Feed on
Posts
Comments

‘Onze verontwaardiging over de situatie van verhongerende ouderen zoals Jutta Chorus die beschrijft en over het verkopen van schulden – het vermarktbaar maken, commodificeren, van schuld – aan beroepsafknijpers als deurwaarders en incassobureaus, zoals in de Groene wordt beschreven, is niet productief en onvolwassen, ’ zegt Rinne, die op zijn beeldscherm wijst. ‘Althans volgens de Belgische filosoof Ignaas Devisch, die onverschilligheid bepleit, in plaats van empathie.’

‘Ja, ja, deze filosoof, Ignaas Devisch in Gent, weet dus ook al hoe hij boeken moet produceren die verkopen op de neoliberale markt. Hij legitimeert doodgemoedereerd de nefaste onverschilligheid die onze ondergang bespoedigt. Vooral de onverschilligheid over de opwarming van onze planeet, waar we niets tegen ondernemen en het veroorzaken van volksverhuizingen, die daar op hun beurt mee samenhangen,’  zegt Ilham met een brede glimlach, ‘Devisch voorziet deze adembenemende onverschilligheid van zijn keurmerk als gecertificeerd filosoof. Alsof dat nog nodig is, dat legitimeren van onverschilligheid. We staan er immers bij en kijken er naar hoe tegenwoordig in Nederland, schulden en daarmee de schuldenaren, worden verkocht en doorverkocht aan beroeps-incasseerders die hen onbekende mensen geheel legaal afknijpen en uitschudden, we laten onszelf met onze huurhuizen verkopen aan oliesjeiks of miljardair-vastgoedmagnaten in Saoedi-Arabië, Hong Kong of wherever, en we laten onze ouderen verkommeren. Om maar een paar recente items te noemen waarbij de onverschilligheid je angstaanjagend in het gezicht staart. Wat al deze politieke fratsen met mensen doen, daar denkt geen carrière-politicus over na, ben je gek, iedere moderne beroepspoliticus wil alleen maar scoren.’

‘Je bent er toch niet nog steeds verontwaardigd over hè?’ vraagt Rinne op bezorgde toon, ‘want volgens meneer Devisch moet je oppassen met verontwaardigd zijn, want voor je het weet krijgt jouw verontwaardiging een ranzig kantje. Schrijft hij in Trouw. Gelukkig ben jij verontwaardigd vanuit een rechtvaardigheidsgevoel en dat mag volgens Devisch die ene Mattéi citeert, dan weer wel. O ja, er is net een bericht van een managersmurf van de Posterijen binnengekomen waarin hij meldt dat het aantal brievenbussen in onze buurt wordt verminderd. We versturen te weinig papieren brieven en de posterijen moeten natuurlijk RENDEMENTEN scoren. Net als onze onvolprezen spoorwegkumpenie, de NS. Breek me daar de snavel niet over open zeg! De spoorwegen, de monopolist openbaar vervoer, die met spoken concurreert en de tarieven almaar verhoogt. Ik heb besloten maar niet verontwaardigd te worden over de mindere brievenbussen en over de NS m’n schouders op te halen. Ze dóen maar.’

‘Laat ik meneer Devisch het voordeel van de twijfel gunnen,’ zegt Ilham, ‘en laat ik aannemen dat hij een soort zelfhulpboek heeft bedoeld te schrijven om ons te beschermen – door afstomping van bepaalde emoties – tegen de talloze om-empathie-schreeuwende-berichten in de media. Zoals momenteel de #Me too-gekte. Devisch’ recept luidt: wees en blijf onverschillig. Snap je? Dus galoppeer bij het zien van beelden van vluchtmigranten die verdrinken en verhongeren, niet meteen met lunchpakketten, dekens en knuffels naar de grens (welke grens?) om ze met miljoenen tegelijk binnen te hengelen. Want dan ben je misschien empathisch (of is het sentimenteel?) met de ene groep medemensen, maar totaal onverschillig jegens de onderkanters in de landen die al die extra mensen op hun dak en in de achtertuin krijgen geplempt. Achtertuin, bij wijze van spreken, want tokkies hebben meestal geen achtertuin.’

‘Dan ben je volgens mij sentimenteel bezig,’ zegt Rinne, ‘dat is wat ik me kan voorstellen bij een “empathisch teveel” zoals meneer Devisch het noemt.’

‘Precies, wat vroeger sympathie werd genoemd, heet tegenwoordig empathie en daartussen ongeveer ligt dan de sentimentaliteit, als kitsch-emotie,’ zegt Ilham. ’Graaiende grootgrutters – zoals de mega-fraudeurs en oplichters van Wall Street – moeten we “redden” met miljarden belastinggeld, maar als ik mijn huur twee maanden te laat betaal, omdat mijn bijvoorbeeld eigen risico van een operatie wordt afgeschreven door mijn Zorgverzekeraar, word ik vandaag de dag overgeleverd aan de incasso-maffia.
Moet je dit toch eens lezen: “ Daarom bestaan er ook solidariteit en rechtvaardigheid, de basisprincipes van maatschappelijke systemen die toelaten dat mensen geholpen worden zonder dat zij empathisch met elkaar betrokken hoeven te zijn. Solidariteit en rechtvaardigheid maken onverschilligheid werkbaar, gaan oververhitting van empathie tegen en voorkomen dat de beperkingen van empathie geen al te grote rol spelen.” Dus solidariteit en rechtvaardigheid, neutraliseren empathie? Of verdunnen ze empathie? Stelt Devisch empathie tegenover onverschilligheid met als buffer daartussen solidariteit en rechtvaardigheid? Ik ben blij dat deze meneer nooit mijn docent filosofie is geweest! Het heeft er veel van weg alsof hij de meest wollige werken van een Ayn Rand heeft geplagieerd met copy-paste.

Laat ik nog een voorbeeld noemen van malfunctionerende distributieve rechtvaardigheid: de verrommelde Nederlandse Belastingdienst, die allerlei wettige betalingen niet kan verrichten vanwege de organisatorische chaos, waardoor mensen in de problemen kunnen raken en vervolgens worden uitgeleverd aan de piranha’s.’

Rinne: ‘Inderdaad, dat is een ontoelaatbare chaos, die direct aan het rechtvaardigheidsgevoel raakt en aan het functioneren van de democratie, en die werd veroorzaakt door vriendjespolitiek, nepotisme: benoem vooral vrindjes op goed-betaalde posten, of ze nou capabel zijn of zo incompetent (voor die post) als een wrakke wc-deur.’

Ilham: ‘Daar raak ik verontwaardigd over en wel ten aanzien van degenen op wie die verontwaardiging zich dient te richten: de politici en bestuurders die dit systeem in de loop van de afgelopen decennia hebben opgetuigd. Die zieke pipo’s laat meneer Devisch buiten schot. Hij doet alsof het om natuurverschijnselen gaat.’

‘Nu raak je warempel wéér verontwaardigd,’ zegt Rinne op waarschuwende toon, ‘dat moet je niet doen hoor, zegt filosoof Devisch. Toch bedoelt meneer Devisch het volgens mij best goed. Hier zegt hij bijvoorbeeld iets heel zinnigs, vermoed ik althans: “ Slechts vragen om meer empathie biedt geen uitweg. Het moet ons bijgevolg zorgen baren dat tegenwoordig sommige politieke pleidooien voor meer empathie hand in hand gaan met de afbraak van de geïnstitutionaliseerde solidariteit en de verzorgingsstaat. Wie solidariteit afbouwt en empathie aan belang laat winnen, loopt het risico dat ons inlevingsvermogen overvraagd of overbelast wordt.” Dus, zoals jij terecht zegt, hij probeert ons onszelf te laten beschermen door moedwillige afstomping, gevoelloos maken, en hij lijkt warempel de truc van de politici aan de kaak te stellen die de verzorgingsstaat slopen door de aandacht van die sloop af te leiden met onderwerpen die aan de onderbuik appelleren. Dat subsumeert Devisch dan onder overmatige empathie.’

‘Onderbuik-empathie. Zoals die besmuikte verontwaardiging over de seksslavinnen van de IS. Ik zou dat pathologische, ziekelijke, empathie noemen, gedeformeerde empathie voor mijn part,’ zegt Ilham.

‘De ophef over de IS en zijn seksslavinnen is grotendeels doodordinaire pornografisch voyeurisme, niks verontwaardiging vanuit empathie of sympathie,’ meent Rinne. ‘Zulke verhalen verkopen als een tierelier. Iedere lezer wil het naadje van de kous weten. Hoe vaak wordt zo’n seksslavin misbruikt en op welke manieren, liefst zo grafisch en gedetailleerd mogelijk uit de doeken gedaan, met kleurenfoto’s graag.’

‘Voor mij bedrijft meneer Devisch een wollig woordenspel,’ zegt Ilham, ‘een stamppot, ratatouille, van bijeengesprokkelde beetjes en brokken bijvoorbeeld uit werk van Sandel en van Rawls, zoiets. Ik noem maar spontaan een paar namen die me te binnen schieten. In de richting van distributieve en procedurele rechtvaardigheid, iets dat alludeert op dergelijke theorieën. Best hoor, maar waarom dan zo wollig gepresenteerd?’

‘Om het verkoopbaar te maken, natuurlijk. Tja, dat alles wordt onder de noemer “Rusteloosheid” ingenaaid en gemarket. Devisch heeft er een spirituele prijs mee gewonnen, en een prijs – geeft niet welke en waarvoor, het gaat om de kreet: prijs!, en prijs gewonnen, betekent: kassa!’ zegt Rinne. ‘Een spirituele prijs voor een neoliberaal receptenboek. Hoe smeer ik mijn boterhammen met tevredenheid en smikkel ik ze smakelijk op. Is dat niet humoristisch?’

‘Ach,’ zegt Ilham, ‘Ignaas Devisch is van 1970, dus hij zal in de negentiger jaren van de twintigste eeuw alle invloeden van het neoliberalisme hebben ondergaan, daar kan hij niets aan doen, dat hebben wij tenslotte ook. Hoe dat echter uitwerkt en vorm krijgt, verschilt per persoon. Devisch behoort als profesoor intussen tot het establishment, dus vind ik het niet zo vreemd dat hij die taal spreekt en in die concepten denkt.

Hij componeert dit essay retorisch trouwens best handig. Zo begint hij met verbinden van verontwaardiging aan rechtvaardigheid: “ verontwaardiging is de oordelende modus van verwondering die ontstaat doordat je rechtvaardigheidsgevoel is aangetast. Als je verontwaardigd bent, komt dat doorgaans omdat je een situatie afkeurenswaardig of onrechtvaardig acht en daardoor de betrokkenen veroordeelt om wat ze wel of juist niet doen. Zoals de Franse filosoof Jean-François Mattéi schrijft: zolang verontwaardiging verbonden is met het idee van rechtvaardigheid, heeft zij een morele betekenis.
Als er van die verbinding geen sprake is, krijgt verontwaardiging al snel een ranzig kantje. In zekere zin is verontwaardiging over het gedrag van anderen gemakkelijk, want het probleem ligt altijd elders.” ‘

Rinne onderbreekt: ‘Ho, stop, hij zegt: “ … zolang verontwaardiging verbonden is met het idee van rechtvaardigheid, heeft zij een morele betekenis. Als er van die verbinding geen sprake is, krijgt verontwaardiging al snel een ranzig kantje.” Wij waren en zijn verontwaardigd omdat we de bejegening van die verhongerende ouderen en de schuldenaren onrechtvaardig vinden. De koek wordt niet eerlijk en billijk verdeeld. Toch? Dus volgens Devisch heeft onze verontwaardiging tenminste geen “ranzige kantjes” of begrijp ik de man niet goed?’

‘Tot zover begrijp jij meneer Devisch volgens mij correct,’  zegt Ilham, ‘maar Devisch schakelt vervolgens die relatie tussen verontwaardiging en rechtvaardigheid uit door verontwaardiging aan het gedrag van anderen te koppelen: aan de managers van zorginstellingen en de politici die het beleid maken en aan de afpersers van de incassobureaus. Dat doet hij zonder aanwijsbare verklaring. Hoor maar: “Als er van die verbinding geen sprake is, krijgt verontwaardiging al snel een ranzig kantje. In zekere zin is verontwaardiging over het gedrag van anderen gemakkelijk, want het probleem ligt altijd elders.” Dus verontwaardiging over het gedrag van de zorgmanagers en incasso-managers is ongepast. Uiteindelijk hebben we die potsierlijke politieke pipo’s, die onze maatschappij met hun zogenaamde vrijemarkt-werking naar de gallemiezen helpen, democratisch gekozen. Tja, zo lust ik er nog wel een paar.’

Rinne leest verder: ‘  “Nogmaals in filosofisch vakjargon: in en met de verontwaardiging ontstaat een kloof tussen jou en het object van je verontwaardiging. Als je verontwaardigd bent, richt je je blik volledig naar buiten om de onvolkomenheid van anderen te registreren en van beschuldigend commentaar te voorzien.” ‘ Rinne kijkt op en zegt op vragende toon: ‘ “ …..  in en met de verontwaardiging ontstaat een kloof tussen jou en het object van je verontwaardiging” ….? Dat lijkt me prima, die kloof tussen mij en die respectieve managers die bejaarden laten verhongeren en debiteuren uitknijpen. Die kloof kan me niet wijd genoeg zijn.’

Hear, hear!’ roept Ilham, ‘natuurlijk, want jij zult zover ik jou ken geen bejaarden laten verhongeren of debiteuren tot op het merg uitknijpen en uitpersen. In het daarop volgende stukje gaat Devisch over tot substitutie en contamineert hij verontwaardiging-over met empathie-voor. Zijn diskwalificatie van “de verontwaardigde” als leugenaar vind ik ronduit beledigende bogus. Devisch: “ Naar de verontwaardigde kunnen we maar beter niet luisteren. Die is alleen maar gebelgd over de verkeerde daden van anderen omdat hij ervan uitgaat dat de mens uitsluitend op het goede gericht is. Wie doet alsof de mens een intrinsiek goed wezen is, liegt: die gaat uit van een fictief ideaalbeeld van de mens waarbij slechtheid hoogstens een kortstondige aberratie is en waarover we ons dan kunnen verontwaardigen. Anders gezegd: de verontwaardigde liegt, omdat hij of zij de mens een morele zuiverheid toedicht waaraan die niet kan beantwoorden.” Wanneer ik vanuit empathie, ja uit medelijden, met de verhongerende oudjes verontwaardigd word, ben ik volgens Devisch een leugenaar. Mijn compassie met de uitgeklede debiteuren resulteert in verontwaardiging, omdat ik vind dat een beschaafde samenleving zulk gedrag niet past. De mens de mens een wolf, dat klinkt niet gezellig. Bij mijn verontwaardiging speelt eigenbelang net zo goed een rol, want ik wil in een maatschappij leven met een kwalitatief hoog gehalte aan menselijkheid en onderling vertrouwen. Daar zijn wij rijk en welvarend genoeg voor. Alleen, de manier waarop die rijkdommen verdeeld worden, deugen steeds minder. Meneer Devisch echter wil vermoedelijk niet tornen aan de (her-)verdelingsmechanismen en verkoopt ons daarom een zogenaamd filosofisch verhaal waarin we tot onverschilligheid gemaand worden.’

‘Dat iemand voor zo’n vertoog tegenwoordig een prijs voor het “beste spirituele boek” kan winnen, vind ik toch ietwat bizar,’  zegt Rinne. ‘Ik heb nog even gegoogeld of Fernando Pessoa (“Het boek der rusteloosheid”) eigenlijk ooit een Nobelprijs had gewonnen. Quod non. Ik kon mijn verontwaardiging nog net op tijd inhouden. Dat was om de drommel niet makkelijk, want ik ergerde me meteen bont en blauw bij de gedachte dat Noam Chomsky nooit een Nobelprijs heeft gekregen, terwijl die man er ettelijke had moeten ontvangen! Niet één, maar ettelijke Nobelprijzen! In plaats van de flapdrollen die onderhand een Nobelprijs kregen. Enfin, het zal allemaal wel.’

‘Je mag je ergeren,’ zegt Ilham met een glimlach, ‘zolang je maar niet verontwaardigd raakt. Je verontwaardiging moet je bewaren voor zo’n nonsense hype als “#Me too.” Die hype lijkt trouwens speciaal gefabriceerd om te fungeren als een projectiescherm voor “VERONTWAARDIGING.” Dat is knap bedacht hoor, want zo kunnen “ze” alle verontwaardiging onder een noemer brengen en kanaliseren, weg van de objecten die werkelijk verontwaardiging verdienen. Weest bepoteld en liefst aangerand of verkracht. Me too!, ik hoor er ook bij! Noam Chomsky heeft ook dit scherp door. Geen wonder dat zo iemand nooit van zijn levensdagen een Nobelprijs krijgt.’

‘Weet je dat ik moest googelen om er achter te komen waar “#Me too” over ging?’ bekent Rinne schaapachtig. ‘Ik had het voorbij zien komen, maar de pointe ontging me compleet.’

‘Jij bent gelukkig de enige niet,’ vertelt Ilham, ‘wij hadden geen van allen meteen door waarover de commotie ging en heel eerlijk gezegd, interesseert het me ook geen ene hout.’

 

Richard Sennett & Jonathan Cobb (1993): The Hidden Injuries Of Class   –  Alfred Knopf / Random House etc.  ISBN: 0-571-16379-3

‘Fragiele middenklasse’ –  door Sacha Hilhorst en Casper Thomas in De Groene Amsterdammer 2017, nr. 30, 27 juli

Veel huishoudens zijn één tegenslag verwijderd van serieuze geldproblemen. Ook in Nederland dreigt een kwetsbare middenklasse. Niet door te luxe uitgaven. Het zijn stijgende lasten bij dalende inkomens die veel huishoudens de das omdoen.’

‘Leed vermarkt’ – door Karlijn Kuijpers, Thomas Muntz en Tim Staal beeld Olivia Ettema in De Groene Amsterdammer 2017, nr. 43, 27 oktober

‘Handel in schuld veroorzaakt grote schade in Nederland. Schuldkopers, officieuze verlengstukken van ING, ABN en andere grote bedrijven, teren op de verzorgingsstaat terwijl ze weigeren hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Bluf en intimidatie zijn hun verdienmodel.’

 

 

Work in progress

 

 

 

 

Comments are closed.