling met wat er leeft bij opiniemakers, de gate keepers van het publieke debat, weetjenog. Lees de zin er voor ook maar: ‘Alleen in de wereldwijde bestseller Onderworpen van de Franse schrijver Michel Houellebecq sluit het Métropole. Hij geniet daar op de laatste open avond van de drank.’ Deze journalist heeft de melk horen klotsen, maar hij heeft geen idee waar de tepel hangt. In ieder geval schrijft hij de naam Houellebecq correct.”

“En, hij heeft van de roman ‘Onderworpen’ gehoord,” beaamt Does, “dat is al heel wat.”

“Deze journalist vertoont het natuurlijke gedrag dat Houellebecq in ‘Onderworpen’ (159) beschrijft: ‘ … omdat journalisten een heel natuurlijke neiging hebben om informatie die ze niet begrijpen te negeren …’
Houellebecq klinkt mild, want hij schrijft: ‘de natuurlijke neiging.’ Maar niet heus, hij is natuurlijk bijtend sarcastisch. Journalisten die informatie die ze niet begrijpen, negeren, zijn per definitie labbekakken. Journailleurs die een tendentieuze passage – het hele artikel is trouwens tendentieus – over de islam ophangen aan een beroemde roman die ze blijkbaar niet hebben gelezen, zijn dat evenzeer. Labbekakken dus.”

“Het aardige is,” gniffelt Does, “dat de sneer naar het journaille op bladzijde 159 staat en de bladzijden 157-161 in de roman besteedt Houellebecq aan verrukkelijke satire. Over het ‘distributivisme’ (159-160) en ‘de derde weg’ schrijft hij zo overtuigend ‘echt,’ dat een deskundoloog in de Letter & Geest bijdrage van Trouw van enkele weken terug (31 oktober) er een serieuze uitleg aan besteedde. Geweldig!

saladin_fuss MPblauwDe hele clou van distributivisme (159-160) als metafoor voor de huidige vigerende politiek-bestuurlijke plunder- en roof-infrastructuur van de libertaire neoliberalen en neocons werd (en wordt) gemist. Maar de Moslimpartij van Ben Abbes is geen haar beter, want het distributivisme ‘was volledig verenigbaar met de lessen van de islam’ (160) zo preciseert Houellebecq.
Ook een moslimregering kan corrupt zijn; kijk maar om je heen in de wereld. Schwalbe Kwijlstra, de VVDkanjerkampioen, staat te trappelen om met corrupte dictators zaken te doen, want daarmee valt veel GELD te verdienen. De voodoo-flapdrollen van de media framen dat onmiddellijk als: Realpolitik.”

Does rakelt Vuur op en vervolgt: ”Het Project Europa is intussen een obscene vorm van distributivisme. Dat wat ooit zo nobel begon, is met de vestiging van het libertaire neoliberalisme als staatsgodsdienst, gekidnapt en geperverteerd door het financieel-politieke complex. In vrolijke samenwerking met de media. We krijgen nu Europa dagelijks door onze strot gewurmd als project-voor-de-wereldvrede-en-welvaart, terwijl de ware belangen van een establishment steeds naakter en cynischer aan het licht treden. Europa is voor de parasieten een vette winstgevende melkkoe. We kunnen immers onmogelijk meer terug, zo wrijven de media ons onophoudelijk in, dus dan desnoods kamikaze.”

Hok, laat Duif binnen: “Houellebecq zet iedereen op het verkeerde been en trekt een lange neus. Briljant, wanneer je dat als schrijver kunt bewerkstelligen.

Op bladzijde 161 haalt Houellebecq er zelfs Thomas Piketty bij, met zijn patrimoniaal kapitaal/vermogen, dat de geldende en groeiende tweedeling tussen obsceen rijk en gewoon rijk bestendigt en vergroot. Daar wordt ook (nog) compleet overheen gelezen! Iedere expert-duider maakt zich dik over de schande en het shockerende van het romanscenario over een moslim-president in Frankrijk. “

tweedelingen
“De tweedeling waar het bij Houellebecq werkelijk om gaat, is die tussen het establishment, inclusief de democratisch gekozen zogenaamde volksvertegenwoordigers met het symbiotische media-establishment, en de massa. Tegelijkertijd speelt de tweedeling tussen autochtoon en allochtoon, tussen de onderkanters en de bevoorrechten. Echter, ook hier is de satire afhankelijk van de lezer interpretatie en receptie.
Op bladzijde 92 bedenkt hoofdpersoon François: ‘Maar ik besefte heel goed, al jaren zelfs, dat de groeiende kloof en inmiddels zelfs diepe afgrond tussen de bevolking en degenen die spraken in haar naam, politici en journalisten, onherroepelijk tot iets chaotisch, heftigs en onvoorspelbaars moest leiden. Frankrijk stevende net als de andere landen van West-Europa al heel lang op een burgeroorlog af  dat was zonneklaar; maar tot deze laatste dagen was ik er nog van overtuigd geweest dat het overgrote merendeel van de Fransen berustend en apathisch bleef – waarschijnlijk omdat ik zelf nogal berustend en apathisch was. Ik had me vergist. …’
Houellbecq’s sarcasme zit ‘m in het feit dat bijna iedere ‘hoogopgeleide’ witte lezer bij ‘burgeroorlog’ niet denkt aan moslims of de andere dhimmi’s (onzichtbare, derderangs personen) in zijn leefwereld, want die behoren immers niet tot de (gelijkwaardige) burgers, dat zijn geen Fransen. Dus worden gewelddaden gepleegd door dhimmi’s als terreur (of roof, niet fraude), gedefinieerd en niet als onderdeel van een burgeroorlog gezien en benoemd en dus blijft de aanpak inadequaat en  ineffectief.”

“Deze situatie is profijtelijk voor het establishment, want zodoende blijft er altijd een veilige vijand voorhanden die de tweedeling wij-zij inhoud en betekenis geeft, zodat dat de tweedeling niet onmiddellijk en direct in alle rauwheid wordt ervaren en gevoeld als de kloof tussen politiek-financieel establishment en de permanent gefopte en gedupeerde burger.
Dat establishment vertegenwoordigt degenen die haar kiezen en legitimeren namelijk al lang niet meer adequaat, maar gaat primair voor persoonlijke glorie en eigenbelang. Dat is uitermate gevaarlijk. Dat zag je na de moord op Fortuyn. Toen waren (Haagse) bewindslieden een tijdje hun leven niet zeker als zij zich op straat vertoonden. Het sentiment leeft dus wel onder het plebs, maar het smeult ondergronds als een gemene veenbrand. Dit ligt toch hoofdzakelijk aan het type lieden dat tegenwoordig op de politieke banen afkomt. Ook bij hen is het: ieder voor zich.”

Hok: “Wanneer deze Elsevier-journalist de roman van Houellebecq ooit leest, herleest en desnoods nogmaals leest, dan krijgt hij op de bladzijden 199 – 203 een eersteklas satire opgedist. Over het hoogtepunt van de Westerse beschaving (het bestaan van koloniale wereldrijken, waar de huidige migrantenstroom op is te herleiden); de aanleiding van de roman-bobo Robert Rediger om zich tot de islam te bekeren (een persiflage waarmee Houellebecq net zo goed de islam op de hak neemt): Hotel Métropole ging sluiten! Rediger kon er zijn neutje niet meer tanken. Dat betekent voor hem de ondergang van de Gristelijke Beschaving; het tijdstip (paasmaandag!) waarop de ronkende Rediger zich bekeert – je kúnt er haast niet overheen lezen.” Bertolt Brecht-data

“Ik vind het contrast met wat direct daarna (200-201) komt zo heerlijk hilarisch,” zwijmelt Does, “die catalogus over bordelen en allerlei exotische seksstandjes, ‘de reis door het gele land’ en ‘het Russische keizerszeepje,’ als kenmerken, indicatoren, van verloren beschaving, het verzonken Atlantis van Hoge Cultuur. Ik lig in een stuip.”

“Wat dit Elsevier-artikel betreft: deze hele tekst kon door Houellebecq aan het romanpersonage Robert Rediger gegeven zijn! Het is in hetzelfde ronk- en rochelregister geschreven.
Bijzonder onverteerbaar voor het franse establishment moet zijn, dat Houellebecq de windbuil Rediger tot grote politiek-maatschappelijke hoogten laat stijgen. Brabbel mee met de meute die aan de macht is, en je maakt vanzelf carrière. Onderwerp je, ‘Onderwerping,’ ‘Soumission’, zo heet de roman niet voor niets. Zeer dubbelzinnig! Iedereen denkt bij ‘soumission’ natuurlijk meteen aan de islam, want wij zijn immers fier, frank en vrij. Wij, mogen zeggen wat we denken en doen wat we zeggen.”

“Knap werk van Houellebecq,” beaamt Does hartgrondig, “te meer omdat het zo zinderend effectief actueel is en je er de Nederlandse politiek-maatschappelijke situatie bijna één op één op kunt terugvoeren.“

“We hebben aan ‘Onderworpen’ de komende tijd nog uren en dagen leesplezier,” meent Hok. “Weet je, zo’n knappe presentatie als van Houellebecq, die maakt onze duidingen bijna triviaal. Bijvoorbeeld de laatste substitutie van Wilma Mansveld (PvdA) door Sharon Dijksma (PvdA) op Infrastructuur, die wij meteen en intussen bijna automatisch plaatsen als het vervangen van een guppie (Mansveld) door een alligator (Dijksma) om de piranha (Schultz) weerwerk te geven; dat wordt bijna saai. Het is routinewerk. Al die media-bombarie eromheen, het zegt mij helemaal niks meer.”

“Er is geen inhoud die ons regardeert meer aan de orde,” geeft Does toe, “de poppetjes moeten acteren en zij dienen ervoor te zorgen dat de belangen van de poppenspelers achter de schermen niet in het gedrang komen. Zo’n Mansveld die liet zich door Schultz in een hoek duwen, terwijl Dijksma tegen Schultz opgewassen wordt geacht. Maar de werkelijke, grote, belangen, daar hebben een Dijksma en Schultz evenmin sjoege van.”

“In ieder geval moet Melanoom Schultz zorgen dat er middels infrastructurele gigaprojecten miljarden kunnen blijven ‘verdampen’ en dat er tonnen ‘perpernoten’ in bodemloze zakken kunnen blijven verdwijnen,” stelt Hok vast. “Niet dat zij – of desnoods haar partner – dat zelf operationeel bestieren, maar ze moet opletten dat er geen spaak in het wiel van dat verdienmodel wordt gestoken.”

Does grinnikt: “Denk maar aan de Betuwelijn en de Fyra. Dat wat Melanoom Schultz op Infrastructuur betreft, maar daar is ook nog haar clubgenoot minister Bef Brok met z’n woning- en vastgoedmarkt en de huurbelasting, kortom: plenty plunderprojecten. Wedden dat de kandidaten voor de volgende parlementaire enquêtecommissies al bekend zijn en die schnabbels tussen de politieke kongsi’s onderling zijn verdeeld? Want dat is voorlopig nog de stoplap: een parlementaire enquête …. gháááhááááp …. ghááááp. …..”

“Precies,” beaamt Hok, “zij moeten gewoon posities verdedigen, behouden en liefst de verdienmogelijkheden uitbreiden. Melanoom vooral als hoezepoes, zoals Blodekijk die rol in de mannelijke variant voor de PvdA vervult.
Doen ze het goed dan worden ze vorstelijk beloond met een nog vetter baantje, gaan ze onderuit dan worden ze afgevoerd met een troostprijs, alles op publieke kosten. Het heeft niets meer met democratie of ons stemmen en kiezen te maken. Het is de grote Ruis-show, waarbij ruis letterlijk ruis, mist, rook, betekent.”

Houellebecq citaat polsyst

 “Een Medusa als Edik Slippers, die heeft het leeuwendeel van haar opdracht vermoedelijk vervuld. De Zorgverzekeraars kunnen ons voortaan royaal plukken, die jongens maken miljardenwinsten. En wij maar dagenlang shoppen voor de voordeligste zorgpolis, of gewoon niet. De farmaceutische industrie pikt daar vast een vet graantje van mee. De (huis-)artsen en wij, het plebs, betalen de rekening. Dit hele systeem, geeft Houellebecq op magistrale wijze vorm en gestalte door zijn verhaal, de romanpersonages en vileine vignetten.”

Hok: “Daarom dat we al bij voorbaat beginnen te gapen bij het tandakken van die nieuwe gozer van Groen Links, met Roemer van de SP en Samsom van de PvdA rond het gouden kalf van Klimaat en Milieu. Die lui hebben bedacht dat Milieu veilig is en geen bedreiging voor de bestaande plunder-arrangementen vormt.
Klimaat en milieu, daar kunnen de komische kwekkebekken zich heel lang en risicoloos op profileren. Daar is geen directe afrekening-op-resultaten mogelijk, dus een ideaal terrein voor luchtverplaatsende Wichtigmacher. Dat is het belangrijkste: profileer je risicoloos in de media en bescherm de partij-posities met de lucratieve inverdien-modellen…. ghááááhááááp ….”

“Vergeet de kwalijke rol van de PvdA bij dit alles niet,” merkt Does op. “Die club begint zich nu in te werken en deze collaboratie met de neoliberale VVD was de eerste stap. De capo’s van de partij beseffen dat ze andere doelgroepen moeten targeten. Natuurlijk, want het is ook belangrijk dat iedere kongsi voldoende stemmen scoort om genoeg plucheplekken te hebben teneinde de parasitaire clientèle te kunnen blijven bedienen, uit de Grote Ruif. Met dat doel wordt er steeds opnieuw eenzelfde carnaval, het ‘Feest der Democratie,’ op touw gezet. Goed dat we de roman van Michel Houellebecq weer even als houvast hebben.”

“Over capo’s en de PvdA gesproken,” zegt Hok, “Houellebecq (64) sniert sarcastisch over de zogenaamde bezorgdheid van de socialisten voor onderwijs (de VVD/franse UMP heeft daar nooit naar getaald), maar/want onderwijs is inmiddels 1) een snel groeiende geldmarkt, met veel fraude-opps voor de dealers (denk aan de reddingsoperaties met belastinggeld, van omvallende onderwijsgiganten en peperdure dubieuze onderwijstrajecten), en vooral 2) een indoctrinatiemogelijkheid. Wij hebben Donald Cressey’s (uit 1969) Theft of the Nation uit de kast gehaald, om met de jongelui parallel aan ‘Onderworpen’ te lezen. Want, immers, bewindspersonen hebben soms partners, weet je. Of vrienden die verjaarspartijtjes houden en barbecues zoals Bruno Deslandes in ‘Onderworpen’ (72-74, wat een ellende). Bij dergelijke gelegenheden, of op het kussen, wordt nogal wat gevoelige informatie en voorkennis verspreid. Het principe, het systeem, is nagenoeg identiek, daarom dat onderwereld en bovenwereld vaak zo innig samenwerken.
Ik ben alvast hier en daar in Cressey begonnen en las vanochtend op bladzijde 70 een passage die evengoed in een Houellebecq-satire kan staan: ‘Indien “het publiek” op de hoogte moet worden gebracht (‘educated’) van / voorgelicht over, het kwaad en de gevaren van de georganiseerde misdaad, dan moet het curriculum veranderd worden. Leden van het publiek – en ook politiefunctionarissen, officieren van justitie en wetgevers – moeten leren denken in termen van de complexe verbanden tussen misdadigers en tussen misdadigers en anderen.” Geweldig toch? Cressey schrijft dit bloedserieus, maar intussen lees ik het via een Houellebecq-frame.”

“Dat komt door je Bildung. Je bent verpest met en door Bildung. Daarom zul jij nooit Minister kunnen worden, laat staan Premier!
Ik heb Theft of the Nation cursorisch gescand en vooral de niet-kwantificeerbare dimensies van die diefstal, vind ik griezelig en belangrijk. Voorts het begeleidend verhullend taalgebruik, het jargon, dat is uiterst actueel. Letterlijk: dieventaal. Zoals: ombuigingen, slagvaardigheid, efficiencyslagen, marktwerking, afslanken, verzelfstandigen, op afstand plaatsen, publiek-private samenwerking, concurrentievoordeel, leeropbrengsten en alles met ‘winst’ eraan vastgeplakt en ga maar door.

Bekijk en beluister opnames van Joseph Goebbels en lees zijn teksten, dat is uiterst leerzaam. Bijvoorbeeld, Cressey schrijft op bladzijde 64: ‘Calling the murder a “hit” makes it all but impossible for the reader to realize that his own welfare is involved.’ O ja, Bildung, that reminds me! In deze Elsevier staat ook nog een stukje van ene  G@Verzineenlist in de geest van: weg met alle Bildung!
Gelukkig voor ons dat gebildete Schrifsteller onuitroeibaar blijken. Onkruid vergaat goddank niet.”

“Tenslotte: lees Syp Wynia af en toe. Die is wel okay geloof ik. Aandoenlijk wat betreft zijn geloof in een nette en rechtvaardige gang van zaken, maar okay qua instelling en intentie.”

 

* * *

Bertolt Brecht (1967): Schriften zur Literatur und Kunst I / Suhrkamp / redactie: Werner Hecht / gebonden met dubbele stofomslag / totaal drie delen

Michel Houellebecq (2015): Onderworpen / Amsterdam: Arbeiderspers / ISBN  978 90 295 3861 9

 Jan Techau, Volkskrant 29 januari 2015

Donald Cressey (1969): Theft of the Nation. The Structure and Operations of Organized Crime in America  / New York etc.: Harper & Row / LCCC Number:  68-15987 (gebonden)

 Elsevier, weekblad nr. 48,  25 november 2015

Trouw, 31 oktober 2015 /bijlage  Letter & Geest

 

Leesplankje-van-Hoogeveen_5

 

Work in Progress

 

 

Comments are closed.