Feed on
Posts
Comments

In zijn boek “De verweesde samenleving” uit 2002, legt Pim Fortuyn (1948 – 2002) in heldere taal uit hoe we eventueel de oorzaken kunnen duiden van de netelige situatie waarin we momenteel verkeren.
Ik heb citaten uit de Hoofdstukken 16 en 17 van het boek hieronder op de site gezet. Vanwege de leesbaarheid laat ik aanhalingstekens weg. Het zijn op enkele kleine redactionele ingrepen na, letterlijke citaten. Aan het eind volgen de de inhoudsopgave en de bibliografische gegevens.
Het boek is te koop in papieren en digitale vorm.

Jerry Mager

 

omslag Verweeds Saleving_70prct

‘Verantwoording’  blz. 7 – 11

Sedert 1990 houd ik [Pim Fortuyn] mij bezig met de intrigerende omgang van ons land met de moderniteit. Een omgang die wordt gekenmerkt door een collectieve negatie door de elites van ons land van de problemen die moderniteit oproept. Nu we ze meer dan ooit nodig hebben, blijven maatregelen van formaat uit. In Nederland wordt een stille en somtijds geniepige strijd gevoerd van de gevestigden tegen de buitenstaanders, met als doel de laatsten buiten de deur te houden.

Een gemeenschap is dat begrip niet waardig als zij niet beschikt over een bewust en collectief beleefd stelsel van normen en waarden en geen mechanismen kent die dat stelsel formuleren, handhaven, overdragen en zo nodig bijstellen om het geschikt te maken voor de nieuwe tijd. Deze kritiek heb ik mij zeer ter harte genomen en het resultaat daarvan ligt voor u in de vorm van een religieus-sociologisch traktaat: De verweesde samenleving.

Hoofdstuk 16 ‘Is Nederland vol?’ blz. 178 – 198

citaten VWS h.16_1_70prct

 

In tegenstelling tot hetgeen gebruikelijk is, zal ik het vreemdelingenvraagstuk in het algemeen en dat van de asielzoekers in het bijzonder niet benaderen vanuit de positie van de vreemdeling en de samenleving waar hij of zij vandaan komt, maar vanuit de mogelijkheden en problemen van de Nederlandse samenleving. Dit keer dus geen beschouwing van buiten naar binnen, maar een van binnen naar buiten. Een dergelijke aanpak leidt onvermijdelijk tot andere conclusies.
Conclusies die in eerste aanleg harder lijken voor de vreemdeling die aan de poorten van de westerse samenlevingen klopt. De inzet is evenwel het behouden van leefbare samenlevingen en dat is uiteindelijk ook in het belang van de vreemdeling die zich hier metterwoon mag vestigen.

Nog geheel niet verwerkt is de inburgering van grote groepen gastarbeiders in onze steden en dorpen, met name niet van de burgers afkomstig uit landen als Turkije en Marokko. Hun onbedoelde verblijf hier is een uitvloeisel van veranderde maatschappelijke inzichten, zowel van de betrokkenen zelf als van de Nederlandse samenleving.
Een vrij snel daarop volgende economische structuurverandering, die ervoor heeft gezorgd dat in Nederland eenvoudige arbeid in het tijdsbestek van ruim één decennium op grote schaal is verdwenen, heeft een flink deel van de voormalige gastarbeiders en hun gezinnen in een forse achterstandspositie geplaatst. De werkloosheid en de non-participatie in het arbeidsproces onder deze groepen zijn zeer hoog en ook de tweede generatie kampt met grote problemen voor wat betreft de integratie in de wat kansrijkere segmenten van de Nederlandse samenleving. Het ontbreken van voldoende laaggeschoold tot ongeschoold werk is de belangrijkste remmende factor in een mogelijk integratieproces van deze groepen in de Nederlandse samenleving.
Gesproken kan worden van een omvangrijke stagnatie die voor groepen van hen nu reeds meer dan vijfentwintig jaar bestrijkt.

politicus regisseur

Instroom van vreemdelingen

Het meest recent is natuurlijk de toestroom van vreemdelingen naar dit deel van de wereld uit alle mogelijke landen. Na de val van de muur in 1989 is dit migratieproces in een stroomversnelling gekomen en de laatste tien jaar dreigt dit voor ons land onbeheersbare proporties aan te nemen. Aan verwerking van dit gegeven zijn we niet of nauwelijks toegekomen, mede doordat er een nauwelijks te doorbreken taboe berust op dit onderwerp.

De problemen concentreren zich op al die medeburgers die komen uit cultuurgebieden die ver tot zeer ver af staan van de onze. Meer in het algemeen kan worden gesteld dat de islamitische culturen ver af staan van de joods-christelijk humanistische cultuurgebieden. Opmerkelijk genoeg leveren de niet-islamitische Verre-Oostenculturen de minste problemen op bij het zoeken van een plek in de westerse wereld, zowel in Europa als in de Verenigde Staten van Noord-Amerika.
De problemen inzake integratie en wederzijdse acceptatie spitsen zich toe op de relatie van de dominante joods-christelijk humanistische cultuur enerzijds en de islamitische cultuur anderzijds. Ik spreek hier uitdrukkelijk in de veel bredere termen van cultuur dan van godsdienst. Een godsdienst kan men verlaten, zoals in ons land op grote schaal gebeurt,een cultuur kan men echter niet verlaten.

Integratie

citaten VWS h.16_3 grote winsten
Integratie is dus noodzakelijk, maar dan moet men wel weten waarin geïntegreerd moet worden.
Hier bijt de ontwikkeling van onze cultuur zichzelf in de staart. Het alom heersende cultuurrelativisme geeft op de essentiële vraag, wat is dan onze cultuur en welke normen en waarden drágen deze cultuur, nauwelijks enig antwoord. In dat relativisme is dat immers allemaal relatief en in hoge mate individueel bepaald. De feitelijke situatie in Nederland komt daarmee al aardig overeen.
Zelfs de overheid slaagt er niet in, sterker nog doet geen pogingen meer, om deze vragen van een coherent antwoord te voorzien. De politiek benadert normeringsvraagstukken nog slechts vanuit een technocratische invalshoek en ook dat gebeurt nog hapsnap en zonder degelijk onderzoek. De meeste door de wetgever geproduceerde regelgeving wordt niet serieus getoetst op haalbaarheid en uitvoerbaarheid, laat staan dat zij wordt getoetst aan een gedefinieerd normen- en waardensysteem dat het centrale element van onze cultuur zou moeten vormen.

In het noodzakelijke integratieproces staan wij als samenleving cultureel gezien uiterst zwak, we zijn niet meer dan een reus op lemen voeten. En die valt na verloop van tijd om, zoals we in het Oosten betrekkelijk kort geleden nog mochten aanschouwen.

Onze uitgangspositie voor de grootschalige integratie van burgers afkomstig uit verder van ons afstaande culturen is dus bepaald niet sterk en dat blijkt ook uit de resultaten die we de afgelopen twintig jaar hebben geboekt. Die zijn ronduit teleurstellend voor de burgers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst. Er is weinig reden om daar luchtig overheen te stappen.

citaten VWS h.17_55_elite richtingloos

Achterstandswijken

De integratie en opvang van vreemdelingen is geen probleem van dé Nederlandse samenleving, maar een probleem van de achterstandswijken in steden van enige omvang in Nederland. De beleidsmakers en politici wonen daar over het algemeen niet, net zomin als de openbare mening bepalende cultuurrelativisten daar wonen.

De integratie- en opvangproblemen zijn geconcentreerd in sociaal, economisch en cultureel uitermate zwakke (groot)stedelijke buurten. Het verdelen van die lasten over de gehele bevolking komt bij niemand op. De vraag of Nederland vol is, dient dus niet in de eerste plaats te worden gesteld aan de bewoners van middenstandswijken, doorzonwijken en villaparken, maar dient gesteld te worden aan de bewoners van de achterstandswijken. Aan hen dient de vraag te worden voorgelegd of ze deze situatie aanvaardbaar vinden en van mening zijn dat er nog meer mensen, van buiten Nederland uit nog andere culturen, bij kunnen. Want daar zal het in de praktijk toch op neerkomen.

De vraag laat zich nu stellen of Nederland vol is. Deze vraag kan alleen op een onbevangen manier onder ogen worden gezien, als we bereid zijn het verleden te verwerken. Dat wil zeggen, ons verleden met de joodse medeburgers, ons koloniale verleden en het recente verleden van de grootschalige import van gastarbeiders. Het verwerken daarvan stelt ons in de gelegenheid om nuchter, zonder vooroordeel en zonder taboes te kijken naar het vraagstuk van een multiraciale en multiculturele samenleving.

Elke stad van enige omvang in Nederland is inmiddels in het bezit van een of meer van dergelijke woonwijken, waar de bewoners behoren tot de kansarmen en over het algemeen leven van een verzorgingsarrangement. Kinderen die opgroeien in een dergelijke omgeving zijn voor het merendeel gestempeld tot de kansarmen van morgen. In hoog tempo wordt hier de voedingsbodem gecreëerd van een maatschappelijke ontwrichting die ons de komende decennia nog veel kopzorgen zal geven. Bezien vanuit de achterstandswijken is Nederland zeker vol. Er kan geen vreemdeling meer bij. Een echt spreidingsbeleid zit er vooralsnog niet in.

Segregatie > kloof tussen arm & rijk Nederland segregeert in hoog tempo, niet alleen sociaaleconomisch en cultureel maar ook ruimtelijk. Armoede en slechte kansen huizen bij elkaar in heuse getto’s! Het is daarom de hoogste tijd dat Nederland een omvattend vreemdelingenbeleid gaat voeren. In dat beleid dienen de reële mogelijkheden van ons land op sociaal, economisch en cultureel gebied tot uitgangspunt te worden genomen. Hetgeen iets heel anders is dan de reële noden van de vreemdeling tot uitgangspunten nemen.
Een hard standpunt, maar wel realistisch als we bedenken dat in een verloederde samenleving niemand het meer naar de zin heeft, ook de vreemdeling niet. In een dergelijk beleid zullen kwantitatieve aspecten net zo goed een rol moeten spelen als kwalitatieve aspecten. We zullen vast moeten stellen hoe groot het jaarlijks contingent aan vreemdelingen is dat wij hier reëel kunnen opvangen, waarbij de culturele component zeker een rol moet spelen.
De opname van een persoon uit ons cultuurgebied is iets heel anders dan iemand uit een ver van onze cultuur verwijderd cultuurgebied. Een quotumbeleid inzake de opvang van asielzoekers lijkt mij in dit verband onvermijdelijk.

Naar mijn mening is er alle aanleiding een restrictief vreemdelingenbeleid te voeren, met name ten aanzien van die vreemdelingen die op korte termijn geen bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse economie en samenleving en die een fundamentalistisch islamitische achtergrond hebben. Met een dergelijk restrictief toelatingsbeleid zijn we er overigens nog lang niet. Dat ontslaat ons allerminst van de plicht en de noodzaak om er alles aan te doen om de onderklasse in onze samenleving perspectief te bieden en dus ook diegenen die daarin verkeren en van buitenlandse herkomst zijn.

Fortuyn boeken1-80prct

 

Hoofdstuk 17  ‘Op weg’   blz. 200 – 211

De verraden onderklasse

De onderklasse heeft in politiek opzicht nauwelijks een stem van betekenis meer. Haar natuurlijke heraut, de Partij van de Arbeid, heeft haar verraden.
De partij schrok er zelfs niet voor terug om ten behoeve van deelname aan de regering in 1994 het grootste naoorlogse verkiezingsbedrog te plegen en afwijkend van het verkiezingsprogramma de bezuinigingsdoelstelling bij te stellen van 8,5 miljard gulden naar 18,5 miljard gulden, een ruime verdubbeling die zelfs met het argument van de noodzaak van het sluiten van compromissen ten behoeve van coalitievorming niet viel te rechtvaardigen.

Veel erger nog is het dat die partij een volstrekt blinde vlek heeft ontwikkeld voor het gegeven dat iemand die zich inlaat met de onzekere inkomensgarantie door de verzorgingsstaat, zich niet alleen min of meer van een inkomen verzekert, maar bovendien zijn ziel verkoopt aan de duivel. Vanaf dan is hij zijn zelfstandigheid, zijn recht op zelfbepaling kwijt, worden zijn vitale potenties onbenut gelaten of zelfs ronduit tegengewerkt en is niet hij maar de staat verantwoordelijk voor zijn levensperspectief. Een letterlijk mensonwaardige situatie.

Maakbaarheidsideaal

In de discussies van de afgelopen vijftien jaar over de mogelijkheden en vooral de onmogelijkheden van de politiek is fors afgerekend met het maakbaarheidsideaal van met name de sociaal-democratie. De gedachte dat de samenleving maakbaar is, is vervangen door de idee dat dit niet zo is. Een buitengewoon armetierige oplossing voor de teleurstelling dat menselijk handelen slechts zeer ten dele door de centrale regie van de politiek is te beïnvloeden en dat de resultaten van dat handelen zelden het beoogde resultaat laten zien. Veeleer blijkt dat de bedoelde gevolgen niet worden gerealiseerd, en om het nog erger te maken, niet zelden het tegenovergestelde resultaat hebben.

Over de gehele linie is sprake van een gesloten maatschappij van gevestigden die alles in het werk stellen om de buitenstaanders, zij die op de een of andere manier buiten de boot zijn gevallen, en de nieuwkomers buiten de deur van hun bolwerken te houden. CAO’s fungeren als instituties om degenen die buiten het proces van betaalde arbeid staan ook buiten dit proces te houden, dit alles onder het mom van verworven rechten en omkleed met een retoriek die zou doen vermoeden dat het handhaven daarvan juist beoogt om buitenstaanders ook een kans te geven.

De vakbeweging, eens een organisatie die zich met name bekommerde om de verbetering van het lot van de in vele opzichten buitengeslotenen, heeft zich ontwikkeld tot een organisatie die zich nog steeds bedient van de klassieke argumenten en bijbehorende retoriek, maar die feitelijk slechts uit is op het handhaven en zo mogelijk verbeteren van de rechten van hen die zich achter de veilig gewaande wallen van de CAO bevinden.

citaten VWS h.17_4

Het establishment

De elite wordt in rap tempo Europeaan en in meerdere mate wereldburger. Haar oriëntatie in cultureel en economisch opzicht is de wereld, letterlijk. Zij laat de onderklasse en grote delen van de middenklasse, die dit perspectief niet hebben, verweesd en zonder leiding achter. Zij vindt het zelfs niet nodig om voor hen een perspectief te schilderen, een beleid te ontwikkelen waarin de regio, de natiestaat en de grotere verbanden op Europees en wereldniveau een plek krijgen, waardoor de wereld ook voor hen die die grote sprongen niet zullen maken, herbergzaam blijft.

Het afzweren van het maakbaarheidsideaal genereert een egocentrische, verantwoordelijkheid ontlopende en onverschillige elite. Het bevordert de segregatie van ons soort samenlevingen, tast de samenhang daarin aan en leidt tot een uitermate gevaarlijk cultuurrelativisme dat roept om een reactie en wel om een reactie van de achterblijvers. Als de elite blijvend weigert zich dit aan te trekken en dit probleem serieus te nemen, dan zullen de achterblijvers hun eigen wereld scheppen. Een eng nationalistische wereld, waarin het eigen volk eerst komt. Dat valt niet hun te verwijten, maar de elite die hen aan hun lot heeft overgelaten.

Christendemocratie

Buitengewoon teleurstellend in deze is het optreden van de christendemocratische politieke formatie in onze samenleving. Zij heeft op geen enkele manier het antwoord op de hierboven abstract aangeduide maatschappelijke desintegratieprocessen. Sterker nog, het antwoord bij uitstek, het moreel geïnspireerde antwoord, blijft zij volledig schuldig.
Aan alle desintegratie bevorderende schaalvergrotingsprocessen heeft zij niet alleen van harte meegedaan, maar ze heeft ze nog ontworpen ook. De christen-democratie is volstrekt ongeloofwaardig als zij aankomt met het concept van de zorgzame samenleving en tegelijkertijd wet- en regelgeving indiceert die kleinere verbanden vernietigt of op zijn minst het leven buitengewoon moeilijk en onaangenaam maakt.
Dit is het resultaat van de omvorming van een ideële beweging die wel degelijk de maakbaarheid in het vaandel schreef, al was het besef diepgeworteld aanwezig dat dit een maakbaarheid was van de soort die zondige mensen nu eenmaal aankleeft, maar die opgaf voor de macht, de dans om het gouden kalf.
De omvorming van deze ideële beweging in een technocratische bestuurderspartij is, in haar termen gedacht, niet minder dan blasfemie, alle ideologische rimram over goed rentmeesterschap ten spijt. Christus zou deze bestuurlijke sjoemelaars zonder omwegen uit Zijn tempel hebben verjaagd. Zij zijn de farizeeërs van deze tijd.

Liberalisme

Het liberalisme vormt daarop allerminst een antwoord gezien de blinde vlek die het heeft voor de zorg voor samenlevingsverbanden. Het ontbreekt haar ook aan passie, de muze van de politiek.  Passie is niet zonder gevaar, daar kunnen wij in ons deel van de wereld, gezien een lange geschiedenis, over meepraten. Passie heeft maar al te dikwijls geleid tot afschuwelijke situaties, waarin het individu minder dan niks was.

Passie is dus gevaarlijk als zij niet is ingekaderd in het besef van respect voor het individu, in het besef dat ieder mens telt. Maar zonder passie, zonder hartstocht, zonder geloof in de maakbaarheid van de samenleving, óók geen samenleving. Maar slechts een min of meer gereguleerd verband van naar winstoptimalisatie strevende individuen. Dat is een samenleving zonder verband, zonder cement, een kille samenleving waarin ongewild het recht van de sterkste het recht is.

In zo’n samenleving, de onze dus van dit moment, kunnen de sterken legaal en ongebreideld streven naar het almaar verbeteren van hun materiële en immateriële positie en is de bijklussende bijstandtrekker al snel een fraudeur, terwijl hij niet veel meer doet dan het voorbeeld volgen van de elite, alleen binnen het kader van zijn veel beperktere mogelijkheden.
Het is om die reden dat het gemoraliseer over bijklussende bijstandtrekkers slechts de gevestigden aanspreekt en op de buitenstaanders niet de minste indruk maakt. En ik voeg eraan toe, binnen de amorele context van onze maatschappij, waarin vergroting van het materiële gewin de nieuwe afgod is: gelijk hebben ze.

achterkant omslag Verweesd Saleving_70 prct

 

Pim Fortuyn (2002); De verweesde samenleving  /  Uithoorn: Karakter Uitgevers B.V.; Rotterdam: Speakers Academy Uitgeverij B.V. / ISBN: 90 6112 931 1

 

Inhoudsopgave VerSAl

 

 

Malika Sorel – Sutter:  ‘De elites brengen ons in gevaar’  in Trouw 13 december 2015 / interview door Kleis Jager

Christopher Caldwell: ”Europa kan deze immigratie niet aan’  in Trouw 21 februari 2016 / interview door Kleis Jager

Jan Techau, over het labbekakkig establishment in Frankrijk in de roman ‘Onderworpen’ van Michel Houellebecq: ‘Het Westen zal zich vooral onderwerpen aan zijn kleinzielige zelf’  –  Volkskrant,  29 januari 2015

Dorien Pessers: ‘Vertrouwen van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm’ –  NRC  23.09.2006

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.