Feed on
Posts
Comments

door Jerry Mager
gepost op NELPUNTNL.nl op 29 september 2013 (bijgewerkt tot 06 oktober 2013)

 “Zo gaat het nu eenmaal met alle grote dingen,die nie ohn’ ein’gen Wahn gelingen,zoals Hans Sachs in Die Meistersinger zegt.En ook voor elk volk, zelfs voor ieder mens die rijp wil worden,is zo’n omhullende illusie, zo’n beschermende nevelwolk noodzakelijk.”
Friedrich Nietzsche (1983:86): Over nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven

Het Europese politieke establishment zit zo diep in het euromoeras, is zo bang, afhankelijk en geestelijk zo beperkt, dat het wat betreft het Europaproject geen andere koers kan uitstippelen en geen andere weg ziet dan de jammerlijke vlucht naar voren, zoals die nu plaatsvindt. Alain Minc de CEO van Alain Minc Conseil (AM Advies; jm) gebruikt weliswaar niet precies deze bewoordingen, maar na lezen van zijn artikel blijkt het hier wel op neer te komen. Zijn slotzin luidt: “ the Europeans cannot, will not, and would not even know how to throw their collective structure into reverse, that is, how to dismantle their single currency.” Dus zelfs indien de europolitici enkele stappen terug zouden willen doen met Project Europa, dan zouden ze niet eens weten hoe ze dat voor elkaar moesten krijgen. Kortom, die euromanagers zijn een stel kneuzen die zonder al te veel moeite zijn te sturen en manipuleren, als je maar de juiste wegen bewandelt en AM Conseil zal je daarbij graag adviseren.
Toen het project Europa in elkaar werd gestoken – vlak na de Tweede Wereldoorlog – was het nog als een ideaal te betitelen. Allengs blijkt het een steeds idioter ideaal te zijn. lege ballonnen -europeans

De herinneringen aan de oorlog vervagen snel en dus verandert het beeld, het idee, van  een Verenigd (federaal) Europa als ultieme bescherming tegen zo’n oorlog. Daarbij komt dat oorlogen niet langer per definitie territoriumgebonden zijn. Dat heeft voor ons in het Westen 9/11 tot nogtoe vermoedelijk het duidelijkste aangetoond. Bovendien is het denken over een gemeenschappelijke markt als middel om de respectieve natiestaten naar elkaar toe te laten groeien, in snel tempo verloederd tot het tegenwoordige naargeestige marktfundamentalisme, dat qualitate qua wezensvreemd is aan en vijandig staat ten opzichte van alles en iedereen die ook maar een greintje aan idealisme in zich zou kunnen hebben. Ons onderwijs is intussen doordesemd van dit nefaste a-humane gedachtegoed.  Mincs verhaal is daar een zoveelste bewijs van: anything goes, je kunt ieder standpunt verwoorden en verkopen als het maar flink schuift.

Een ding moge duidelijk zijn: Europa is een keihard business model waarbij het plat en pertinent om de poen gaat. Geen kinderachtige complottheorie, geen zweverige samenzwering, maar profijt en pegels, daar draait het om. In plaats van de eurozone opblazen, kun je daarom beter meeschrijven aan de euroverdragen en de europese wetgeving. Je doet er goed aan je lobbyisten als bloedzuigers op de eurocraten te plakken en te zorgen dat jouw belangen eerst komen, dat belooft de vetste winsten.
Het stuk van Alain Minc staat in de New York Review of Books, nummer 16 van jaargang LIX, 25 oktober 2012.  Op pagina 23 & 24 trekt Minc in een open brief van leer tegen: ”My Friends, the Financiers of America”.  Minc doet voorkomen alsof hij de Amerikaanse financiers die het eurodrama met leedvermaak zouden bekijken, grondig de mantel uitveegt. Daarbij dreigt en vleit hij ze tegelijkertijd. Minc richt zich met zijn stuk echter over de hoofden van zijn financiële zielemaatjes heen tot de eurocraten, de politieke zetbazen en managers van Eurodisneyland, die grotendeels nog steeds via democratische procedures op hun posities belanden. Ik kom daar later op terug.

“These days, domination does not rest primarily on engagement-and-commitment; on the capacity of rulers to watch closely the movements of the ruled and to coerce them into obedience. It has acquired a new, much less troublesome and less costly – since requiring little servicing – foundation; in the uncertainty of the ruled [précarité] as to what move, if any, their rulers may make next.”
Zygmunt Bauman (2001:41): Community  

Drie punten vallen in Mincs betoog extra op. Ten eerste redeneert hij zo dat hij de lezer met twee tegengestelde conclusies kan opzadelen: de europese politieke eenheid bestaat wel en zij bestaat tegelijk ook niet. Ten tweede spreidt Alain Minc een minachting voor de euroburger en de democratie ten toon, die iedere oprechte Europeaan en goedwillende wereldburger moet doen huiveren. Tenslotte, Alain Minc denkt nog in oude schema’s. Hij territorialiseert “het Kwaad”, hij localiseert het in de VS. Tegelijkertijd creëert Minc een vijandbeeld: de Amerikaanse financiers, die hij mijn vrienden / My Friends / mes amis, noemt. Als er een ding overduidelijk is, dan toch wel dat GELD geen thuisland kent en dat de bankiers c.s. eerder een paspoort van Goldmans Sachs en/of JPMorgan etcetera op zak hebben dan een landenpas.

Griekse bank ruines - 70 procentde kip-ei-retoriek ….
Het belangrijkste argument dat wereldwijd geldt tegen het (voort-)bestaan van de euro als eenheidsmunt voor een gebied dat geen politieke eenheid vormt – tot nogtoe heeft geen muntunie op die leest geschoeid het lang gemaakt – haalt Minc aan het begin van zijn betoog door de retorische gehaktmolen.

Minc gebruikt de retorische truc door de maatregel: invoering van de euro als eenheidsmunt, gelijk te stellen aan, te laten samenvallen met, het gewenste effect: de politieke eenheid van de Europese staten die de euro als eenheidsmunt hebben. Minc refereert aan de euro zowel als een munt (“currency”) als aan een politieke constructie (“political construct”). Omdat de euro is ingevoerd, is de eurozone een politieke eenheid, en toch ook weer niet.
Een paar regels verderop geeft hij namelijk toe dat die politieke eenheid er (nog) niet is, omdat het onmogelijk is Europa in sneltreinvaart tot een federale eenheidsstaat te smeden, zoals de Amerikanen dat zouden wensen: “Unless the Europeans race, at top speed, through every step that leads to a single federal state, the euro is doomed. Since the more astute among you are well aware that you are preaching the impossible, you view the single currency as a dead letter.” Het is allemaal de schuld van de Amerikanen, die er verkeerde ideeën opnahouden. Volgens Alain Minc bestaat de Europese politieke eenheid wel en niet tegelijkertijd. Net zoals de kat van Schrödinger op eenzelfde moment zowel dood als levend kan zijn zo lang je de doos niet openmaakt om dat vast te stellen. Hier komt het hoofdzakelijk omdat economie geen exacte wetenschap is: “Practically all causes can be said to be true and false at the same time, because economics is simply not an exact science”.
De gemeenschappelijke markt was ooit een middel om Europese politieke eenwording en het naar elkaar toe groeien van de respectieve landen te bevorderen. Inmiddels fungeert de Euromarkt als een verdienmodel voor een beperkte groep gepriviligeerden en werkt zij in plaats van als bindmiddel juist als pernicieuze splijtzwam. Ieder-voor-zich en met-elkaar-tenonder-gaan, is een curieuze soort solidariteit.

Here lies Europa grafsteen van ezelDemocratie, wat is dat?
Het treffendste is misschien nog wel Mincs minachting voor ons, de burgers die wonen in de eurozonelanden – en voor de democratie, wat dat inmiddels ook zijn moge  – want, zo zegt monsieur Minc onomwonden en recht voor zijn raap: ook al zijn die euroburgers nog zo tegen de euro zoals die vorm heeft gekregen en hen nog steeds door de strot wordt geduwd, het politieke establishment trekt zich daar niets van aan: “….  even though public opinion may differ, the governing establishment has made its choice.” Daar kunnen die ongelikte Amerikanen met hun ooit uit Europa geïmporteerde democratie natuurlijk nooit tegen op.
Het herinnert aan de hartekreet van de President van Europa (december 2011) in Florence, dat Italië geen verkiezingen nodig had om uit de narigheid te komen, maar hervormingen. Prompt werd daarop de Goldman Sachs bankier Mario Monti als president geparachuteerd.

“To limit a society to its systems of decision and maintenance is in fact ridiculous. We must learn to see it as a conditioned reflex to various forms of class society, in which the true nature of society – a human organization for common needs – was in fact filtered through the intersest in power and property which were natural to ruling groups.”
Raymond Williams (1980:131): The Long Revolution

deterritorialisatie en onvoorspelbaarheid
De naam “flitskapitaal” zegt het: onuitspreekbare en onvoorstelbare hoeveelheden van een goedje dat nog steeds geld genoemd wordt, beweegt zich nog sneller dan het licht over onze aardkloot. Dit is een pregnante modaliteit van deterritorialisatie en ongrijpbaarheid.
Degene die het inzicht dat oorlogen niet langer te beperken (to contain a war) zijn vertaalde in praktijkpolitiek, was hoogstwaarschijnlijk Mikhael Gorbachev. De sloop van de Berlijnse muur is van dat denken, van zijn inzicht, een iconisch symbool. Kernwoord in dit kader: kernenergie en kernoorlog. De kernrampen van Tsjernobyl (1986) en daarna Fukushima (2011) toonden het gelijk aan van dit gezonde denken van Gorbachev.
De Sarin-ramp in Tokio (1995) en de vernietiging van de Twin Towers  (2001) laten zien dat geen 1.000 JSF-effen tegen deze vormen van ongrijpbare, fluïde, geweldpleging zijn opgewassen. Desnoods gebruik je er andere benamingen voor dan oorlog, zoals terrorisme, maar het gegeven van niet-te-localiseren-onvoorspelbaarheid bezweer je daarmee natuurlijk niet. Ik ga hier in dit kader niet verder op in, maar wil alleen het element, de dimensie, van onvoorspelbare niet-plaats-tijdgebondenheid in gedachten brengen.

Rijnlands versus Angelsaksisch
Het is natuurlijk niet zoals Minc doet voorkomen, dat veel Europeanen geloven in een soort samenzwering, “a conspiracy of some kind among the Anglo-Saxon economies to the detriment of Europe”, maar dat het politieke establishment – daarbij in de nek gehijgd door zijn financiële bovenbazen – het Rijnlandse model aan het vervangen is door een soort Angelsaksisch business model dat nog naargeestiger is dan het origineel. Hierbij fungeert een neoliberale ideologie van het schrijnendste soort als drijvende kracht.

too big to fail too big to jail - op 45 proc grootteWat de tegenwoordige politieke managers moeten, mogen en kunnen doen van hun financiële bovenbazen die de facto aan de touwtjes trekken, is door David Graeber (2013:108) onverhuld en ad rem samenvattend omschreven: “ [D]eclare a financial crisis, appoint a supposedly neutral board of economists to slash social services, reallocate even more wealth to the richest 1 percent, and open the economy to even more pillaging by the financial services industry ….” Wij, de burgers, ervaren dat dagelijks. In Nederland bijvoorbeeld door de stijgende prijzen van treinkaartjes naast de ergerniswekkende marketingboodschappen van deze naargeestige vervoerder, die negeert dat ik alleen ben geïnteresseerd in veilig, punctueel, rap en proper vervoer; tandarts­behandelingen die qua en per codering duurder blijken uit te vallen en dan die extra handelingen verricht door medici, tandartsen andere zorgverleners, omdat ze per handeling worden betaald; stijgende school- en collegegelden vanwege onderwijsmanagers die marktconform willen worden beloond; ongelijke huishuur voor gelijke huizen, ook al vanwege marktconforme wedden van de manager-huisjesmelkers en nog een waslijst van andere zaken. Alles om de legale plunder te faciliteren. Ook onze privacy is intussen tot marktwaar gemaakt (gecommodificeerd), net als onze veiligheid, ons drinkwater, onze energiebehoefte en de lucht die we inademen.
Zelfs vergrijzen, gaat binnenkort veel geld kosten, want de neoliberalen azen op onze pensioenkassen. Er is onlangs zelfs een heus rapport over vergrijzing inNederland verschenen bij het HCSS te Den Haag, dat alvast een voorschot neemt en de sfeer voor zo’n graai lijkt te scheppen. We worden geplukt en uitgemolken door producent-leveranciers van zogenaamde diensten waarom we helemaal niet hebben gevraagd en die meestal compleet overbodig en van enkel geen nut zijn. Enige doel: factuurtjes schrijven en geld vangen. In Nederland is speciaal hiertoe het maatschappelijk middenveld in het leven geroepen. Hier kan legale plunder plaatsvinden. In het rapport “Behoorlijk Bestuur” (september 2013) is te lezen hoe managers van pseudogeprivatiseerde publieke diensten maar al te gauw vergeten dat de organisaties die zij heten te besturen publiek bezit zijn die publieke diensten voortbrengen en niet hun persoonlijke eigendom waarmee ze naar believen kunnen omspringen.
Het afkalvende maatschappelijke vertrouwen in elkaar en de politiek wordt door deze constructies en praktijken veroorzaakt en bevorderd. Maatschappijbreed broeit het diffuse wantrouwen dat zich vertaalt en transformeert in ressentiment en rancune.
Het alternatief echter is volgens Alain Minc nog veel afschrikwekkender en gaat ieders voorstellingsvermogen te boven. Alle verbeelding schiet tekort om de rampen te bevatten die het afschaffen van de eurozone en eenheidsmunt in zijn huidige vorm, tot gevolg zou hebben. Via de Amerikaanse financiers bezweert Minc de eurocraten dat ze niet willen weten wat hen te wachten staat indien ze de eurozone zoals die nu is, zouden overwegen te hervormen naar realistischer organisatievormen. Liever geplunderd en geplukt door de financiële Filistijnen dan verkracht, vermoord, ver-ast en gesmolten door de barbaren in een heuse (kern-)oorlog. Monsieur Minc is niet genegen ons enige keus te laten, zo lijkt het.Sarko en Merkel in bed

verkeerde werkelijkheid

Volgens Minc leven de Amerikanen in een compleet verkeerde wereld waar een werkelijkheid geldt die helemaal niet spoort met de werkelijkheid waarin wij, bevoorrechte en verlichte Euromunters, leven. De Europese eurowerkelijkheid is er een die bestaat uit zulke besluiten om Griekenland te steunen en die eurowerkelijkheid beschikt als bescherming zelfs over een financieel “atoomwapen ter afschrikking” (“nuclear deterrent”) van mogelijke aanvallers, in de vorm van de beloften van Mario Draghi en Angela Merkel “to intervene as often and as much as needed, that is to say, without limits, in oder te preserve the euro.” De president van de ECB Mario Draghi en de Duitse Bondskanselier Angela Merkel zijn kortom bereid door te vechten tot de laatste Eurozombie. Parmantig verzekert hij de Amerikaanse barbaren: “The European decision-making process may well be tortuous, clumsy, and hardly transparent to the broader public, but it works.” Dat alles zich afspeelt buiten het gezichtsveld van het grote publiek, dat er niets van snapt en slechts lijdzaam de nare gevolgen van die beslissingen kan verduren, schijnt Minc als verwaarloosbare “collateral damage” te beschouwen.

“Since any aspect of a social association that is experienced as rewarding, however, can be analytically distinguished from the association itself, the significance of an association is purely intrinsic only when a variety of rewards it provides have become fused and thus inseparable from it.”
Peter M. Blau (1964:59): Exchange and Power in Social Life

Minc schuwt de grote woorden allerminst. Hij gebruikt de associatie met nucleare oorlogvoering twee maal: op bladzijde 23: “Angela Merkel would deploy a “nuclear deterrent” with respect to the markets” en op de volgende bladzijde nogeens: “Now, thermonuclear warfare aside, there is no greater or more dangerous unknown for a European country than an exit from the euro.”

Zijn filippica adresseert Minc weliswaar aan de Amerikaanse financiers, maar hij richt zich nadrukkelijk tot het Europese politieke establishment, dat het niet in zijn hoofd moet halen ook maar de schaduw van een gedachte te koesteren aan het vrijwillig uit de eurozone stappen van een lidstat, of een lid van de eurozone te wippen. De gevolgen van slappe knieën op dat punt zouden volgens Minc van apocalyptische aard en omvang zijn.

chauvinisme, een Frans woord?
Het is bepaald opbeurend om te lezen dat Minc er apetrots op is Fransman te zijn en dus de Duitsers (de Engelsen krijgen er ook een paar) enkele vileine vegen uit de pan meegeeft. Het idee van Europese eenwording is bij Alain Minc in goede handen, dat zweet zijn hele betoog uit. Denken de Amerikanen nu heus dat de Duitsers zich niet bewust zouden zijn van de enorme economische voordelen die zij van de euro plukken? De Duitsers zijn egoïstisch genoeg om te beseffen dat de huidige economische crisis voor hen een zegen betekent “by exerting downward pressure on exchange rates. Even the nationalist tabloid Bild has been forced to acknowledge this point.”    french_pin-up_with_baguette_en long, large .....
Met de Engelsen is het maar droef gesteld. Zij hebben ondanks hun enorme deficiet toch een triple-A rating van de kredietbeoordelaars / rating agencies gekregen, alleen omdat die vertrouwen dat de Engelse Centrale Bank zoveel geld kan bijdrukken als ze wenselijk acht en niet omdat de economische prestaties van Engeland het rechtvaardigen.
Griekenland is huilen met de pet op. De Grieken laboreren niet aan gebrek aan concurrentievermogen en -kracht, aldus Minc, maar aan een verzakende overheid, die geen belastingen int en die de kerk en de rijke reders vrijstelt van belasting. Als dat vuiltje wordt weggewerkt, zou Griekenland volgens Minc onmiddellijk een overschot op haar betalingsbalans vertonen.
Minc: “The one country, however, where the focus on competitiveness is completely justified is France. The scope of the trade deficit offers clear proof of that fact. But as focused on the competitiveness of southern European countries as the markets may be, for now they have completely overlooked France—which, as a Frenchman, only fills me with joy!” Het Freude! Freude! Alle Menschen werden Brüder schalt je uit Mincs artikel tegemoet.

Volgens Minc begrijpen de ongepolijste Amerikanen geen snars van dit ragfijne Europese gebeuren en dat verbaast hem niets: “because you fail to fully appreciate the ins and outs of European politics. Accustomed to the backroom dealings of Washington, you instinctively discount the “stop and go” progress of American economic policy. Untutored in the complexities of European politics, you expect from the European Union a mechanical simplicity of operation that is by definition impossible to attain in any democratic system, much less the kind of highly sophisticated and idiosyncratic construction we have in Europe.” Ziezo, hier kunnen die Yanks het voorlopig mee doen. Geen wonder dat ze Alain Minc ampele gelegenheid bieden zijn visie en opvattingen  te spuien in een gerenommeerd Amerikaans blad. Wie iemand als Alain Minc als medestander en pleitbezorger heeft, heeft geen vijanden en tegenslagen meer nodig.

Je zou het stuk van Alain Minc evengoed kunnen beschouwen als een open invitatie aan financiële speculanten om de euro ernstig te shorten, want met zulke intellectuele kanjers en kiene adviseurs als hij  – Minc heeft een politiek consultancy bureau – kan het gewoon niet goed gaan met die euro en het Project Europa. Europa als weerloos slachtoffer en willige prooi; dat moet graag zo blijven om de plunderaars hun gang te kunnen laten gaan, als de politieke zetbazen zich dat maar terdege realiseren en geen domme dappere dingen willen gaan doen in het belang van de europese burgers die hen gekozen hebben. Als de europolitici het spel meespelen, zit er voor hen ook flink wat aan de strijkstok. Natuurlijk is dat een fooi vergeleken bij wat de financiële jongens binnenhalen, maar de doorsnee europapoliticus heeft nog nooit zoveel geld bij elkaar gezien en op de gewone arbeidsmarkt zal hij of zij nooit zo’n wedde kunnen bedingen. Dit soort geld (en status) kunnen vele carrière-politici alleen via hun politieke clubs scoren, als ze maar gehoorzaam in de pas blijven lopen.de Gaulle en Adenauer
Minc eindigt zijn stuk alsof hij een sprookje voor het slapengaan vertelt. Hij is overtuigd dat zijn sceptische publiek op een dag zal ontwaken en dan net als hij onvoorwaardelijk in het voortbestaan van de euro zal geloven, want die euro kàn volgens Minc gewoon niet verdwijnen en dat heeft niets met economie te maken. Voor menige Europeaan moet dat een nachtmerrie zijn. De Amerikanen hebben meneer Minc niet voor niets bijna twee A-3 pagina’s ter beschikking gesteld om zijn sprookjes te spuien.

in de winkel van Sinkel, is alles te koop
Alain Minc handelt in advies (conseil). Advies verkopen, is zijn negotie. Advies, raad, consult en lobbyen, het ligt in elkaars verlengde. Wanneer iemand zegt: Mag ik je een goede raad geven? Dan behelst dat in 9 van de 10 gevalleen een waarschuwing en soms zelfs een dreigement.
Waarom Alain Minc voor zijn open brief bijna twee pagina’s in de New York Review krijgt, vraag ik mij af. Misschien is Minc erg bekend in kringen waarin ik mij niet beweeg en die ik niet volg, want ik had nog nooit van AM gehoord. Misschien heeft AM Conseil de ruimte gekocht of geruild tegen een wederdienst. Ik weet het niet, maar ik houd alle mogelijkheden open.

Mincs  open brief laat zich op tenminste 3 manieren lezen.

1.  Een oprecht pleidooi van een Franse europeaan, die de Amerikaanse financiers op het hart bindt niet negatief over de euro te (blijven) denken, spreken of schrijven. Dat is ook niet in hun belang. De euro kan van zich af bijten en de euro is een blijvertje;

2.  een lobby-boodschap die ertoe dient de euromanagers te waarschuwen het niet in hun hoofd te halen de euroconstructie anders te willen inrichten dan totnogtoe en voor de toekomst is gepland. Wie bij de huidige euroconstructie het meeste belang hebben, is moeilijk eenduidig vast te stellen, maar dat bepaalde groepen er flink garen bij spinnen, moge duidelijk zijn. Inmiddels hebben gekozen politici het lang niet meer voor het zeggen en zijn het de financiers die bepalen wat er gebeurt. De rekening van Eurodisneyland wordt hoofdzakelijk door de burger betaald, maar het Grote Verhaal moet vanzelfsprekend liefst alleen de voordelen belichten en alternatieven als afschrikwekkend afschilderen;vos finance met kip EU bij de strot

3. met zijn “waarschuwing / pleidooi” legt Minc de zwakke plekken van de euro nogeens extra bloot en zijn open brief is een open invitatie om tegen de euro te speculeren, zoals bijvoorbeeld George Soros dat in 1922 tegen het Britse pond deed. Alleen zou het dom zijn om de kip met de gouden eieren meteen kapot te speculeren, dus betracht prudentie en richt je op de lange termijn winsten. Aan het project Europa valt veel geld te verdienen, als je het handig speelt.
Door adviezen kun je evengoed een werkelijkheid beïnvloeden of scheppen, net zoals je dat middels onderzoek kunt bewerkstelligen, omdat de vragen die je stelt immers een andere werkelijkheid oproepen (“actie-onderzoek”).

Er zijn legio modaliteiten mogelijk die deels op mengvormen van bovengenoemde categorieën zouden zijn terug te voeren. Wat Alain Minc drijft en beweegt, weet ik natuurlijk niet. Ik interpreteer slechts zijn open brief en sluit daarbij bijna geen scenario uit.

de rol van de politici bij dit alles?
Politici moeten vooral geen moeilijkheden maken voor de financiële filistijnen, zich coöperatief opstellen en liefst faciliterend opereren.
* Politici kunnen bijvoorbeeld, zoals in Nederland in 2006 gebeurde per ministerieel decreet van CDA-minister A.J. de Geus, de rekenrente van de pensioenfondsen aan de marktrente koppelen. Toen daarna in 2008 de kredietcrisis uitbrak – volkomen onvoorzien en overwacht, natuurlijk! – en de rente kelderde, bleken de pensioenfondsen op papier te weinig geld in kas te hebben en konden pensioenkortingen doorgevoerd worden.
* Politici kunnen publieke diensten en instituties privatiseren en ze zodoende laten exploiteren door op winstgerichte marktpartijen voor wie het publieke belang niet telt.
* Politici kunnen de pensioenleeftijd verhogen en ons langer laten doorwerken voor lagere lonen en minder pensioen, opdat het Marktrendement gemaximeerd wordt. Langer leven stellen deze  simpele politici zo maar gelijk aan oud-worden-zonder-aftakeling-en-ziekte. Politici zijn simpel als het hen zo uitkomt.
* Politici kunnen de arbeidswetgeving “hervormen” waardoor werknemers geen ontslagbescherming meer genieten en makkelijk ontslagen kunnen worden – dat heet een flexibele arbeidsmarkt. De motivering: we vergrijzen en we moeten concurrerend blijven met China, India en de rest van de opkomende landen.
* Politici kunnen ook JSF-fen en ander peperduur wapentuig bestellen, waardoor de druk op de nationale begroting toeneemt en begrotingstekorten meteen een realistischer sausje krijgen.
* Last but not least: politici kunnen Europa gestaag uitbreiden door er van alles bij te trekken en iedereen binnen te halen, ook als tevoren vaststaat dat het blokken aan ons been zullen zijn en ze het lekkende euroschip nog eerder zullen doen zinken, als we niet dag en nacht hozen en aan de pompen staan.
Politici kunnen kortom als bruikbare waterdragers voor de financiële sprinkhanen fungeren.Euro_Cartoon - 75 procent grootte

drie categorieën politici
Ik onderscheid inmiddels en voorlopig drie soorten politici. De categorieën zijn niet waterdicht en overlappen elkaar ten dele waarschijnlijk, bovendien kunnen personen tusssen de categorieën heen en weer springen.
I. De useful idiots. Dit zijn politici die werkelijk overtuigd zijn dat ze voor het algemeen belang op de bres staan en door hard aan dit Europa te sleuren de enige voor ons begaanbare weg bewandelen. Intussen worden ze gebruikt en gemanipuleerd, zonder daar zelf al te zeer erg in te hebben. Deze categorie bevat de minst-intelligente types: weinig benul, niet in staat grotere verbanden te zien en er langere termijn-visies op na te houden, maar vaak sociaal vaardig en zeer wel bruikbaar als uithangbord, reclameroeptoeter en hofnar.
Ik heb het idee dat deze categorie als interimmanagers van sub-middelmatig allooi steeds vaker worden neergepoot op departementen die grote en ingrijpende ” “hervormingen” ” moeten verhapstukken (bijvoorbeeld momenteel inzake onze pensioenen). Een bescheiden intelligentie, geringe domein- en materiekennis, wordt door de diverse belanghebbenden, die over de verdeling en bezetting van de plucheplekken gaan, dan juist als een voordeel – een asset – zwaar meegewogen en ingecalculeerd.
II. De hebberige haaibaaien, de geslepen gladakkers die donders goed door hebben waar Abraham de mosterd haalt en het spel slim meespelen, zodat tenminste zijzelf er gunstig uitspringen. In deze categorie overheersen boerenslimheid en cynisme. Hun devies luidt: na ons de zondvloed!
III. De oprechte integere idealisten, die zich te goeder trouw voor de Algemene Zaak inzetten en misschien ook nog denken dat ze de rol van burgemeester in oorlogstijd moeten vervullen en het systeem van binnenuit denken te kunnen hervormen. Deze categorie bevat de geestelijk meest-getalenteerden die intellectueel het meeste in hun mars hebben. De authentiek-oprechten stappen vaak na enige tijd uit, of ze gooien de handdoek in de ring, geven in arren moede de pijp aan Maarten of sluiten zich aan bij I of II (the corrosion of character > Richard Sennett). Vooral wanneer hun financiële situatie nijpend is of wordt. Neem iemand dat maar eens kwalijk. Het hemd blijkt meestal nader dan de rok en van idealen kun je met je gezin niet eten.
Personen uit categorie III zullen eerder naar en tussen I en II pendelen of migreren, dan dat leden van categorie I naar III schuiven. Dit omdat intelligentie een beperkt, beperkend en schaars goed is. Iemand kan van overtuiging en houding veranderen, maar aan een IQ schijnt het moeilijk sleutelen te zijn. Ook waardencomplexen schijnen tamelijk taai en lastig te kneden.

De kunst is om de crisissituatie maximaal te houden, zonder de boel compleet op te blazen, want dan slacht je de kip met de gouden eieren. Breekt er straks wederom een “Financiële Crisis” uit, dan moet er tenslotte genoeg geld zijn om de banken opnieuw “te redden”. Politici die het spel meespelen, kunnen rekenen op lucratieve doorgroeiposities met de bijbehorende statussymbolen. Het binnenhalen van landen die qualitate qua niet meekunnen met de gezonde europese economieën van de eurozone, garandeert permanente crisis. Permanente crisis vraagt om no nonsense leiderschap met hard ingrijpen, veel snoeien en bezuinigen (op bepaalde plekken tenminste) en het in de ijskast zetten van de democratie. Daarvoor in de plaats bied je het volk bijvoorbeeld nepverkiezingen zoals: Wie is de beste premier van Nederland? Wie is de winnaar van The Voice? Daarmee geef je de burger de illusie dat hij toch nog enige invloed kan uitoefenen, dat hij toch nog iets te kiezen heeft.

De heer Alain Minc kan in feite niet anders dan dreigen en vleien, want andere smaken zijn er niet.
Immers, in een Europa waar ieder-voor-zich en winner take all intussen tot staatsreligie zijn verheven en de solidariteit systematisch afgebroken wordt, kun je moeilijk beginnen over solidiar zijn met de Grieken of de Ieren of Bulgaren – laat staan de bankiers. Dus moet je spelen op eigen belang: onze pensioenen en spaargelden zitten in Griekenland en andere krakkemikkige negorijen die godbetert tot de eurozone zijn toegelaten, en daarom moeten we die jongens wel steunen. Zodoende komt Minc op de proppen met een advertorial voor consultancy-bureau “Alain Minc Advies” waarin hij demonstreert alle boodschappen te kunnen slijten die de klant wenst. Weliswaar speelt hij hiermee feilloos in op de smaak van de tegenwoordige afnemers van dergelijke diensten, maar Europa noch de politiek in het algemeen zijn hiermee gebaat. Precies deze mentaliteit van anything goes heeft ons in het moeras doen verzeilen waarin we nu tot onze nek zitten en steeds dieper wegzakken.

Het kan allemaal nog op een miserabel misverstand blijken te berusten, want Minc heeft zijn stuk in het Frans geschreven en het naderhand laten vertalen in het Engels. Ik heb het Franse origineel nog niet kunnen vinden op internet. Wel een andere open brief van Minc aan weer andere vrienden, uit 2009, in de Figaro. Minc heeft friends in high places, zo blijkt uit zijn open brieven. Vermoedelijk hengelt hij vooral naar vrienden-afnemers van zijn consultancy-diensten.  Misschien dat deze open brief, aan zijn Amerikaanse vrienden, bij een volgende WikiLeaks boven water komt?

 

Mountain-tops bankiers guillotine

 

Literatuur:

Alain Minc (2012): An Open Letter to My Friends, the Financiers of America / in The New York Review of Books, vol. LIX, nr. 16; 25 oktober – 7 november 2012: 23-24

Zygmunt Bauman (2001): Community. Seeking Safety in an Insecure World / Cambridge & Oxford UK, Malden USA: Polity / ISBN 0-7456-2635-1 (pbk)

Peter M. Blau (1964): Exchange and Power in Social Life / New York, London, Sydney: John Wiley / ISBN 0 471 08030 6 (hbk)

David Graeber (2012/2011): Debt: The First 5,000 Years  /  New York: Melville House /  ISBN  978-1-61219-129-4 (pbk)

David Graeber (2013): The Democracy Project: a History, a Crisis, a Movement  /  New York: Spiegel & Grau / ISBN 978-0-553-84098-8 (pbk) / ISBN e-book: 978-0-679-64600-6

Friedrich Nietzsche (1983): Over nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven / Groningen: Historische Uitgeverij / ISBN 90 6554 011 3 vertaling van: Unzeitgemäsze Betrachtungen – Zweites Stück: Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (pp. 209-285) / Frankfurt/M – Berlin – Wien: Ullstein Buch Nr. 35071 / ISBN 3 548 35071 2 (pbk)

David Osborne and Ted Gaebler (1993): Reinventing Government. How the Entrepreneurial Spirit is Transforming the Public Sector / New York, London, etcetera: Plume Books – Penguin / ISBN  0-452-26942-3  (pbk)  //  9 780452 269422  

Karl Polanyi (2001/1944): The Great Transformation. The political and Economic Origins of Our Time  / Boston, Mass.: Beacon Press /  ISBN  978-0-8070-5643-1 (pbk); Voorwoord van Joseph Stiglitz, pp. vii – xvii

Raymond Williams (1980/1961): The Long Revolution  /  Harmondsworth UK, New York, etcetera: Penguin Books /  ISBN  14 02.0762 7

Sheldon S. Wolin (2008): Democracy Incorporated. Managed Democracy and the Specter of Inverted Totalitarianism  / Princeton and Oxford: Princeton UP  /  ISBN 978-0-691-14589-1 (pbk)

 

 

 

Comments are closed.