Feed on
Posts
Comments

 

 

‘Garuda en koolmees. Dit is een hermetische, moeilijke, associatie. Dat geef ik meteen toen,’ zegt Pieter. ‘Ik werd geïnspireerd door de slotzin van het stuk van Tom Meeus op de NRC-site: “als Rutte III in het najaar ineens tóch vleugels blijkt te krijgen, zul je zien dat ze later zeggen: bij Koolmees is het begonnen.” Bij Koolmees begint de victorie – van D66 dan. Dat wil zeggen: virtueel. Nota bene: géén etymologische associatie met het virtú van Machiavelli.’

‘Ja, ja,’ zegt Willemijn, ‘Rutte en vleugels. Een dodo heeft ook vleugels, maar zie die vogel maar eens van de grond te krijgen.’

Pieter: ‘Ruben Oppenheimer heeft hem getekend: de Haagse Loopmus (Ritus Narcissus), op de laatste bladzijde van Marc Chavannes’ boek: De privatisering van de Nederlandse politiek.  Oppenheimer omschrijft het creatuur als: “vleugellamme solitaire aaseter met scherpe, vasthoudende klauwen en grote snavel.” Met zo’n fysiek en zo’n mistroostig CV, kun je alleen de Haagse polletiek in. Bij die beesten komt er gewoon niks van de grond, het zijn rare, koddige, onbeholpen, loopvogels. Heel wat anders dan die fiere albatros van Geert! Ik chargeer een beetje, hoewel: als er halve zolen blijven bestaan die de meeuwen voeren, groeien die ons vanzelf over en boven het hoofd.
De lompe loopvogel van Ruben Oppenheimer, placht te worden doodgeknuppeld door Hollandsche pikbroeken, als die aan land gingen om te foerageren, zwaar behept met de VOC-mentaliteit en gewapend met honkbalknuppels, om de vette loopvogels de hersens van hun hersenloze kop in te slaan. Later maakten kolonisten het verhaal af – afmaken, snap je? Oef, dat waren toch hele spannende tijden hoor. Niks Jan Salie. Meteen meppen! Make the Netherlands great again! Please?

‘Maarre, meneer Wouter Koolmees mag van VVD-capo Rutte geen vleugeltje uitslaan hoor,’ meent Zorah lachend, ‘met geen veertje wapperen zelfs. Die is net zo gekortwiekt als de rest van de Rutte-gang.’

Willemijn: ‘Dooddoeners, komt van dóóóó, dóóóó, dóóddoeners en dooddoeners zijn het voornaamste produkt van Haagse kaasstolpers. Die leggen aan de lopende band dodo-eieren. Óp de lopende band, want “beleid” is daar verworden tot industrieel massaprodukt.’

‘Ja, dat klinkt uiterst aannemelijk. Zeg, er moet haast een Bommelverhaal bestaan dat “De dooddoeners” heet,’ zegt Mohammad. ‘In ieder geval: deze koolmees is een vogel die ons van meneer Rutte alleen kolen mag stoven, dus dat is een erg beperkte taakomschrijving. Echt iets voor een Dooddoener.’

‘Duffe, domme, dooie mussen,’ vindt Zohra, ‘en allemaal als de dood voor meneer Rutte.’

‘Bestaan er eigenlijk kapoen-koolmeesjes?’ vraagt Willemijn zich af. ‘Maar hoe kom jij aan de garuda? Je bent net terug uit Indonesia, en je hebt met de Garuda gevlogen? Vanwege de snacks, de kué-kué?’

‘Nou, ik denk eerder vanwege de stewardessen, ‘merkt Moh. wereldwijs op, ‘ik ben ook nieuwsgierig naar die associatie garuda – koolmees. Het zijn vogels, dat wel, zij het van divers pluimage. Maar verder?’

‘Ik citeer indirect een Javaanse houtsnijder uit de binnenlanden bij Yogya,’ licht Pieter toe. ‘Ik was aan het afdingen – tawar – op een paar prachtige houten beeldjes (patung) van hem en toen zei de man: meneer u moet mij ook toestaan mijn vleugels uit te slaan. Hij zei: melebarkan sayapnya. Dat betekent eigenlijk: u moet toestaan dat “men” de vleugels uitslaat, zich ontplooit, dat er vleugels worden uitgeslagen, zoiets. Dat nya is beleefder dan saya, of aku, dat betekent ik, mijn, maar hij zei het neutraal, indirect, met nya. Hij zei juist niet: u moet mij toestaan mijn vleugels uit te slaan, maar iets in de trant van: dat er vleugels uitgeslagen worden, dat men zich ontplooit. Hij had namelijk vier schoolgaande kinderen. Hij plaatste zichzelf door dat nya niet meteen tegenover mij, snap je?’

‘Oef,’ zucht Willemijn, ‘zijn alle Javanen zo subtiel. Mijn hemel, geen wonder dat we Indië zijn kwijtgeraakt. En de garuda?’

Pieter: ‘Ik heb inderdaad een stuk met Garuda gevlogen en de snacks waren erg lekker, maar ik moest via die bescheiden en beleefde Javaanse houtsnijder en zijn sayap (vleugel of vleugels) denken aan de fladder-vleugeltjes van het D66-koolmeesje. De Haagse kaasstolp fungeert als vogelkooi, waarover meneer Rutte de baas speelt.’

‘Vogelkooi? Nou, eerder kippenhok,’ meent Willlemijn. ‘vol loopvogels met plat- en zweetvoeten op steunzolen. Overigens: Meeus is geen meervoud van mees. Heeft er niks mee te maken.’

A glas menagerie,’ zegt Zohra verstrooid, ‘neen, sorry, dat trek ik in. Dat gaat te ver en is te lieterèr.’

‘Lag er een “lekker ding” op het tropenstrand?’ vraagt Moh. belangstellend, ‘want je keek naar de tekening van Ruben. Daar zie ik Buma met een snotneus zich afwenden van een snotneus die op een strand aangespoeld lijkt te liggen. Die snotneus – Klaver – staat weer voor een andere snotneus – Baudet.’

Hear, hear!’ roept Willemijn, ‘en Buma’s snotneus komt vanwege de aftakeling. Verlies aan decorum, lichamelijke ongemakken, maar bij Buma (CDA) toch ook als bijverschijnsel bij krodilllentranen hoor.’

‘Goddank dat meneer Koolmees nooit naaktfoto’s van hem op het internet plaatst,’ zegt Zohra, ‘maar of ik derhalve op D66 zou stemmen, dat weet ik niet hoor. Ik stem trouwens helemaal niet meer, want ik zou echt niet weten op wie ik zou kúnnen stemmen en stemmen alleen om te stemmen dat is baaie brak. Ja, ik was in Suid-Afrika, vandaar dat baaie.’

‘Okay, dus niet in Egypte,’ zegt Moh., ‘koolmezen blijven ’s winters trouwens hier. Behalve als ze zwaar gepimpeld hebben. Dan worden het pimpelmezen en die willen nog weleens het Noorden kwijtraken. O ja, Egypte, daar zouden wij heengaan, maar toen bedacht iemand dat we daar misschien meneer Segers van de CU tegen het lijf zouden kunnen lopen. Die komt namelijk uit Egypte en overwintert permanent in Nederland. Dus zijn we naar Drenthe gegaan. Dat was hartstikke gaaf fietsen man!’

 

 

Emha Ainun Najib: het gedicht over/van de garuda

Glass Menagerie

Segers – Klaver

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.