Feed on
Posts
Comments

 

door Jerry Mager
gepost op NELPUNTNL.nl  2014 02 11

“De relatie tussen media en politiek, zoals ze vandaag bestaat, leidt tot de dramademocratie. De dramademocratie is in de eerste plaats het gevolg van de onaangepastheid van de politieke instellingen. De onmiddellijke opdracht betreft daarom de aanpassing van de politieke instellingen.”
Mark Elchardus (2002:198-99): De dramademocratie

 

Ignatieff-democratie _  10 prct

die appelen vaart, appelen eet
zo kunnen we de instelling, de “grondhouding”, van steeds meer politici helaas typeren. Ze zitten achter de knoppen en op het pluche en beschouwen al gauw de BV Nederland als hun eigen bedrijfje. Daar neem je toch ook gummetjes van de zaak mee naar huis, kopieer je op kosten de baas en houd je urenlange telefoongesprekken op kosten van de zaak. Dus gebruiken we als gekozen politici de bedrijfsauto-met-chauffeur om ons in het weekend naar privepartijtjes te laten rijden, we netwerken er lustig op los (ook) voor onze eigen private negotie of voor die van onze partner en extended family, alles in de baas z’n tijd, op kosten van het Algemeen en ten laste van de publieke middelen. Het gaat als vanzelf, de grenzen tussen privé en publiek worden steeds vager en de zogeheten publiek-private-samenwerking verwordt tot een karikaturele farce. Het onderscheid tussen mijn en dijn (hier dus het publieke goed) verdampt, wordt niet meer waargenomen en niet langer uit elkaar gehouden. Als het eens al te grof wordt, komt er een schandaal in media van. Corruptie! Incompetentie! (ook een soort van corruptie trouwens, meestal vanwege nepotisme). Na enige tjd is het weer voorbij en gaat men vrolijk verder waar men was gebleven. Hoogst ergerlijk allemaal.
Je wordt er doodmoe van.
De ene ‘politieke crisis’ na de andere volgt elkaar in rap tempo op. Onlangs lag VVD-minister Melanie Schultz onder vuur vanwege de belangenverstrengeling. Haar belangen bij de commerciële zaken van haar echtgenoot bleken niet verenigbaar  met haar politieke positie. De VVD’er Frans Weekers moest het veld ruimen en nu zijn de schijnwerpers dan gericht op PvdA-minister Ronald Plasterk, over een afluisteraffaire. VVD-premier Rutte ontbiedt de bewindslieden Jeanine Hennis (VVD, Defensie) en Plasterk met spoed om hen te ondervragen over de afluisterzaak, maar dezelfde Rutte denkt dat Plasterk gewoon aanblijft als minister. Natuurlijk. Zo gaat dat: opgeklopte gebakken lucht. Hoewel, er is net een VVD’er (Weekers) weggestuurd, dus het ligt in de rede dat er nu een PvdA’er op het blok wordt gelegd. Eerlijk is eerlijk, vooral in de politiek. Echter, hier is ook een VVD’er (Hennis) in het geding, dus zal er achter de schermen wel iets worden bekokstoofd: een uitruil-op-z’n-Samsoms.
Ongeveer in deze lijn ligt de “rel” over de behandeling van asielzoekers die nu tussen de PvdA en de VVD (Fred Teeven) speelt. Ik lees de stukken nauwelijk meer; hooguit de koppen. Het zal allemaal wel. Uiteindelijk maakt het weinig uit wie er op het pluche en achter de knoppen zitten. Zo lang het systeem niet verandert, kunnen we kiezen en stemmen tot we blauw zien zonder dat we iets hebben in te brengen. Dat klinkt paradoxaal, maar is het niet. Hieronder zal blijken waarom.

politici zijn tegenwoordig ‘sterren’
Volkskrant-columnist Barts Smouts pleegt vandaag een column onder de passende kop:  ‘Politici zijn sterren en er is niets mooiers dan een vallende ster’. Smouts: “De eenzijdige fixatie op ‘onthoofdingen’ in de politiek maakt dat belangrijkere vragen onbeantwoord blijven. Vandaag zullen we weten of hij het veld moet ruimen. Wat de uitslag ook wordt, in beide gevallen zijn we geen stap dichter bij een echte oplossing. ‘Off with their heads!’ Het klinkt zo lekker. Maar het is niet genoeg.” Naturlijk niet, want het wachten is op de volgende hype en al die hypes achter elkaar hollen onze democratie alleen maar verder uit en vermeerderen ons chagrijn. Dat chagrijn maakt dat we massaal op ‘protest-bewegingen’ stemmen. Bewegingen, niet eens ordentelijke partijen, waar je nog enigszins zicht hebt op wie wat uitvrat, maar losvaste samenwerkings-kongsi’s van politieke marktondernemers die een gat in de markt zien en een gelegenheid om zich legaal en legitiem – via verkiezingen – in de staatsruif te pluggen. Deze protestpartijen dragen niets bij aan constructieve politiek, maar dienen als projectiescherm voor het klotsende onderbuikgevoel en diffuse ongenoegen. De media verlenen hand- en spandiensten door smeuige sensatieverhalen over deze politieke paljasserij en het platte patjepeeërdom te construeren. In 2002 (NRC, vrijdag 1 november) muntte Maarten Huygen voor Nederland het woord ‘publiticus’ voor de mediamieke mensjes die tegenwoordig zo welig tieren in onze politieke biotoop en alles wat daaraan is gerelateerd – en dat gebied wordt steeds groter.
Het politiek-bestuurlijk wanpresteren en de ostentatieve onmacht van de zogenaamde protestpartijen vergroot ons chagrijn alleen maar en dat is weer goed voor de protestbewegingen en zo modderen we voort. Niemand die er echt veel wijzer van wordt.
Aan de enige échte vraag komt ook Smouts niet toe: wat doen we er aan?! Zijn opmerking dat politici sterren zijn, is echter treffender dan hij misschien dacht toen hij het opschreef. Je wordt tegenwoordig namelijk niet politiek gekozen als je geen ster bent: mediageniek en snedig in de populaire praat- en spelletjesshows. Daarnaast moet het politieke merk waarvoor je je afficheert over effectieve PR-/reclameprofessionals beschikken en een machtige marketingmachine hebben draaien. (zie hierover o.a. Ben Barbers ‘De infantiele consument’). Zo wordt dan je publieke persoonlijkheid geconstrueerd, je politieke identiteit in elkaar gestoken. 99,9% Virtueel en 0,1% gefrituurde lucht!

Het nefaste aan dit alles is dat menige burger-kiezer inmiddels waarschijnlijk naar de stembus tijgt met dezelfde instelling als waarmee zij gaat stemen op een kandidaat in het Eurovisiesongfestival of The Voice.  Dat is nog niet eens zo gek, omdat je immers in beide gevallen, nadat je als burger je stem hebt uitgebracht, geen enkele zeggenschap hebt over de wijze waarop je wordt bestuurd en geregeerd.  Voordat je je politieke stem uitbrengt verkeer je misschien alleen nog in de waan dat jouw stem ertoe doet. Vandaag de dag weten de meeste burgers trouwens wel beter. Je bent voor de meeste politici alleen van belang als stemvee. Ben Barber (1984:267) formuleert dit treffend in zijn boek ‘Strong Democracy’: Wij kunnen weliswaar kiezen wie ons regeren, maar we kunnen zelden, nauwelijks, kiezen op welke wijze we geregeerd willen worden (“Citizens of Western democracies can vote for those who will govern them but rarely for the policies by which they are governed; more rarely still are they provided the opportunity to create their own agendas through permanent public discourse”).
Denk maar aan die avonden na Tweede Kamerverkiezingen.  Op levengrote schermen worden tegenwoordig de uitslagen per gemeente en gat bijgehouden. De presentatoren geven daarbij hun analyses ten beste. Tussendoor zoomen de camera’s in op plukjes begeistert hossende of terneergeslagen sipkijkende aanhangers van een politiek merk, die zich in een of zaaltje ergens in het land hebben genesteld, terwijl de mike rondgaat. De tenenkrommende banale gemeenplaatsen en afreuse clichés genereren een verschaalde atmosfeer om te snijden en je moet als kiezer/stemmer toch ter plekke een kater krijgen, als je dat allemaal aanziet en je realiseert dat ook jij op een van die merken en pratende hoofden gestemd hebt. Je bent een ‘winner’ als het politieke merk waarop jij hebt gestemd de meeste stemmen blijkt te hebben gescored. Wat er met jouw stem wordt gedaan doet er verder niet toe, want over het vervolgtraject heb jij geen enkele zeggenschap. Over vier jaar mag je weer aan het circus deelnemen. Brrrrrr …….

‘collusie’
Die veranderde houding en instelling van de burger/kiezer en de politici die zij kiezen, maken dat zij als het ware verstrikt zijn geraakt in een interactieve dynamiek die in de psychoanalyse bekend staat als collusie: de negatieve aspecten en dimensies van beide persoonlijkheden versterken elkaar in een pathologische spiraal. De kiezers stemmen op een ster en de politicus speelt de sterrenrol om zijn kans op verkiezing groter te maken. Beiden misleiden zichzelf en elkaar (onbewust?).

Als burger worden en zijn we als consumenten geconditioneerd. We consumeren inmiddels van de wieg tot het graf van alles, van zorg, onderwijs en informatie tot en met amusement, vertier en verstrooiing. Daarom worden we ook als consument bejegend. Politieke marketing is er openlijk op gericht een zo groot mogelijk marktaandeel te veroveren op de kiezersmarkt. Volksverlakkerij is tot de hoogste kunst verheven. De media spelen daar gretig op in. Zij produceren en versjacheren immers steeds meer infotainment.

Tegenwoordige politici zien verkiezingen steeds meer louter als legitimatie om daarna te kunnen doen wat ze willen: voornamelijk hun eigen belangen behartigen, hun eigen ding doen. Dat kunnen ze relatief risicoloos, omdat het politieke uitzendbureau waarvoor ze als uithangbord fungeren over een groot vangnet beschikt in de vorm van de omvangrijke banencarrousel. Als lucratieve schnabbels en extra bonusmateriaal zijn daar bovendien de voorzitterfuncties en lidmaatschappen van allerlei advies- en onderzoekscommissies.

loten in het oude griekenland _ 90 prct

broodnodige bestuurlijke vernieuwing
De échte vraag die prangend aan de orde is luidt: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we worden geregeerd op de wijze die wij zelf willen. Wij kunnen nu kiezen wíe ons regeert door sullig te blijven stemmen op ‘sterren’, maar die sterren gaan na de verkiezingen hun eigen gang en geven ons het nakijken. De gekozen sterren worden vooral gekozen op hun media performance en nauwelijk op hun kwaliteiten en kundigeheden voor de taken die ze toch geacht worden te vervullen – uit onze naam en in ons aller belang. Al die flitsende personages met hun gelikte optreden en gladde babbels, bijgestaan door communicatieadviseurs, zijn natuurlijk niet per se geschikt als bewindspersoon in deze steeds complexer wordende maatschappij. Dat blijkt steeds veelvuldiger. Toch hebben we hen zelf gekozen hetgeen onze wrevel en ons chagrijn alleen maar groter maakt. De opkomst van populistische dwaallichten en valsemunters is voor een groot deel hieraan toe te schrijven.

Het inzicht dat Karl Popper in ‘The Open Society and Its Enemies’ (Vol.I, 1974:121,122) verwoordde, is vandaag de dag misschien actueler en prangender dan ooit: Het is valse hoop en vergeefse moeite, te blijven geloven dat we goede of zelfs competente regeerders kunnen kiezen. De nieuwe vraag moet volgens Popper  luiden: hoe kunnen we onze politieke structuren en publieke instituties politicusproof en bestuurderbestendig maken, zodat zelfs de meest incompetente druiloren en platte paljassen die op het pluche belanden geen al te grote schade kunnen aanrichten (“How can we so organize political institutions that bad or incompetent rulers can be prevented from doing too much damage? ”). In Duitsland lijken ze na Hitler die boodschap van Popper enigszins te hebben verstaan.

de grote invloed van de financiële sector

“In 1914 Louis Brandeis, who later went on to serve on the U.S. Supreme Court, emphasized the fact that bankers use ‘other people’s money.’ The ‘other people,’ however, do not have a say in the bankers’decisions.
Because the bankers’ decisions significantly affect others, the principle that everything should be left to the unregulated free market is not appropriate in the context of banking. The key objective of banking regulation must be to guard the safety and soundness of the financial system in the public interest. Promoting the competitive success of banks in global markets is not in the public interest if this success is due to banks’ taking excessive risks at the expense of the taxpayers. Many countries have paid dearly for the successes of their banks.”
Anat Admati & Martin Hellwig (2013: 215,216,217): The Bankers’ New Clothes

Bestuurlijke vernieuwing is bovendien broodnodig om nog twee belangrijke redenen: 1) de oncontroleerbare macht van de financiële sector en 2) het onbenut blijven van expertise en domeinkennis bij de ambtenaren (de zogenaamde bureaucraten).
ad 1) Door de marktverdwazing en de kip-zonder-kop-privatiseringen – marktwerking móest, dat staat immers modern, progressief en daadkrachtig! – hebben de politici de touwtjes bijna geheel uit handen gegeven. Nu delen rating agencies rapportcijfers per land uit en wringen politici zich in bizarre bochten om een voldoende te scoren bij die dubieuze beoordelaars. Daarbij gaan ze bijna net zo te werk als de meeste mennudjurs in het bedrijfsleven: alles om de beurskoers van de aandelen op te schroeven, vooral bezuinigingen-door-saneringen. Alleen werkt dat in de politiek anders dan in het zogeheten bedrijfsleven en dat snappen onze snuggere volksvertegenwoordigers maar niet. Als je een monopolist als de Nederlandse Spoorwegen privatiseert dan lopen de treinen nog meer op tijd dan vroeger al deden, denken de pratende hoofden. Wanneer je ziekenhuizen en andere zorgverlenende instellingen op “de markt” gooit, worden de mensen nog beter genezen en tegen lagere kosten, want ze zijn regisseur van hun zorginkooppatroon. In ons onderwijs is het nog het meest misgegaan en daar is de moedwillig aangerichte averij en ravage bijna misdadig te noemen, omdat je nu eenmaal niet je leven over kunt doen en slecht onderwijs je voor het verdere leven tekent.
[Wie wil weten wat er met de politieke aanpak van ons onderwijs misging – en nog steeds verder misgaat – leze vooral de paragraaf On Education uit de Prison Notebooks van Antonio Gramsci. Het is op internet te raadplegen en te neer te laden.  Wat Gramsci schrijft wint curieus genoeg nog altijd aan actualiteit, want onze politici doen met ons onderwijs alleen maar nog meer van het verkeerde]

De kiezers krijgen praatjes voor de vaak en laten zich moeiteloos om de tuin leiden. Omdat net als in het “echte” bedrijfsleven veel submiddelmatige politieke mennudjurs op het pluche kleven, zijn we driedubbel overgeverd aan de heidenen. We krijgen het voor onze kiezen van én de ceo’s van de vrijemarkt ondernemingen plus de financiële fratsenmakers én van de mennudjurtje-spelende politieke paljassen van meestal treurig allooi als het op inhoud en intelligentie aankomt. Van de ingewikkelde financiële sector hebben de meeste politici geen kaas gegeten. Net zomin als vele dikdoende bankiers trouwens.

Zowel bankiers als politici hebben zich in ijltempo getransformeerd van oprechte en eerbare notabelen die dienstbaarheid aan de samenleving hoog in het vaandel hadden, tot de profiteurs van en parasieten op de maatschappij van tegenwoordig. Dat is een treurige vaststelling die echter onder ogen gezien dient te worden om er een adequaat antwoord op te kunnen geven. Het flauwe gewauwel over meer transparantie en de sleetse mantra’s over grotere openheid zetten geen zoden aan de dijk .

“In developed countries, central bankers’ past careers shape their preferences over monetary policy. This happens directly, through socialization, and indirectly, by giving central bankers incentives to select the monetary policy preferred by likely future employers. Put another way, central bankers can use monetary policy to grease a revolving door connecting the central bank and private finance and the state.”
Christopher Adolph (2013:143): Bankers, Bureaucrats and Central Bank Politics

ad2) De uitvoerende ambtenaren zijn naar mijn overtuiging degenen die de boel nog draaiende houden, vaak tegen de politieke verdrukking in. Ik schrijf “uitvoerende ambtenaren” omdat men in Nederland ondanks het discriminatieverbod vanaf een bepaalde rang op een Ministerie niet hoger kan komen wanneer men geen lidmaat is van een politieke kongsi. De hoge ambtelijke posities zijn politiek verhaveld en verdeeld over de respectieve politieke merken.
De combinatie carrière-politici en beroepsbureaucraten (dus onze ambtenaren) is allengs een contraproductieve geworden: ambtenaren moeten opdrachten uitvoeren dat beleid op stoom brengt waarvan ze de trieste treurnis vaak al zien aankomen. Bij ons onderwijs wordt dat steeds schrijnender zichtbaar. De laatste miskleun was het erdoor drukken van het “Woonakkoord” (met PvdA’er Adri Duivesteijn in de rol en positie van VVD-schlemiel), waarvan de naargeestige maatschappelijke gevolgen zich allengs onherroepelijk zullen manifesteren.

onbevoegd bekwaam versus bevoegd on-bekwaam
Om de domeindeskundigheid die in de ambtenarij zit opgeslagen tot zijn volledige profijtelijke recht te kunnen laten komen, zijn onafhankelijke (dus gelote) volksvertegenwoordigers nodig als bazen over die ambtenaren. Zoals het nu gaat, wordt dat ambtelijke vermogen en kapitaal voor een goed deel verkwist door incompetente politieke ceo’s met deel- en partijbelangen.
De politici zijn gekozen en daarom gelegitimeerd (bevoegd), terwijl het ambtelijke apparaat uit niet-gekozenen (dus on-bevoegden) bestaat. Menige politicus is een prima performer in de media en dankt vaak vooral aan die talenten zijn/haar verkiezing, maar een onbekwaam persoon als het op professioneel politiek bedrijven aankomt. Bij de ambtenarij is het vaak omgekeerd: niet mediageniek, maar wel degelijk domeindeskundig. Vandaar mijn tegenstelling. De amtenbaren zijn on-bevoegd bekwaam, terwijl steeds meer politici openlijk en schaamteloos bevoegd on-bekwaam zijn.

een deels gelote volksvertegenwoordiging
Een mogelijke oplossing spint de Belg David Van Reybrouck uit in zijn essay ‘Tegen verkiezingen.’ (Hij laat zich vooral inspireren door de klassieker van Bernard Manin: “The Principles of Representative Government”) Van Reybroucks titel is enigszins misleidend, want hij pleit er niet voor verkiezingen af te schaffen, maar om naast gekozen volksvertegenwoordigers (nominale volksvertegenwoordigers, die hun eigen belangen behartigen) serieus na te denken over een uit gelote burgers bestaande volksvertegen­woordiging. Deze politiek-bestuurlijke figuur is niet nieuw, integendeel. Van Reybrouck geeft een historisch overzicht. De titel ‘Tegen verkiezingen’ lees ik als een uiting van woede”: verkiezingen zijn inmiddels een wassen neus.
Zoals we het nu doen, blijven we achter de ontwikkelingen aan knutselen terwijl vallende sterren onze enige genoegdoening lijken te zijn. Niemand – behalve misschien de media vanwege de sleetse sensatie – schiet hier iets mee op. We lezen nu schreeuwende koppen over Plasterk en mw. Schultz. En toen? Het patroon blijft zich herhalen. Het idee van een gelote  volksvertegen­woordiging is echter voor ons zo nieuw – het systeem is ouder dan de weg naar Rome – dat we er niet eens aan (durven) denken. Van Reybrouck noemt ons verkiezingsfundamentalisten en dat vind ik nog niet eens zo gek gevonden.

Toch zullen we er ooit aan moeten geloven, burgercorvee: de kans lopen door het lot te worden aangewezen zelf te moeten mee-besturen. Zo erg is dat trouwens ook weer niet, want een baan voor het leven bestaat immers bijna niet meer. Dat houden de politici ons voortdurend voor. Bovendien hoeven we het niet meteen en helmaal alleen zelf te doen; er staan deskundige ambtenaren – de ware meritocraten ! – klaar om ons met raad en daad terzijde te staan en we krijgen natuurlijk een inwerkperiode. Veel slechter dan de meeste carrière-politici die we nu op het pluche plakken, kunnen we het vast niet doen. Iedereen kan er alleen maar wijzer van worden. Wijzer, in alle betekenissen des woords.

 

loten modern Griekenland_60 prct

 

Links:

‘Politici zijn sterren en er is niets mooiers dan een vallende ster’ – Bart Smout – Volkskrant 11/02/2014, 09:40
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/14348/Bart-Smout/article/detail/3594640/2014/02/11/Politici-zijn-sterren-en-er-is-niets-mooiers-dan-een-vallende-ster.dhtml

Plasterk heeft zichzelf behoorlijk klemgezet    Nicole Besselink – Trouw 11/02/14, 08:18
http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3594628/2014/02/11/Plasterk-heeft-zichzelf-behoorlijk-klemgezet.dhtml

Over het woonakkoord (december 2013) (VVD – Stef Blok) hebben veel dagbladen archiefartikelen.
Citaat: “Duivesteijn stemt in met woonakkoord. De PvdA heeft in de nacht van dinsdag op woensdag na een lange dag debatteren uiteindelijk toch ingestemd met de plannen rondom het woonakkoord. “ (nu.nl  > 18 december 2013 13:37)  http://www.nu.nl/politiek/3656788/duivesteijn-stemt-in-met-woonakkoord.html

Zie voor ons voorland op huisvestingebied, voortvloeiend uit neoliberaal woningbeleid, het artikel van James Meek (‘Where will we live?’) in de London Review of Books  – Vol. 36 No. 1 · 9 January 2014.  http://www.lrb.co.uk/v36/n01/james-meek/where-will-we-live

James Meek writes about the housing crisis:
“A housing shortage that has been building up for the past thirty years is reaching the point of crisis. The party in power, whose late 20th-century figurehead, Margaret Thatcher, did so much to create the problem, is responding by separating off the economically least powerful and squeezing them into the smallest, meanest, most insecure possible living space. In effect, if not in explicit intention, it is a let-the-poor-be-poor crusade, a Campaign for Real Poverty. The government has stopped short of explicitly declaring war on the poor. But how different would the situation be if it had?”

Literatuur:

Anat Admati & Martin Hellwig (2013): The Bankers New Clothes. What’s Wrong with Banking and What to Do about it  /  Princeton & Oxford: Princeton UP / isbn:978-0-691-15684-2 (hardbk)

Christopher Adolph (2013): Bankers, Bureaucrats, and Central Bank Politics. The Myth of Neutrality / Cambridge, NY, Melbourne etc.: Cambridge UP / isbn: 978-1-107-03261-3 (hardbk)

Benjamin R. Barber (2007): De infantiele consument. Hoe de markt kinderen bederft, volwassenen klein houdt en burgers vertrapt  /  Amsterdam: Ambo / isbn 978 90 263 2069 9 (paperbk) / vertaling van Consumed  (2007) New York: Norton /  isbn-13: 978-0—393-04961-9 (hardbk)

Benjamin R. Barber (1984): Strong Democracy. Participatory Politics for a New Age  / Berkeley, LA, London: Univ. of California Press  /  isbn: 0-520-05115-7 (hardbk)

Mark Elchardus (2002): De dramademocratie / Tielt: Lannoo /  isbn 90-209-5072 X (paperbk)

David Harvey (2011/2010): The Enigma of Capital and the Crises of Capitalism / London: Profile Books / isbn 13: 978 1846683 09 1 (paperbk)

Colin Hay (2007): Why We Hate Politics  /  Cambridge UK, Malden USA: Polity  /  isbn-13: 978-07456-3099-1  (paperbk)

Kenneth Hopper, Will Hopper  (2007): The Puritan Gift: Reclaiming the American Dream Amidst Global Financial Chaos  /  London: I.B. Tauris / ISBN-10: 1850434190; ISBN-13: 9781850434191 (hardbk)  

John Keane (1991): The Media and Democracy  / Cambridge UK, Malden USA: Polity  / isbn: 0-7456-0804-3 (paperbk)

John Lloyd (2004): What the Media Are Doing to Our Politics / London: Constable  /  isbn:  1-84119-900-1 (paperbk)

Bernard Manin (1997): The Principles of Representative Government / Cambridge etc.: Cambridge University Press  /  isbn: 9 780 521 458 917  (paperbk)

Hanna Fenichel Pitkin (1972/1967): The concept of Representation  /  Berkeley, LA, London: University of California Press  /  isbn:  0-520-02156-8 (paperbk)

Karl Popper (1974/1945): The Open Society and Its Enemies (vol.I): The Spell of Plato  / London: Routledge & Kegan Paul  /  0 7100 1967 X (hardbk)  / Chapter 7. The Principle of Leadership (pp.120-137)

David Van Reybrouck (2013): Tegen verkiezingen  /  Amsterdam: De Bezige Bij  / isbn: 978 90 234 7459 3 (paperbk)

Sheldon Wolin (1996): Democracy & Counterrevolution: Powerlessness Is Not an Unintended but a Calculated Consequence of the System / artikel in The Nation 1996, april 22

 

 

Comments are closed.