Feed on
Posts
Comments

door Jerry Mager
gepost op NELPUNTNL.NL, d.d. 10-12 maart 2014

 

De komende gemeenteraadverkiezingen op 19 maart 2014 zijn een wassen neus, waar bijna geen druppel democratie meer aan hangt. Dat komt door de bestuurlijke systeemverandering die over een jaar, per januari 2015, zijn beslag krijgt. Die maakt de lokale partijen of overbodig en nutteloos en /of medeplichtig. Welke functie en rol een lokale partij straks vervult (nutteloos of medeplichtig), hangt af vanuit wiens belang, welk perspectief, je het beschouwt: vanuit het oogpunt van de burger op lokaal en regionaal niveau of vanuit het oogpunt van een landelijk politiek merk, dus een van de grote establishmentpartijen. De systeemverandering over een jaar, in 2015, is echter vooral een middel om de lokale politiek te laten doodbloeden en horig aan Den Haag te maken. Het doel is ideologisch van aard en komt uit de VVD-koker, de publieke sector wordt verder ontmanteld middels het instrument van de gemeentebegrotingen.
De grootste schade die wij als maatschappij door de stelselwijziging per januari 2015 oplopen, is immaterieel van aard: het publieke ethos wordt nog verder uitgehold. De lokale politici-bestuurders, van wie velen zich vaak nog bijna belangeloos inzetten voor de publieke zaak (het zogenaamde liefdewerk-oud-papier), zullen rap veranderen in calculerende politieke operators. De lokale bestuurlijke biotoop zal het foute slag lieden aantrekken. Ook in dit opzicht komt Den Haag dus naar de provincie. U kunt het alvast nalezen bij Richard Sennett: The Corrosion of Character en The Fall of Public Mandualisme de muis die brult

middel: financiële afhankelijkheid
De kern van de operatie 2015 is dat de lokale partijen – de politieke huismerken, of witte merken – vanaf januari 2015 om budgetgeld moeten vragen in Den Haag. De lokale partijen worden nog afhankelijker van Den Haag. De grote Haagse merken bepalen steeds verder- en verregaand welk lokaal huismerk er geld krijgt, waarvoor en hoeveel. De cynische smoes van decentralisatie verhult dus een glasharde centralisatie. Met burgerbelangen zal niet zoveel rekening gehouden worden, want de establishmentpartijen zullen het, net als ze nu al doen, onderling bedisselen via koehandeltjes in achterkamertjes en met handjeklap onder de tafel afkaarten. Dat zijn deals die moeilijk aan het licht zijn te brengen. Het politieke toneelspel wordt er alleen nog ondoorzichtiger op en zeker niet mooier, effectiever of beter, laat staan aantrekkelijker of geloofwaardiger.

democratie en steemvee_80 prct

 
doel: het verder slopen van de publieke sector

Het scheppen van financiële afhankelijkheid is het instrument. Het doel van deze operatie is heel ordinair en plat: voortschrijdende vermarkting, via het afknijpen van publieke voorzieningen en het verder aderlaten en doodbloeden van de publieke sector. Daarbij moeten het ongemak, gemis en de pijn die het steeds drastischer beknibbelen op publieke diensten veroorzaakt, zo min mogelijk in verband gebracht kunnen worden met de establishmentpartijen, in dit geval vooral de neoliberale VVD die het allemaal bedacht.
De sullige PvdA is volop medeplichtig: Wouter Bos fiatteerde en accordeerde het VVD-plan en vervolgens implementeerde Ronald Plasterk het slaafs en dociel. Ze hadden en hebben blijkbaar geen idééé !!!! – dat is nog de vriendelijkste uitleg voor hun handelwijze. Toch zitten ze pontificaal voor een sociaaldemocratisch merk op het pluche en achter de knoppen. We mogen onszelf en elkaar gelukwensen met onze democratie! Ga op 19 maart dus vooral massaal stemmen. We moeten dit sublieme systeem klotste wat klotst en kotste wat kotst in stand houden.
Vanuit de VVD bezien, is het mooiste scenario natuurlijk dat de PvdA naderhand en achteraf met de Zwarte Piet blijkt opgescheept. Zoals het er nu uitziet, gaat het aardig die kant op.

de shock doctrine
Het gebeurt allemaal stilletjes en volgens de shock doctrine worden we voor voldongen feiten gesteld. Daarnaast zal er een tweede shock optreden: de shock van de chaos waarvoor al veelvuldig is en wordt gewaarschuwd. Die chaos zal bepaalde partijen alleen maar in de kaart spelen. De burgers die hierdoor tussen wal en schip raken, zijn te beschouwen als collateral damage. De noodzakelijke offers die grote omwentelingen nu eenmaal vergen.
Vervolgens komt het zwartepieten pas echt op gang. Wie krijgt de Zwarte Piet toegespeeld en wie strijkt de winsten op. Ook hierin zal de best voorbereide en best georganiseerde partij een voorsprong hebben en dus de overhand. Dat zullen zeker niet de sociaaldemocraten zijn.
Terwijl we worden afgeleid met kulthema’s zoals nationaal: de strafbaarstelling van illegaal verblijf in Nederland (een venijnige hetze vanuit de VVD), leeftijdgrenzen voor sexwerkers (aangezwengeld door de gezagsgetrouwe bevindelijken) en het worden afgeluisterd door onze eigenste “veiligheidsdiensten” de AIVD en de MIVD (Hennis-Plass, VVD en Plasterk, PvdA);  internationaal: de Oekraïne, Syrië, Afghanistan en het spioneren van de NASA in v.o.f.-constructie met voornoemde AIVD en MIVD (en vermoedelijk de onvermijdelijke Mossad), werkt de VVD steels maar gestaag aan het verder verneoliberaliseren van Nederland, zonder dat er een haan naar kraait. Ja, en dat maakt het hilarisch, het gebeurt met behulp van de sociaaldemocraten van de PvdA! Grotesk, cru cabaret!

politiek dynamisch bedrijf

sociaaldemocratische zelfdestructie
Het PvdA partij-establishment holt de partij uit, ondermijnt hem en blaast de boel van binnenuit op. Dit vergruizelen gebeurt zo systematisch, dat je bijna niet anders kan dan uitgaan van misleide moedwilligheid en mega minkukeldom. Anders zou het in een adembenemend cynisme wortelen en/of op een grenzenloze gewetenloosheid stoelen. Wat CDA’er Maxime Verhagen het CDA aandeed door die partij de gedoogconstructie met de PVV door de strot te wrikken, dat doen PvdA-kopstukken met vereende krachten voor het sociaaldemocratische merk, door de neoliberale VVD-agenda uit te voeren. Het eigenbelang van de respectieve politici gaat waarschijnlijk ook hier voor het partij- en kiezersbelang. Tijdens Rutte-I werd de PvdA trouwens ook al geschoffeerd doordat Wilders de goedige PvdA-leider Job Cohen voor bedrijfspoedel uitmaakte, telkens als Cohen het kabinet steunde. Terwijl de PvdA dus in de oppositie zat! It takes all sorts to make a world. De VVD heeft de PvdA-politici goed ingeschat (je hebt geen kind aan ze, en ze willen zo graag ….. we zijn eager aangaande die participatieprullaria, roept Cohen) en plukt daar nu volop, keihard en ongeneerd de vruchten van.

Vreemd eigenlijk, want de meeste VVD’ ers wonen gewoon in Nederland en ook rabiate neoliberalen leven op deze planeet aarde. Je zou dus denken dat ook dit politieke merk belang heeft bij een evenwichtige en harmonieuze wereld, waar de verschillen tussen arm en rijk niet nog obscener worden, juist omdat we steeds mondialer met elkaar verknoopt raken en in toenemende mate op elkaar aangewezen zijn. Niet dus.

Het dualisme (lokale politiek versus landelijke politiek) waarvan nu nog enigszins sprake is, verdwijnt de facto, en zal hoogstens voor de cosmetische schijn nog even worden gehandhaafd. De burger kan zogenaamd vrij kiezen op welk merk hij stemt, zonder dat die keuze in de praktijk veel zoden aan de dijk zet. Den Haag bepaalt en beslist. Dat zal nog een extra bron van frustratie voor het publiek opleveren en het humeur van de burger niet ten goede komen. Drie keer raden wie hier garen bij spint.

schijndualisme
In feite zijn we op weg naar een ‘kopie’ van het (schijn-)dualisme zoals dat nu in Nederland tussen parlement en regering bestaat. Schijndualisme, want de regeringsfracties in de Kamer steunen immers meestal gehoorzaam het beleid van hun ministers. Lokaal wordt ook in dit opzicht een afspiegeling van nationaal. Dat komt vooral omdat beroepspolitici  voor hun baan en carrière afhankelijk zijn van het systeem waarin de macht tot het vergeven van vette functies en de daarmee samenhangende voorzieningen en verzekeringen (pensioenen, wachtgelden,  functies bij het pseudoprivate maatschappelijke middenveld, benoemingen bij commissies, enzovoorts) op deze wijze is geregeld en werkt.
Politici weten,net als gewone mensen, drommels goed aan welke kant hun boterhammen zijn gesmeerd en wie er voor het beleg kan zorgen. Ieder (gevestigd) politiek merk zal het beschermen en borgen van zijn marktaandeel in de kiezersmarkt laten prevaleren en al zijn taaluitingen en handelingen daaraan ondergeschikt maken.
Het onderscheid tussen lokale en landspolitiek wordt virtueel en louter een retorische grootheid. Van een functionerend dualisme zal ook op lokaal niveau geen sprake meer zijn, evenmin als er in Den Haag sprake is van een werkelijk dualisme tussen regering en parlement.

twee goedbedoelde adviezen: Elzinga  & Ankersmit
Elzinga (NRC 2014.02.03) raadt de kiezers aan om 19 maart wel te gaan stemmen – “Het gaat om grote belangen die van verstrekkende betekenis zijn voor het leven en welzijn van de burgers” , maar alleen dan op landelijke merken te stemmen, wanneer die landelijke partijen – indien ze tenminste lokaal meedoen – expliciet verklaren dat zij aan de verkwanseling van de lokale democratie een halt zullen toeroepen en het thema van de politieke autonomie hoog op hun verkiezingsagenda zetten. Zo interpreteer ik deze passages in Elzinga’s tekst tenminste. Men leze het stuk vooral zelf.
Elzinga is in ieder geval tegen verdere afbraak van locale zeggenschap over de besteding, de allocatie, van de toch al schamele budgetten. Maar, ook al zouden er landelijke partijen zijn die verklaren dat zij tegen de afbraak van de restanten aan lokale democratie zijn (zoals Elzinga hoopt?), dan nog is de zaak verloren, omdat het gewijzigde stelsel daar automatisch en default een stokje voor steekt. Alleen het niet-doorgaan van deze stelselwijziging per januari 2015 zou de lokale democratie nog hernieuwd leven kunnen inblazen. Dat zullen ze in Den Haag nooit laten gebeuren, want door deze wijziging krijgen zij immers de touwtjes, de koorden van de beurs, in handen. Dank aan de PvdA – vooral Wouter Bos en Ronald Plasterk.

Ankersmit (NRC 2014.02.28) raadt de kiezers aan in geen geval op de lokale VVD en PvdA te stemmen, omdat die deze operatie op hun geweten hebben.  De kern is voor mij zijn observatie: “Hoezo dus, decentralisering? Het enige wat gedecentraliseerd wordt, zijn de hoofdpijndossiers die de uitvoering van de Wet Werk en Zekerheid, de AWBZ en de jeugd- en ouderenzorg met zich meebrengt. Dat krijgen de gemeentes op hun bordje. En de hoofdpijn die die ervan zullen krijgen, wordt nog zoveel erger omdat het rijk op die 15 miljard ook nog maar liefst 6 miljard wil bezuinigingen!”

lokale verkiezingen _ 70 prctNet als Elzinga’s advies, maakt het evenmin iets uit voor de lokale “democratie” of je Ankersmits raad opvolgt: de race is gelopen en we zijn met ons allen opnieuw door de VVD (en, hoe is het mogelijk!, de PvdA!) gefopt en bij de neus genomen.

Den Haag (met name de VVD, die meer en verder op WWZ, AWBZ en ouderenzorg wil bezuinigen) wentelt het vuile werk af op de lokale politici, die moeten de bezuinigingen immers in praktijk brengen. Of ze nu als franchise-nemer van een landelijk merk werken of voor eigen rekening en een lokaal huismerk in de weer zijn, het is voor hen lood om oud ijzer. Ze komen er altijd bekaaid vanaf, zij zijn de kwaaie pier, terwijl de establishmentmerken in Den Haag buiten schot blijven.
Wanneer niet-VVD lokale partijen het in een gemeente voor het zeggen krijgen, zullen zij de scheve ogen van de beknibbelde burger op zich gericht weten. Krijgt de VVD het lokaal voor het zeggen, dan wordt dat vertaald in adhesie voor het VVD-beleid van afbouwen van de publieke sector en bezuinigingen op “de hoofdpijndossiers” die bijna altijd en per definitie over publieke (zorg-)taken gaan. Win-win voor de VVD dus.

Met het “Woonakkoord” (december 2013) en de verhuurdersheffing heeft de VVD ongeveer hetzelfde staaltje uitgehaald: de woningcorporatie-managers moeten hun huurders afknijpen om Den Haag aan extra geld te helpen. Ook hier kreeg de PvdA (Adri Duivesteijn) de Zwarte Piet.

Ankersmit: “Ernstiger is nog dat die 15 miljard die met de stelselwijziging gemoeid is centraal word geïnd en decentraal wordt uitgegeven. De gemeentes moeten dus bij de centrale overheid aankloppen voor wat zij nodig denken te hebben. En, zoals wij allen weten, wie het geld heeft, is de baas. Tenslotte, alle relevante wet- en regelgeving is en blijft een zaak voor het politieke centrum in Den Haag.”
Scherp gezien: wie over de toewijzing van het geld gaat, die pijpt de deuntjes waarnaar iedereen moet dansen die iets van dat geld begeert.

managers, overal
James Burnham vatte het in zijn The Managerial Revolution (1941; in pdf op internet) samen als het onderscheid tussen eigendom/bezit en beschikkingsmacht. Managers hoeven een fabriek, met alle machines en apparatuur erin, die ze bestieren niet te bezitten om te bepalen hoe de gang van zaken zal zijn en hoe het lot van de fabrieksarbeiders eruit ziet. De managers lopen geen noemenswaardig risico – zij bezitten immers niets van de fabriek waarover baas zijn – maar ze trekken wel aan de touwtjes en hebben daarmee het lot van de arbeiders in handen.
Bij de bankmanagers is de nefaste invloed van dit onderscheid tussen eigendom-bezit en beheer (risicoloos voor de managers, niet voor de eigenaars van het geld!) schrijnend aan het licht gekomen: bankiers laten andermans geld verdampen, zij vergokken publieke miljarden en belonen zichzelf daarvoor vorstelijk, grotendeels opnieuw uit de publieke middelen.

Onze politieke biotoop is inmiddels vergelijkbaar met zo’n ingewikkelde industrie, waarin hoofdzakelijk beleid en regelgeving worden geproduceerd. Steeds meer politieke managers hebben geen enkele binding met de partij waarvoor ze optreden, ze hebben niets in de partij geïnvesteerd, noch in het merk noch in het idee van volksvertegenwoordiger. Het is een goedbetaalde job, ze vertegenwoordigen vooral hun eigenbelang en ze willen er vorstelijk voor worden betaald, plus een gouden parachute in de vorm van allehande financiële regelingen en garanties.

Het project Europa is tot nu toe misschien wel het treurigste voorbeeld van een stuurloze op drift geraakte multinational, met de euro als laatste grote geflopte wanproduct – een rampzalige op den duur misschien zelfs fatale managementbeslissing, waarvoor niemand verantwoordelijk gesteld is en wordt en voor de gevolgen waarvan we met ons allen dag in dag uit blijven bloeden, op welke manier en in welke vorm dan ook.
De EU is net als een systeembank: too Big to fail en er moet eindeloos veel geld tegenaan gegooid worden om te voorkomen dat de managers gezichtsverlies lijden – maar nog erger: om te voorkomen dat ze moeten bekennen een uitweg niet aan te durven en want niet aan te kunnen. Gezegend zijn we, met zulke onuitroeibare managers. Deze euromanagers zijn namelijk democratisch gekozen, dan wel gemandateerd in commissie democratisch aangesteld. Alweer: lang leve ons systeem van representatieve democratie. Je krijgt er de meest competente en best gekwalifeerde bestuurders mee achter de knoppen. Voor de goede orde: dit is natuurlijk ironie, ik maak een wrang grapje. Het instrument van verkiezingen is uit de tijd. We moeten onherroepelijk naar gemengde volksvertegenwoordigingen van gelote en gekozen volksvertegenwoordigers, zodat de gelote bestuurders tegenwicht kunnen bieden aan de gekozen. Zie David Van Reybrouck voor een aanzet tot een uitwerking.Loesje-democratie 50 prct

tegen verkiezingen (Van Reybrouck)
Zowel Elzinga als Ankersmit blijven binnen het systeem van vertegenwoordigende democratie en conventionele verkiezingen en daarom zijn beider adviezen een doodlopende weg. Dit systeem voldoet niet langer, indien je tenminste het begrip democratie serieus neemt en je jezelf niet voor de gek wilt blijven houden. De bepalende grootheden – politici en burgerkiezers – zijn niet meer dezelfde die zij waren toen dit systeem werd opgetuigd.
Dit systeem, zoals het nu werkt, trekt de verkeerde lieden aan. Kijk maar eens rond wie er op het pluche zitten en ga na wat ze doen (of juist niet doen). Met de beste wil van de wereld kan ik in de meeste politici geen echte Volksvertegwoordigers meer herkennen, al fladdert er hier en daar nog een witte raaf. Ze zijn overwegend middelmatige managers en technocratische uitvoerders.

Een aanrader in dit bestek is het proefschrift van Henk te Velde, dat vrij op internet staat: Van regentenmentaliteit tot populisme.
Eens, ooit, “was de keuze voor een partij in de partijendemocratie over het algemeen niet een kwestie die per verkiezing bepaald werd en zomaar kon veranderen, maar een zaak van de (permanente) identiteit van de kiezer.
Men kan hierbij denken aan de Nederlandse confessionelen en sociaaldemocraten, die vaak hun leven lang trouw bleven aan hun partij en wier partijkeuze vervlochten was met alles wat zij deden, van kerkelijke betrokkenheid en lidmaatschap van verenigingen tot hun gehele sociale leven. Verandering van partij zou hier bijna verandering van identiteit zijn.” (Te Velde, 238)
Die tijden zijn voorlopig over en voorbij. Die identiteit is vooral tot life style geworden en gevoelig voor modetrends. De meeste kiezers fladderen per verkiezing van het ene politieke merk naar het andere, terwijl ze weten dat ze hoe dan ook altijd aan het kortste eind trekken. Voor veel politici geldt hetzelfde: partijlidmaatschap is een baan en bij voorkeur een carrière met baangarantie en wachtgeld-/pensioenverzekering.

Ik kan verdere verfijningen en uitbreidingen op deze redenering bedenken, maar dat is voor een later tijdstip. Deze ontwikkeling past overigens in de al langer aan de gang zijnde tendens van beroepspolitici die steeds meer voor eigen rekening werken en optreden. Zelfs het behoren tot een politieke partij, een politiek merk, zegt niet zo veel meer. Menige politicus is inmiddels niet meer dan een interimmanager die zich tijdelijk – dat kan ook middellange termijn zijn – verhuurt om een klus op te knappen. Het kan zelfs binnen een partij plaatsvinden; op verschillende dossiers, wisselende departementen, andere klussen, al naar gelang de politieke accenten en coalities. Bij de ene partij zien we deze tendens vaker en sterker dan bij de andere.
De lokale politiek, die geen echte lokale politiek meer is, vergroot het werkterrein van deze beroepskrachten en het ligt in de rede dat het liefdewerk-oud-papier verdwijnt en marktconforme beloningen ook hier hun intrede zullen doen. Kortom: aan alles komt een prijskaartje te hangen en iedereen is te koop. Niemand weet straks nog de waarde van iets, maar iedereen steggelt over de prijs.

“The democratic-bureaucratic  system has given rise to a great mass of functions which are not all justified by the social necessities of production, though they are justified by the political necessities of the dominant fundamental group. Hence Loria’s conception of the unproductive “worker” …… , a conception which could in part be justified if one takes account of the fact that these masses exploit their position to take for themselves a large cut out of the national income. ”
Antonio Gramsci (2003/1971:13): Selections from The Prison Notebooks

Ter afronding de column van Martin Sommer in de Volkskrant van 2014.03.02.
Sommer: “De invloed van de landelijke politiek op de gemeenteraadsverkiezingen is zo groot, dat de partijleiders instemden met een televisiedebat.” De (landelijke) partijleiders spraken hun zorg uit over de opkomst straks. “Die dreigt onder de 50 procent te duiken. Vervolgens begonnen ze met een potje armpje drukken over de strafbaarstelling van illegaliteit, wat inderdaad niets met de gemeenteraadsverkiezingen van doen heeft.” De afleidingstruc van de illegaliteit.

“In Den Haag heb ik nooit een buitensporige ambitie gezien om macht uit handen te geven. Nu ineens wel? Twee goede bronnen zeiden me dat men tijdens de formatie van dit Sturm und Drang-kabinet overeenkwam dat er aanzienlijk moest worden bezuinigd, op de AWBZ bijvoorbeeld. Terecht, daar niet van. Maar hoe zou dat dan wel moeten? Ze bedachten er een verhaal bij en noemden dat decentralisatie. En dan was het argument bijvoorbeeld dat lokaal bestuur herkenbaarder is voor de mensen.” Die herkenbaarheid is een cynische grap, immers: vooral herkenbaar zullen degenen zijn de nare bezuinigingen op lokaal niveau in praktijk brengen, omdat ze van Den Haag geen budget krijgen!

Martin Sommer – netjes en politiek correct, maar toch een tikkeltje balsturig: “Bezuinigen, als het moet dan moet het. Maar waarom moet daarvoor weer een hele stelselwijziging worden opgetuigd, met alle kosten, hobby’s voor beleidsambtenaren en de VNG, cursussen en straks nieuwbouw. De stand van zaken is nu dat de kiezers wordt gesuggereerd dat zij meer dan ooit te zeggen hebben, terwijl in werkelijkheid de gemeenten meer en meer uitvoeringsloket worden. Geen complot, wel een operatie stiekem.”
Natuurlijk, stiekem en steels, want als we het doorhebben wat ons is geflikt, is het te laat. Net als met de euro. Operaties Nacht und Nebel. Omdat de mens altijd schijnt te kiezen voor de ellende waarmee hij bekend en vertrouwd is, zal van terugdraaien meestal geen sprake zijn: we moeten er maar het beste van maken, kreunt men dan en zeult vrolijk verder.circuit carrousel

rauzen uit de staatsruif
De banen- en consultancy-carrousels krijgen een geweldige boost en de respectieve politieke clientèles zullen er weer eens vet van soppen, rekening Rijk en ten laste van de publieke middelen. Alles 100% legitiem en volkomen legaal. Politiek plegen is inderdaad een apart vak. De beoefenaren zijn een apart slag mensen. Ze noemen zichzelf graag:  de elite.


Verwijzingen:

Frank Ankersmit: Stem vooral geen VVD of PvdA (NRC vrijdag 2014.02.28)

D.J. Elzinga: Waarom stemmen? Gemeentepolitici zijn hun macht kwijt (NRC maandag 2014.23)

Martin Sommer : Niemand zit te wachten op ideologisering van lokaal bestuur (Volkskrant 2014.03.02)

David Van Reybrouck (2013): Tegen verkiezingen / Amsterdam: De Bezige Bij / isbn: 978 90 234 7459 3

Bernard Manin (1977): The Principles of Representative Government / New York etc.: Cambridge UP / ISBN 0 521 45891 9 (pbk)

David Harvey (2005): A Brief History of Neoliberalism / Oxford UK, New York etc.: Oxford UP / isbn: 0-19-928326-5; EAN: 978 0 19 928326 2 (hardback) – ik heb de tekst in pdf op internet voorbij zien komen

Paul Kalma (2012): Makke schapen. Over volgzame burgers en vluchtige politiek / Amsterdam: Bert Bakker / isbn 978 90 351 3642 7  (paperbk)

Henk te Velde (2010): Van regentenmentaliteit tot populisme / Amsterdam: Bert Bakker / isbn: 978 90 351 3545 1 / op internet in pdf te lezen en neer te laden

Antonio Gramsci (2003/1971): Selections from The Prison Notebooks / vertaald en geredigeerd door Quintin Hoare & Geoffrey Nowell Smith / London: Lawrence and Wishart / isbn: 0 853 152802 (paperback); ook op internet te vinden in pdf.

* * Voor een kijkje in de politieke keuken via de PvdA zie http://www.vn.nl/Archief/Politiek/Artikel-Politiek/Interview-Adri-Duivesteijn-Na-mijn-maiden-speech-belde-Diederik-me-woedend-op.htm

 

 P.S.

Kort nadat ik dit bericht had gepost, las in op de Trouw-site een stukje dat mijn theorie lijkt te bevestigen. Het publieke ethos erodeert reeds op voorhand. Vele raadsleden, ongetwijfeld denkend aan hun toekomst, zijn al ijverig en gedienstig aan het anticiperen op hetgeen er in 2015 staat te gebeuren. Ze willen de burger nu al laten ‘participeren’, d.w.z. onbetaald werk laten doen, zodat er geld kan worden overgehouden. Waarvoor? Dat lijkt me duidelijk: raadsleden willen riantere vergoedingen en  emolumenten. Ze voelen zich nu al “professionals” en gedragen zich dus ook zoals ze denken dat profi’s zich gedragen: ze willen een hoge beloning, want dat is het keurmerk voor kwaliteit. Immers: je bent tegenwoordig goed, omdat je veel betaald krijgt en niet omgekeerd.  Menigeen, met avontuurlijke aspiraties behept, ambieert ongetwijfeld een baan in Den Haag. Door ijver opvallen, luidt het devies.
Natuurlijk zijn die raadsleden vooral te vinden bij de huidige regeringsmerken PvdA en VVD (daar zitten immers de meeste en lucratiefste te vergeven banen en budgetten), maar ook bij D66, het CDA, de CU en SGP. D66 en CDA azen op regeringspluche en de twee laatste merken willen hun budgetten borgen en als calvinistische clubs vinden SGP en CU bovendien dat het leven geen pretje mag en moet zijn, zeker niet voor illegalen en werklozen.

Jan Marijnissen SP 60prct

De Dierenpartij en de Ouderenpartij zijn niche-partijen die zich voleten aan de vette kruimels van onze welvaartstaat. Hun voorlieden hebben er een goedbetaalde baan aan, met de ingebouwde politieke baangarantie en de verdere santekraam inbegrepen. Bij de SP en Groen Links vermoed ik vooral een wens tot borgen van het huidige marktaandeel; het partijkader zal ook bij deze partijen vooral bezorgd zijn om de eigen positie, baan en financiële  verdiensten. Belangrijk hierbij is dat de partij niet te groot wordt, want dan wordt de span of control voor het partijmanagement moeilijker te behappen. Zo min mogelijk “eigenwijze”  leden, zal intussen ook hier het devies luidn.  Dus 10 tot 15 zetels zal hun streven zijn, al doen ze natuurlijk voorkomen dat ze zo groot mogelijk willen worden. Zo gauw ze in de peilingen echter de 20 zetels of meer dreigen te scoren, saboteren ze de boel middels een stupiditeit. Ik kan het mis hebben en er helemaal naast zitten, maar dat zullen de trends in de toekomst moeten uitwijzen.

De PvdA – althans het partijestablishment – neemt bij dit alles een steeds curieuzer positie in. Ik ben toch benieuwd waar al deze piepeltjes straks terecht komen. Het meest waarschijnlijke acht ik dat vele PvdA’ers straks, als beloning voor hun hand- en spandiensten bij het implementeren van de neoliberale agenda, via de VVD aan een positie en baan worden geholpen. De rest kan waarschijnlijk van zijn wachtgeld en pensioen leven en daarnaast rekenen op regelmatige benoemingen (ingeplugd worden in) in het schnabbelcircuit van commissies, raden en wat al niet, de beroemde bijbanen-carrousel dus.

Romana Abels schrijft in Trouw (10/03/2014, 05:55):

“De ideologie van het huidige kabinet, van het zelf doen en meedoen, kan in gemeenteraden op brede steun rekenen. Dat blijkt uit een onderzoek van Trouw onder 2655 raadsleden. Meer dan de helft van de raadsleden vindt dat de overheid van burgers mag verlangen dat ze meer doen in hun gemeente, bijvoorbeeld parken onderhouden. Nog eens 10 procent is het eens met het principe, maar vindt dat burgers al genoeg doen. Een kwart van de raadsleden wijst het idee volledig af.

Opvallend is dat de steun voor de participatiemaatschappij zich niet beperkt tot regeringspartijen PvdA en VVD, maar veel breder is: ook in het CDA, ChristenUnie, SGP en D66 zijn meer voor- dan tegenstanders. Alleen bij partijen ter linkerzijde van de PvdA roept het beeld van burgers die met hun eigen schep het gemeenteplantsoen kuisen, wrevel op. Nagenoeg geen enkel SP-raadslid en slechts een derde van de GroenLinksers steunt de gedachte.”

 

Comments are closed.