Feed on
Posts
Comments

‘Curieus, dat deze NRC-columnist het raadgevend referendum een curieuze hybride variant van het referendum vindt. Alsof alleen een bindend, correctief, referendum bestaansrecht zou hebben.’

‘Je hebt het over het stuk van Tom-Jan Meeus in de NRC van zaterdag 25 februari?’ vraagt Clara. ‘Die ruzie tussen de branieschopper Baudet van FvD en het kereltje Pechtold van D66 is wat mij betreft totaal onbelangrijk, maar het framen – of is het oprecht en authentiek misverstaan? – van het raadgevend referendum zoals Meeus het doet, vind ik haast net zo kinderlijk als de ruzie tussen de respectieve pluchekonijnen waarover hij in detail uitweidt. Herstel: bij nader inzien vind ik uitwijden hier toch beter klinken, want deze columnist maakt het onzinnige (de ruzie) wijder, terwijl hij datgene waar het om gaat (het referendum) deerlijk en verminkend inkrimpt.’

‘Uitwijden klinkt in dit verband inderdaad stukken beter dan uitweiden,’ geeft Feisal toe, ‘Mooi dat jij zo goed articuleert. Bij iemand als Willem Vermeend zou ik het verschil niet kunnen horen, vrees ik. Daarom schrijft meneer Vermeend natuurlijk zoveel. Hij moet wel, want als hij iets zegt, is dat grotendeels onverstaanbaar. Wat hij schrijft, is weliswaar onleesbaar, maar dat geeft niet. Het gaat tenslotte om politiek en dus om score- en verdien-modellen. Dondert niet wat je brabbelt en beuzelt, als je maar stemmen scoort en puchezetels voor de club binnenhengelt.’

‘Ik moest toch even nadenken over die tekening van Ruben Oppenheimer bij dit stuk van meneer Meeus,’ zegt Clara, ‘Mwah, pluche, okay drie pluchekussens en wat mij betreft lees ik er in dat iedere kaasstolp-pipo of -bimbo tenminste drie petten op kan zetten. Ik bedoel: Baudet de baby, Pechtold heeft niks onder z’n pet en de PvdA, daar stemt geen hond meer op, vind ik als duiding eigenlijk te makkelijk. ’

Feisal: ‘Hmmmmm …. Ik lees de tekening op deze manier: 1) de fopspeen, die is inmiddels hét politieke symbool bij uitstek, alle politici stoppen hun kiezers immers een fopspeen in mond, dus de fopspeen pontificaal op het pluche 2) de pet, die staat bij mij voor: het gaat de pipo Pechtold en zijn collega-politici allemaal meestal ver boven de pet, en 3) tja, dat rode gebroken potlood …… nou vooruit: dat zijn bekeerde, of geknakte, sociaaldemocratische potloodventers. De PvdA-colporteurs venten voortaan geen potlood meer uit als ze op campagne langs de deur gaan. Ze staan ook zonder dat toch al voor * * * .’ Hij zucht: ‘Voor de PvdA weet ik echt niets meer. Hoe hard er ook positief voor die partij wordt geframed door een aanzienlijk deel van het journaille. Weg ermee! Jammer voor iemand als meneer Tjeenk Willink die nog zo’n positieve poging pleegt in het clubblad S&D. Jammer, dat heeft de ploeg van Samsom, Spekman en Asscher grondig versjteerd voor de echte sociaaldemocraten, met het hart op de juiste plaats. Zoals dus Herman Tjeenk Willink bijvoorbeeld.’
Hij zucht en vervolgt: ‘De grote makke is, dat niemand zo’n beschaafd geformuleerde kritiek als van Herman Tjeen Willink leest, of indien ze het al lezen, snapt. Pas wanneer het in satire wordt gegoten, zoals bij Zondag met Lubach, dan gaan ze schuiven op hun pluche, want in dat format komt de boodschap wel degelijk over het voetlicht. Dat kan stemmen kosten, snap je, en om die stemmen gaat het uiteindelijk.’

‘Of, de meeste politici snappen zo’n betoog als Tjeenk Willink houdt wel degelijk, maar ze doen alsof hun neus bloedt en negeren het, ze houden zich van de domme, omdat ze dat toevallig goed uitkomt. Het instrument van referenda (raadgevende, bindende en wat je aan combinaties en modaliteiten kunt bedenken) dwingt hen, dus politici, om uit te leggen en toe te lichten waarom ze redelijke argumenten negeren. Referenda horen niet gebruikt te kunnen worden om beleid en politiek met een consistente basis en koers, door de war te schoppen, teneinde moedwillig chaos te stichten. Daarom moeten alle partijen in een moderne en open – dus qualitate qua kwetsbare – Democratie snel en degelijk worden ingewijd, opgeleid en getraind, in het hanteren en gebruiken van referenda. Dit moet automatisch samengaan met solide en degelijk onderwijs. Ook in de biotoop van ons Onderwijs winnen marketing- en reclametrucs (noem het maar: anemisch en kortademig “rendementsdenken”)  het steeds meer van authentieke belangen, terwijl het om een vitale sector voor onze democratische vorm van samenleven gaat.
De onzalige vermenging’van publiek en privaat/commercieel, ging en gaat namelijk hand in hand met allerlei methoden van volksverlakkerij, zoals marketing- en reclametechnieken. Die trucages kunnen desnoods worden gehanteerd om waspoeder of koekjes aan de man te brengen, maar nadrukkelijk niet om politiek en daarop gebaseerd beleid te slijten.’

‘Toch intrigerend, hoe verschillend wij het raadgevend referendum interpreteren van een beroeps politiek waarnemer als Tom-Jan Meeus,’ zegt Clara. ‘Hier schrijft Meeus bijvoorbeeld,’  ze leest voor: ‘ “De burger houdt nu eenmaal serieuze behoefte Haagse dwalingen ongedaan te kunnen maken, ook al was dit referendum daarvoor een zwak instrument.” Zeker, ik heb als burger die behoefte vaak wel, maar wil die niet per se waarmaken via het nu weggesaneerde referendum, dat ik evenwel zéér voorsta als democratisch instrument.’

‘Juist,’ beaamt Feisal, ’wat wij met het referendum als structureel democratisch middel beogen, is datgene wat Meeus trouwens zelf verwoordt als hij schrijft: ‘ “Het hele concept van een raadgevend referendum houdt immers de mogelijkheid in dat regeringen afwijken van de wil van de kiezer.”  Precies dat, nou ja, ongeveer dat, want Meeus formuleert het wat onbeholpen. Referendumuitkomsten kunnen laten zien dat regeringen afwijken van de wens van de kiezer. Precies dat afwijken, wordt middels de uitkomsten van structurele raadgevende referenda expliciet en zichtbaar gemaakt. Openlijk afwijken van hetgeen de kiezer zou willen – of niet natuurlijk, want de kiezer kan de regering net zo goed een bevestigende pluim geven en complimenteren, middels een referendumuitslag. Maar graag openlijk afwijken, niet impliciet en stiekem, onderhuids gehouden en met veel spin en rottige retoriek bedekt, zodat de kiezer zich bedot weet, maar er niks tegen kan doen. Dan gaat het ongenoegen zweren als ressentiment, de frustratie ettert als rancune en als uitweg rest alleen niet-stemmen, of  stemmen op een PVV of een ander ziekelijk en naargeestig merk.’

‘Juist. Is dat nou zo moeilijk te vatten, of wordt de intentie achter het instrument van (raadgevend) referendum moedwillig systematisch misverstaan en incorrect weergegeven?’ vraagt Clara zich af. ‘’ Ruiterlijk en volwassen toegeven dat je als regering moedig, willens en wetens, compos mentis,  afwijkt van hetgeen de kiezer wenst en tot uitdrukking brengt middels haar tussentijdse referendumstem. Ruiterlijk, en dan bedoel ik niet het persiflerende ruiterlijk, waarmee diverse pratende hoofden de af- en uitgeperste bekentenis van VVD-meneer Halbe Zijlstra over Putins datsja eufemiseerden – ja, een paar moeilijke woorden mag ik er best tegenaan gooien hoor.’

‘Tja, ik snap de argumentatie van meneer Meeus hier bijvoorbeeld ook niet hoor, ‘ zegt Feisal hoofdschuddend.’ Hij leest voor: ‘ “Intussen is een minstens zo groot probleem dat het democratiebesef uitgehold raakt.” Hij pauzeert: ‘Klopt, dat democratiebesef raakt uitgehold, is al verregaand geatrofieerd, bij de Haagse beroepspolitici. Geen speld tussen te krijgen, vandaar dat we het referendum zo brood en broodnodig hebben.’ Hij vervolgt zijn voorlezing: ‘ ”Ik kon me deze week niet aan de indruk onttrekken dat democratie voor veel hartstochtelijke referendum-aanhangers neerkomt op: nu zal ik eens zeggen hoe het verder moet.” Neen dus! Een bindend referendum – dus niet een raadgevend, maar bindend, en correctief– zou een stap in de door Meeus verwoorde richting kunnen beduiden, dat is directe “democratie” (en hoofdzakelijk een recept voor ad hoc chaos), maar een raadgevend referendum dus niet.’

‘Hooguit “verder moet” in de verwijde zin van: houd je voortaan en verder aan je ons gedane beloften, ‘ zegt Clara grinnikend. ‘Waarbij ons staat voor Jan-met-de-pet en dan niet deze groene D66 pet alstublieft. Want dat is zo’n pet waarmee schmierende kaasstolpers naar van alles en iedereen gooien.’

Feisal: ‘Het instrument van referendum is voor mij op dit moment het beste, want meest effectieve, middel om een gezonde democratie te hebben en te (onder-)houden, omdat het beleidsmakers dwingt uit te leggen waarom ze gedane beloften en toezeggingen niet nakomen, ervan afwijken. Ze mogen als gekozen volksvertegenwoordiger best een eigen koers varen die de leken-kiezer op het eerste gezicht ziet als “kiezersbedrog”, omdat ze dat als politicus de voor het algemeen belang het profijtelijkste en de optimale optie vinden, maar dat moeten ze ons wel kunnen uitleggen. ‘

Clara: ‘Dat is het Sociale Contract dat we met elkaar hebben: wij doen als burger nijver ons ding, we betalen braaf onze belasting en houden ons aan de verkeersregels, dus vragen en vergen wij van onze gekozen volksvertegenwoordigers dat zij hun deel van de afspraak nakomen en zich inzetten voor het Algemeen Belang. Het Algemeen Belang is namelijk ook mijn belang. Die afspraak raakt tegenwoordig steeds verder op de achtergrond, hij sneeuwt onder door alle reclame en spin die eroverheen wordt gedrapeerd. Vandaar het broodnodige instrument van referendum.’

 

 

Drie kleine kleutertjes

 

F. Bordewijk (1988): Blokken, Knorrende beesten, Bint / Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar / ISBN: 90 236 5634 2 (Blokken, 1931)

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.