Feed on
Posts
Comments

nijdig

 

 

‘ Ze is nog steeds nijdig.’

–           ` Ohoo, waarom dan?’

‘Omdat ze denkt dat wij niet hebben gestemd.’

–           ‘ Ohooo, dat hebben we toch ook nooit beweerd?’

‘ Neen, maar volgens haar wekten we de schijn alsof we wel hadden gestemd. Zij heeft namelijk wel gestemd.’

–           ‘Nou, dat is niet bepaald iets om mee te koop te lopen, zou’k zo denken. Vind je ook niet?’

‘Kijk, precies, daar wordt ze dus ráááázend om …! Alsof wij méér zijn dan zij. Zij hoort bij de domme massa die zich bij de neus laat nemen en wij …. ..  ach, tja, nou, wij lezen ook andere boeken dan zij. Hierover viel ze ook.’

–           ‘ Tja, ieder zijn meug, maar moeten wij gaan stemmen om haar te plezieren? Dat vind ik wel ver gaan hoor. Wij zijn ànders solidair – wij zijn solidair door door niét te gaan stemmen als er volgens ons niets valt te kiezen en wij vinden dat meneer Rutte weg moet, omdat hij een loopje neemt met onze democratische verworvenheden  – dan zij. Zij gaat wèl stemmen. Dat is best, dat mag toch? Ik vind het niet intelligent van haar, maar ze mag het gewoon doen. Wij hebben toch geen probleem met haar opstelling en gedrag in dezen?’

‘ Verantwoordelijke mensen gaan stemmen, is haar adagium. Tja, ik kan het ook niet helpen, dat vindt zij.’

–           ‘ Ja maar, eh, wat is er nou verantwoordelijk aan om op een stel lieden te stemmen die het land naar de gallemiezen rauzen, die onze democratie beduimelen en er lelijke ezelsoren aan frutselen? Rutte bepotelt en verfomfaait onze democratie al ruim tien jaar. Stemmen? Dank je de koekoek. Lees dan liever een dystopische roman. Of twee, of drie. Daar doe je tenminste niemand kwaad mee. Tenslotte leven wij in dystopische tijden, in een dystopische vorm van democratie. ’

‘ Dat vindt ze ook heel erg, dat wij zulke boeken lezen. Ze zag onlangs Wij van Zamjatin hier liggen.’

–           ‘ Klopt. Dat is zo. Gekregen van eh …. enne, we lezen ook andere, niet-dystopische boeken. Dus?‘

‘Ja, dat weet ik wel, maar toen ze er in bladerde zag ze dat de passages die gaan over het verwijderen van de verbeelding waren onderstreept. Dat raakte haar diep, zei ze.’

–           ‘ Dat snap ik niet. Verbeelding werkt vaak alleen maar storend. Dan gaan mensen stemmen omdat ze zich verbeelden dat dat goed is voor de democratie en meer van die zottigheid. Wat verbeeldt zij zich eigenlijk wel! Excuus, neem me niet kwalijk, ik ben niet woordspelig in de weer, maar ze wordt wel vermoeiend hoor. Had zij Andersons De verbeelde samenleving niet kort geleden met haar studenten behandeld?’

‘ Jawel, maar dat was vóór de Toeslagenfraude van het kabinet.’

–           ‘ Hè?! Zit jij mij nou voor het lapje te houden, of wat is het?’

‘Sorry, een heel klein beetje maar hoor, want je wordt nijdig, en dat vind ik altijd leuk om te zien, ja, sorry, maar ik word een beetje melig van haar. Zullen we haar maar zeggen dat ze voorlopig maar niet meer moet komen?’

–           ‘Tenminste tot de volgende verkiezingen niet. Dat lijkt me goed ja.’

‘ Denk je dat er op korte termijn weer verkiezingen zullen zijn? Ja?’

–           ‘Alsjeblieft zeg, laten we de goden niet verzoeken.’

‘ Bedoel je vanwege verkiezingen of vanwege haar bezoeken? Vind je die een bezoeking?’

–           ‘ Ben je me weer aan het voeren? Lukt niet. Ik blijf volwassen en serieus: op de frequentie van haar bezoeken kunnen we invloed uitoefenen, op verkiezingen niet, dat zijn natuurgebeurens. Helaas.’

‘Gut, we lijken wel op Haagse kaasstolpers met dit onzinnige gepraat. Onzinnig praten met jou vind ik best gezellig, en inspirerend, maar niet als het over haar gaat.’

–           ‘ Iedere keer dat we over haar praten, gaat het deze kant op. De laatste tijd althans. Doe jij het of moet ik het doen?’

‘ Wat, o zeggen dat ze maar even niet moet komen. Laten we er om tossen. Kop of munt. Bij kop win ik en bij munt verlies jij.’

 

Comments are closed.