Feed on
Posts
Comments

 

‘Prachtig, moet je horen, de NRC: “Al te vaak heeft de parlementaire historie laten zien dat wanneer een partij eenmaal ‘door begeerte is aangeraakt’, ze een pad op slaat waarop geen weg terug meer mogelijk is.” ‘ Farah wijst op haar beeldscherm.

‘Pffffft,’ zegt Pieternel,’ lees een zin verder en je ziet opnieuw de conventionele trijf en troep.’

Farah leest: ‘ “Dan dreigt het functioneren van regeringspartijen geheel en al in het teken te staan van het consolideren en uitbreiden van de macht. Voor tegenspraak is op dat moment nauwelijks ruimte. Politieke partijen die ooit herkenbaar waren door visies en ideeën veranderen in onbeweeglijke steuntroepen ,” bedoel je dit?’

‘Ja,’ zegt Willemijn die binnenkomt,’ hoezo regeringspartijen? Al die pipo-clubs zijn tegenwoordig uitsluitend uit op eigen gewin. Begeerte? Dat is hiervoor een te gepolijst woord. Onverzadigare hebzucht en ongebreidelde machthonger, noem ik het. Regeringspartij of niet. Hoeveel extra plucheklevers komen er nu weer bij? Daar hebben de feestneuzen nou zo lang over ‘geformeerd.’ En maar neuzelen en reutelen. Iedere politieke kongsi moet zo veel mogelijk gehoorzame beschermelingen op het pluche en aan de Ruif. Hoe beroerder de professionele kwaliteit van de pipo’s, hoe meer er van die gasten bij komen. Ze zijn een jeukende pest. Ben benieuwd wat ze nu weer verzinnen om ons uit te melken teneinde dat extra geld binnen te krijgen.’

‘De apparatsjiks – van zowel “links” als “rechts,” hebben de inburgering van het referendum en de bescherming voor klokkenluiders kaltgestellt,’ zegt Pieternel, ‘dat is alvast een belangrijk winstpunt voor hen. Hebben ze beide handen vrij om te graaien. ‘

‘Daartoe hebben ze ook trouwen-op-huwelijkse-voorwaarden als default ingevoerd,’ zegt Farah, ‘zodat graaiende partners ieder hun eigen toko met bijbehorend vermogen beheren. Bovendien bevordert en versterkt zo’n wettelijke regeling het ieder-voor-zich-leven. Maar dat is precies wat de beroepspolitici willen, natuurlijk. Iedereen is toch dag en nacht ondernemer van haar eigen leven.’

‘Strategisch egoïsme,’ zegt Pieternel, ‘geïnstitutionaliseerd van overheidswege.’

‘Om onze aandacht af te leiden van echt-belangrijke thema’s, hebben de Haagse pipo’s volgens Elsevier voluit ingezet op identiteitspolitiek,’ zegt Farah.

‘Bizar en beklemmend dat een normale volksvertegenwoordiger als deze mevrouw Berckmoes, juist allerwege als “mislukt politica” wordt neergezet,’ zegt Willemijn. ‘Ik vind het juist prima zo’n onopvallende vrouw die haar taak als volksvertegenwoordiger serieus neemt en die niet van foto-opp. Naar foto-opp. wiegelt of schommelt. Doe gewoon en goed je werk en probeer niet dag en nacht in het nieuws te komen met je facie op een beeldscherm of een krantenpagina.’

‘Zo is het maar net,’ beaamt Pieternel volmondig.

Trouw beweert zelfs dat je met memoires de deur naar de politiek sluit,’  zegt Farah grinnikend, ‘al die pluchekonijnen dragen waarschijnlijk grote petten waaronder ze alles wegstoppen.’

‘Ik lees hier in Trouw zo’n apologie voor een systeem dat misschien veertig of vijftig jaar geleden nog in de lucht was,’ zegt Pieternel op haar beeldscherm wijzen, ‘tegenwoordig zijn de dames en heren volksvertegenwoordigers niet meer zo geneigd het Volk te vertegenwoordigen, maar tja dit vertoog slaat nog altijd aan, omdat het hoopvol, herkenbaar en vertrouwenwekkend is. Anti-revolutionair en dus behagelijk.’

‘Zeg liever: in slaap sussend,’ zegt Farah, ‘maar dat vind ik precies de makke: zo’n vertoog dekt de politieke realiteit al lang niet meer. Het is een sleets verhaal, tot op de draad opgebruikt en compleet uitgewoond. Daarom krijg je steeds meer van die erupties en uitwassen. Nu zijn het nog erupties, maar als er niks verandert, wordt het de gewoonte. Trouwens dat de VVD en de PVV twee handen op een buik zijn, wisten we al al lang. Die stecken ja unter einer Decke.’

Volgens Willemijn horen personen als deze columniste tot de groepen die bang zijn te verliezen wat ze hebben. Dat zijn vreemd genoeg niet “de minvermogenden” zoals meestal wordt beweerd. Ze zegt: ‘Politieke kongsi’s kunnen bijna alleen nog maar de nationale koek herverdelen, en een club als de VVD zorgt ervoor dat de welgestelden en bevoorrechten in ieder geval hun positie (voorlopig) niet verliezen. De verdeling van de (nationale) koek moet voor hen liefst zo scheef mogelijk blijven.’

‘Dat vind ik best een steekhoudende analyse,’ zegt Farah, ‘want wat deze columniste schrijft over taakverdeling, arbeidsdeling eigenlijk, in zo’n Haagse partij-organisatie, klinkt op zich aannemelijk. De vraag is alleen waartoe dit systeem uiteindelijk dient? Wie varen er bij dit systeem het beste bij? Wat beoogt en bewerkstelligt het systeem? De kloof tussen vermogen/kapitaal en arbeid te vergroten en bestendigen, of de obscene pieken bij het grote geld af te vlakken. Vooral een club als de VVD beoogt vergroting van de afstand tussen vermogenden en niet-vermogenden zo groot mogelijk te maken en veel, zo niet de meeste, opiniemakers en gate keepers, denken dat zij het minste te verliezen hebben met partijen als de VVD. Ze framen het heel effectief. Daartoe zijn ze qua opleiding het beste toegerust en hebben ze het makkelijkste toegang tot de media.’

‘Daarom dat het inburgeren van het referendum naar Zwitsers model zo noodzakelijk is,’ zegt Willemijn, ‘en de effectieve wettelijke bescherming van klokkenluiders. Let wel: een deugdelijk referendum en niet de karikatuur van dat laatste zogenaamde Oekraïne-referendum, met die twee clowns als initiatiefnemers en afmakers tegelijk.’

‘Ach,’ zegt Pieternel,’Trouw is en blijft natuurlijk een calvinistische krant, vanuit de houding dat je degenen en dat wat over je is gesteld, moet gehoorzamen. Anti-revolutionair dus.’

‘Dat aspect speelt waarschijnlijk mee,’ zegt Farah voorzichtig, ‘maar hoe meer ik erover nadenk – ook tijdens deze discussie zelfs – hoe meer ik neig naar het analysemodel van Gramsci & Croce: hegemonie, maar vooral het onderscheid tussen politieke maatschappij en burgerlijke maatschappij. Je hoeft geen van de betrokken personen of partijen kwade wil aan te wrijven. Iedereen kan ervan overtuigd zijn dat zij het beste met de medemens voorheeft en toch is het reslutaat niet per se een harmonieuze maatschappij.’

‘Ik moest daaraan denken toen ik vorige week of daaromtrent een kop zag in een krant, over een Europarlementariër die vrolijk snaterde en kwekte dat zij al dertien jaar in Brussel zat, in het Europarlement. Deze mevrouw vond dat Nederland intussen “af” was, maar Europa nog lang niet,’ zegt Pieternel grinnikend. ‘Ik dacht toen: wat leuk voor jou, want dan blijf je voorlopig ieder jaar zo’n twee ton euro op je bankrekening gestort krijgen. Tja, dan zou ik waarschijnlijk ook hopen dat Europa nóóit afkwam. Althans niet tijdens mijn actieve consumptieve leven.’

‘Lees maar wat deze Trouw-columniste schrijft,’ zegt Farah, die voorleest: ‘ ” Ze doelt op het feit dat Kamerleden in Nederland op persoonlijke titel worden benoemd en dat zij volgens de Grondwet ‘zonder last’ mogen stemmen.

Die wetstekst beschrijft echter vooral de papieren werkelijkheid. Om effectiever te opereren is fractievorming in de loop der tijd gemeengoed geworden. Samen sta je immers sterker. Dat vraagt wel om enige fractiediscipline, want zouden Kamerleden doen en stemmen wat ze maar willen, dan zou dat regeren in de praktijk onmogelijk maken. Zeker als een kabinet maar een nipte meerderheid heeft in het parlement, zoals de afgelopen jaren.

Het is inderdaad zo dat binnen de grotere fracties een of meerdere Kamerleden zijn belast met het scouten van geschikte kandidaten voor bestuursposten in het land. Dat mag rieken naar een baantjescarrousel, tegelijk is het wel zo handig dat burgemeesters, commissarissen van de koning en topambtenaren politieke en bestuurlijke ervaring hebben. En tja, die doe je nou eenmaal op bij de grotere bestuurderspartijen. ”

Nota bene: 1) de wet beschrijft een papieren werkelijkheid en 2) nepotisme (vriendjespolitiek) is praktisch onvermijdelijk. Het is maar net hoe je het framet en hoeveel macht en invloed je hebt om jouw frame tot het dominante (hegemonie) te maken.’

Willemijn: ‘Op welk punt precies, wanneer, houd je op met volksvertegenwoordiger zijn en word je behartiger van deelbelangen als directe afgeleide van je eigenbelang? Dat zal objectief bezien haast niet waarneembaar zijn.’

Pieternel kondigt aan dat ze de boeken van Ybeltje Berckmoes en Sharon Gesthuizen gaat ophalen bij de boekhandel. Ze heeft in haar mailbox gezien dat ze binnen zijn.

 

 

Antonio Gramsci (2003 reprint): Selections from the prison notebooks  /  London: Lawrence & Wisehart / ISBN: 0 85315 280 2

https://scholar.google.nl/scholar?q=gramsci+theory+of+praxis&hl=nl&as_sdt=0&as_vis=1&oi=scholart&sa=X&ved=0ahUKEwjk1MahzMzWAhUCqxoKHQgvDNcQgQMIMDAA

 

Citaat Wikipedia-tekst (cursivering toegevoegd)

‘Antonio Gramsci maakt later, voortbouwend op het werk van Marx en Benedetto Croce, onderscheid tussen de civiele maatschappij (società civile) en de politieke (società politica). Volgens Gramsci oefent de bourgeoisie in een kapitalistisch systeem niet alleen politieke, economische en militaire overheersing uit, maar ook civiel, intellectueel en moreel leiderschap, oftewel hegemonie. Deze hegemonie (burgermaatschappij) is vóór en tijdens, maar ook na de revolutie nodig om de instemming van de meerderheid te verkrijgen en zo steviger in het zadel te zitten. Wil het proletariaat zijn eigen revolutie bewerkstelligen, dan moet het op dezelfde manier hegemonie verkrijgen.

Staat, markt en burgermaatschappij zijn derhalve de samenstellende delen van de democratische driehoek, en geen van de drie heeft in theorie enig primaat. Integendeel, ‘Idealtypisch’ komen de kernkarakteristieken van ieder element alleen dan tot optimale ontwikkeling, als er geen sprake is van enige dominantie van de een ten opzichte van de andere.
Zo voert overvloedige staatsinterventie tot een ondermijning van de vrije markt en een uitholling van de betekenis van mediating structures in de samenleving. Te veel markt vervolgens leidt een wereld, waarin het recht van de sterkste de maat wordt en onderlinge saamhorigheid en solidariteit plaatsmaken voor tot het uiterste doorgevoerd individualisme. Te veel ‘burgermaatschappij’ ten slotte kan leiden tot onvoorwaardelijk groepsconformisme, waarin geen plaats meer is voor individueel initiatief en waarin wet- en regelgeving gezien wordt als een overbodige inbreuk op de interne gemeenschapsverhoudingen. ‘

 

 

 

 

Comments are closed.