Feed on
Posts
Comments

 “Because of the fundamental equality of all human beings, the right to rule can only comefrom the free consent of those over whom power is exercised. But if the intrinsic properties of elections are such that the ruled are able to choose their rulers only from certain categories of the population, can they still be said to be giving their consent freely?”
Bernard Manin (1977:157): The Principles of Representative Government

Twee observaties waren interessant tussen al die obligate en conventionele ‘duidingen’ van de op de 18 maart 2015 gehouden Statenverkiezingen. De eerste is dat ‘de’ kiezer de gedoogpartijen van de loyale oppositie (D66, SGP en CU) niet afstrafte voor hun steun aan dit kabinetsbeleid, maar zelfs leek te belonen, en de tweede is de vraag of herinvoeren van de opkomstplicht zou helpen tegen de toenemende onverschilligheid van het volk jegens de politici.

Om met het tweede punt te beginnen: Trouw-columnist (21.03.15) James Kennedy pleit voor een herinvoering van de opkomstplicht die in 1970 werd afgeschaft. Hij verklapt daar niet bij of hij vindt dat dan de blanco en ongeldige stemmen wèl openbaar moeten worden gemaakt. De landelijke opkomst was rond de 48 procent. Hoeveel van degenen die een stembiljet in de bus deden blanco dan wel ongeldig hadden gestemd, is niet bekend en wordt ook dit keer waarschijnlijk niet bekend gemaakt. Stel dat 20 procent van de ingeleverde stembiljetten tenslotte blanco of ongeldig waren, dan werd de uitslag door 28 procent van alle Nederlanders bepaald. Kun je in zo’n geval nog van een representatieve democratie spreken?

Ik vind nu al dat we moeten mogen weten hoeveel van de uitgebrachte stemmen er blanco of ongeldig waren. Bij verplicht naar de stembus komen, moet dat zelfs helemaal, vind ik. De anonimiteit blijft gewaarborgd, net als de courante dooddoener dat de burger niet moet zeuren. Niet zeuren over het beleid, want je hebt niet gestemd = niet zeuren over het beleid want je hebt er tenslotte voor gestemd. Een pure win-win situatie, nietwaar.
Overigens hoeven steeds minder mensen te stemmen, omdat ze puissant rijk zijn. Hun grote vermogens stellen ze in staat direct of indirect beslisingen te (laten) nemen die ons allemaal treffen, zonder dat daar nog enige vorm van democratische controle aan te pas komt. Lees hier bijvoorbeeld Thomas Piketty maar op na.

“Capitalism cannot complain when having appealed for centuries to the supremacy of self-interest, its hirelings recognize that their collective self-interest lies in trying something different for a change.”
Terrry Eagleton (2011:194): Why Marx Was Right

Ik ben voor de oplossing die David Van Reybrouck uitwerkt in zijn handleiding: Tegen verkiezingen. Alleen geloof ik dat zelfs een directe overgang naar een mix van gelote en gekozen volksvertegenwoordigers – als tussenstap naar een uiteindelijk volledig gelote volksvertegenwoordiging – de meeste burgers nog als veel te griezelig in de oren klinkt. Daarom stel ik voor: begin met het ons informeren over het aantal per verkiezing uitgebrachte blanco en ongeldige stemmen en vertel duidelijk wat er met die stemmen gebeurt. Daarnaast zou ik graag willen weten wie er niet stemmen, dus wie er wegblijven. In alle anonimiteit natuurlijk, maar geef bijvoorbeeld het percentage vrouwen, geef de leeftijdsopbouw, het opleidingsniveau en de inkomens-vermogensklasse van de niet-stemmers. Al die gegevens zijn bij de Amerikaanse geheime diensten al lang bekend en opgeslagen, anders wel bij de Mosad, dus die informatie kunnen we eenvoudig krijgen, pardon kopen, natuurlijk. Fluitje van een cent en waar een wil is is een weg. Het gaat tenslotte om de Democratie.   blanco en ongeldig

mondig en volwassen
Dat velen van ons niet meer gaan stemmen, betekent wellicht dat we er steeds minder lust in hebben ons medeschuldig te maken aan datgene wat er in onze naam door politici wordt bekokstoofd en verhapstukt. Wij kunnen dat in het huidige systeem alleen niet expliciteren, niet uiten, en dat frustreert ons in hoge mate. Die frustratie reageren we af en toe op een onheuse en oneigenlijke manier af, maar ja, een mens is ook maar een mens.

Kennedy meent “dat afschaffing [van de opkomstplicht] ook heeft geleid tot erosie van het besef dat we allemaal verantwoordelijkheid dragen voor wat er in de politiek gebeurt. ” Ger Groot maakt het nog veel bonter met zijn oordeel (Trouw 22.03.15): “De helft van de Nederlanders had zijn democratisch recht verspeeld of verloochend.”

Poeh, poeh! Grote Woorden heer Groot, maar het valt allemaal nog zeer te bezien. Ik kan me evengoed voorstellen dat wij als goed-geïnformeerde steeds mondiger en steeds eerder volwassen burgers ons juist almaar scherper realiseren dat we verantwoordelijk zijn voor wat er politiek gebeurt en dat steeds meer van ons dat helemaal geen plezierig gevoel vinden. En dus niet gaan stemmen. Dan ben je misschien wel medeverantwoordelijk voor alle ongein die er vanuit Den Haag over ons wordt uitgestort, maar je kunt tenminste nog volhouden dat je er niet medeschuldig aan bent. Tenslotte heb je niet gestemd.

Dus wegblijven bij verkiezingen zou dan, in tegenstelling tot wat Kennedy beweert, juist duiden op grote mondigheid en volwassenheid van de niet-stemmers. In het verlengde van deze observatie doorredeneren leidt tot de conclusie dat degenen die nog wel gaan stemmen in toenemende mate behoren tot het infantiliserende deel van de bevolking. Gesjochte stakkers, lijders aan politiek-maatschappelijke Alzheimer.  Die stumperds dus, die zich met open ogen laten bedotten en zich knollen voor citroenen laten aansmeren. Dat laatste vind ik niet eens zo onaannemelijk, gezien de gestage kwaliteitsafname van ons onderwijs in de afgelopen vijfendertig jaar.
Ons huidige onderwijssysteem werkt hersenverweking zeer in de hand. Dat is echter geen populaire boodschap en daarom kun je veel beter pleiten voor herinvoering van de opkomstplicht. Wie geeft er tenslotte graag toe dat zij slecht onderwijs heeft genoten en op de keper beschouwd ook niet al te snugger is? Trouwens, om dat te kunnen inzien en beoordelen, moet je paradoxaal genoeg al enigszins redelijk onderwijs genoten kunnen hebben.
Kortom: voor de manipulerende politieke kwakzalvers is het vandaag de dag een waar Walhalla. Die hebben helemaal geen belang bij goed, degelijk en solide onderwijs dat kritische mondige burgers aflevert. Degelijk opgeleide burgers denken immers zelf na, onderzoeken alles op zijn merites en stellen vaak slimme vragen en zijn dus alleen maar hinderlijk en lastig.

“Representative government is not a system in which everything must originate in debate, but in which everything has to be justified in debate.”
Bernard Manin, 191

Voor het tweede punt – het door de kiezer belonen van de loyale oppositie – sta ik een andere uitleg voor dan die welke ik weer het meeste las. Ik bewandel liever door de broodanalisten gemeden en door beroepsduiders geschuwde paden. Bijvoorbeeld een redenatie in de trant van: wij zijn als loyale oppositie weliswaar medeverantwoordelijk voor het beleid dat VVD en PvdA in elkaar draaien en het land door de strot stampen, maar we zijn absoluut niet schuldig. Ja, we zijn zelfs slechts indirect medeverantwoordelijk, omdat onze loyale partijleiders (Arie Slob, Kees Vander Staaij en Alexander Pechtold) immers alleen maar op onderdelen marchanderen en puntsgewijs uitruilen. Zij hebben constructief gesjacherd met die rover Rutte en de sneue Samsom. Dat deden onze zaakwaarnemers maar wat glad en geslepen met een scherp oog voor onze (deel-)belangetjes – en ook omwille van hun eigen baanzekerheid, natuurlijk, want voor niets gaat alleen de zon nog op en ook dat is niet meer zeker, met de neoliberalen aan het roer. Dus, wij wassen onze handen per saldo in onschuld waar het gaat om de naargeestige en nijpende gevolgen van de nieuwe neoliberale woonwet, ons feestelijk vermarkte zorgstelsel en de etterende asielproblematiek, om het bij drie tranentrekkende thema’s te laten, al is de ellende in ons onderwijs ongetwijfeld het schrijnendste.

loyale labbekakken en vrome farizeeërs
Stel je bij die lui van de SGP (Van der Staaij, Kees), CU (Slob, Arie) en D66 (Pechtold, Alexander) eens de volgende redenatie voor. Wij, leden van en stemmers op de loyale oppositie, wij vinden stiekem diep in ons hart het kabinetsbeleid grosso modo best tof, te gek en jofel, maar goddank hoeven we daar hemeltjelief! niet openlijk voor uit te komen. Tenslotte getuigt dit kabinetsbeleid niet bepaald van opperste Naastenliefde, milde medemenselijkheid en andere mooie dingen die wij beweren aan te hangen en na te streven. Het riekt eerder naar werk van de Mammon.  Maar, dankzij onze listige loyale leidslieden evenwel kunnen wij zondag toch gewoon ter kerke. Met een schone zakdoek, fris gewassen onderbroek, een strak gesteven gezicht en een gerust geweten. Wij hebben onze verantwoordelijkheid immers genomen en na ons de zondvloed. Laat Gods water over Gods akker lopen en dat er maar heel veel meer onderwijs moge komen, ook, natuurlijk. Looft den Heere, mijn ziel! Amen.
Geen nobele redenering en een allesbehalve verheffende motivatie-mix, maar misschien kan ik me hem juist daarom zo goed en levendig voorstellen. Uiteindelijk krijgen we de politici die we verdienen.

Een gotspe, dat de ‘loyale oppositie’ – inmiddels rebranded tot ‘constructieve oppositie’, hetgeen de gotspe, gut gruwel, groter maakt! – als doodgravers van de democratie, nu allerwege lof toegezwaaid krijgt, vanwege zijn briljant politiek manoevreren. Net zo’n gotspe als de zicht- en voelbare teleurstelling bij vele media, die terneergeslagen en depri melden dat het slecht gaat met de club van Geert Wilders, want dat betekent: geen rellen, geen schandalen en dus geen kopij in hapklare brokken. Tja, en dan moet je als journaille tegen heug en meug zelf aan het werk. Het valt allemaal niet mee, die moderne neoliberale politiek.

Ik vergelijk die loyale oppositie zijdelings met leden van een vuurpeloton, dat een schuldig verklaarde medemens moet doodschieten. Van de tien of zo beulen, krijgen er twee losse flodders in hun geweren, zonder dat iemand weet wie dat zijn. Alle beulen richten hun geweer en iedereen haalt de trekker over op het bevel: vuur! De afstand is zo klein dat degenen met de scherpe munitie wel raak moeten schieten, alleen weet niemand wie er uiteindelijk daadwerkelijk schuldig zijn aan de dood van de slachtoffers, terwijl ze toch allemaal medeverantwoordelijk zijn. Vanzelfsprekend wordt de terechtgestelde vanzelf steeds schuldiger en verdient zij haar lot steeds meer. Zo werkt onze psyche.  Goya_Derde mei in Madrid -1808

verantwoordelijkheden & lege zetels
Kennedy vraagt zich bij het tegenwoordige stelsel af: “Wordt de burger voldoende op zijn verantwoordelijkheden gewezen?” Die vraag moeten we vanzelfsprekend ook stellen met betrekking tot de huidige politici, want waarom alleen de burger verantwoordelijk houden? Misschien moeten we dan denken aan het vertalen van blanco en ongeldige stemmen in lege Kamerzetels. Zeker bij een verplichte opkomst. Dat zou een prikkel zijn voor de goedbetaalde beroepspolitici, voor wie het op het pluche immers riant zakendoen is.
Is het niet vreemd dat bepaalde politieke partijen meer zetels kunnen winnen naarmate er meer kiezers thuisblijven, niet gaan stemmen? Is dat niet pervers.

In Rotterdam, de stad die niet-lullen-maar-poetsen als devies voert, kwam op 18 maart slechts 35 procent van de stemgerechtigden opdagen. Daar werd nota bene de beweging (de PVV is geen partij, maar een ‘beweging’ met maar één lid!) van oud-VVD’er Geert Wilders, de ex-mentor van VVD-premier Mark Rutte, de grootste. Rara wat is daar gebeurd? Hoeveel van die stemmers hebben er blanco-ongeldig gestemd? Dit vraagt om een indringende duiding. Op z’n minst moet dadelijk een onverbiddelijk cordon sanitaire om de Maasstad worden gelegd. Minstens twee garderegimenten Mariniers moeten de zaak daar hermetisch afgrendelen. Tenzij we een teugelloze Wild West Show willen.

Verplichte opkomst, desnoods. Alles om de democratie op te kalefateren, nieuw leven en vers elan in te blazen.  Echter, verplicht stemmen zonder de toezegging dat ook het aantal blanco en ongeldige stemmen bekend wordt gemaakt, kan simpelweg niet meer. Het zou inmiddels als vanzelfsprekend moeten gelden dat informatie over de blanco en ongeldige stemmen wordt verstrekt.
Wanneer blanco stemmen vertaald worden in lege Kamerzetels en lege pluchefauteuils denk ik dat de opkomst al vele malen hoger zou zijn. Zonder dat er een verplichting toe zou bestaan.

“No difficulties occur in what has never been tried. Criticism is almost baffled discovering the defects of what has not existed … At once to preserve and to reform is quite another thing. When the useful parts of an old establishment are kept, and what is superadded is to be fitted to what is retained, a vigorous mind, steady, persevering attention, various powers of comparison and combination, and the resources of an understanding fruitful in expedients, are to be exercised; they are to be exercised in a continued conflict with the combined force of opposite vices, with the obstinacy that rejects all improvement, and the levity that is fatigued and disgusted with everything of which it is in possession.”
Edmund Burke (2005:93): Reflections on the Revolution in France

 

LEZEN

James Kennedy: Kunnen we opkomstplicht niet weer invoeren? In Trouw, zaterdag 21 maart 2015

Steven de Jong: Blanco stemmen is zinloos. Tenzij het resulteert in een lege zetel / NRC 12 sep 2012

Bernard Manin (1977): The Principles of Representative Government / Cambridge UP / isbn: 0 521 45891 9 (pbk); oorspronkelijk in het Frans

David Van Reijbrouck (2015/2013): Tegen verkiezingen / Amsterdam: De Bezige Bij / ISBN: 9789023474593 (paperback)
Van Reijbroucks boek is inmiddels aan zijn vijfde of zesde druk toe. Het is een dun ding dat makkelijk door de brievenbus kan. Vandaag voor 18:00 besteld, morgen bezorgd.

Terrry Eagleton (2011): Why Marx Was Right / Yale UP / isbn: 978-0-300-18153-1 (pbk)

Edmund Burke (2005/1790): Reflections on the Revolution in France / Digireads.com Book / Isbn: 1-4209-2497-4 (pbk) / de tekst, oorspronkelijk uit 1790, is ook vrij op internet te lezen en neer te laden

De derde mei 1808 in Madrid is een schilderij van de Spaanse kunstschilder Francisco Goya, geschilderd in 1814, olie op doek, 265 x 345 centimeter. Het toont de executie van Spaanse burgers na de Madrileense opstand van 2 mei 1808 tegen de troepen van Napoleon Bonaparte. Het schilderij bevindt zich thans in de collectie van het Museo Nacional del Prado te Madrid.
D-H_klein bier

 

* Aanbevolen in dit bestek: Emmanuel Joseph Sieyès (2003): Political Writings. Including the Debate between Sieyès and Tom Paine in 1791  /  Indianapolis/Cambridge:  Hackett  /  isbn-13: 978-0-87220-430-0 (pbk) / vertaling en redactie door  Michael Sonenscher

zie: boekhandel De rooie rat   in Utrecht

Sleutelteksten, vooral in het Frans, van Emmanuel Sieyès of Sieys (1748 – 1836)  en Thomas Paine (1737 – 1809) zweven vrij op internet rond.

 

Work In Progress

Comments are closed.