Feed on
Posts
Comments

‘De tekeningen van Hajo de Reijger in de NRC zijn gáááf zeg,’ roept Mohammad, ‘moet je zien: echt Nederlands, kneuteren achter de Kneuterdijk in Den Haag. Een politiek pyjama-feestje en zakdoekje leggen. Dit is inburgercursus les 11, zou ik zeggen. Als ik zulke tekeningen zie, voel ik me echt in Nederland!’

Zamzam begint te zingen: ‘Oogjes dicht, pyjamaatjes aan ……. slaat de klok, alle kindertjes nemen een slok.’

 

‘Intrigerend vind ik dat,’ zegt Moh. ‘dat cartoonisten niet alleen cartoons met een identiteit tekenen, maar dat ze ook bij mij, tja, hoe zal ik het noemen, identitietsbevestigend werken. Komt dat door de onderwerpen? Ik geloof toch eerder vooral door de “sfeer”: zo zien Nederlanders er uit en deze dingen doen Nederlanders. Zoiets. Echt vatten kan ik het niet, maar veel cartoonisten herken ik intussen. HAJO vind ik een van de “betere,” hij kan zelfs scharminkelige mensen iets molligs, Nederlands molligs, chubby, geven. Misschien komt het ook door verre echo’s met Nederlandse schilderijen uit het verleden, de 17de eeuw bijvoorbeeld. Deze twee HAJOs vind ik gaaf: formeren in pyjama met een legpuzzel en je zakken binnenste buiten keren, op een berg munten. Volgens mij doen alléén Nederlanders dat. Ik vermoed, let wel ik vermoed, dat het alles heeft te maken met dat typisch Nederlandse woord: gezelligheid. Dat kun je gewoon niet vertalen, dat voel je of je voelt het niet. Het is gezellig of niet gezellig. Kneuterigheid, ook zo’n woord. Net als knus. Rááár hoor. Maar wel erg gezellig!’

Zamzam: ‘Deze Hajo-toons zijn zeker leuk. Ze kleden de artikels als het ware aan en uit tegelijk. Dat vind ik knap. En er staan ook leuke zinnen omheen of onder, al hoef je de hele tekst niet te waarderen. Dubbelzinnige zinnen soms. Die zijn goed voor je taalontwikkeling.’

‘Zoals …..?’ vraagt Timo.

‘Nou bijvoorbeeld deze, ‘ zegt Zamzam, ‘Marike Stellinga schrijft: ‘“Dit getal is niet keihard en gevoelig voor de aannames die het CPB doet.” Dan denk ik: het gaat hier dus blijkbaar wel degelijk om een ééérogeen getal, maar er moet nog heel wat Viagra tegenaan gegooid worden.’

‘Om het getal keihard te maken,’ zegt Timo begrijpend, ‘okay, viriel, krachtig. Die stáát.’

‘ja,’ zegt Zamzam, ‘economie kan dus best zinnelijk worden gebracht.’

‘Ik vind de term “houdbaarheidswinst” echt zo’n Kaasstolp stoplap,’ zegt Moh.: ‘Houdbaarheidswinst. Is dat kwalitatief goede winst, duurzame, toekomstbestendige winst?’

‘Onhoudbare winst, kan dat?’ vraagt Timo zich af, ‘ik bedoel winst die bederft.’

‘Ja hoor. Als je hem buiten de koelkast bewaart wel,’ zegt Zamzam, ‘en in de zomer zeker.’

‘Bij hele hete zomers loop je het risico dat je winst smelt als sneeuw voor de zon,’ zegt Moh. ‘ik had vroeger in de zomervakantie eens in een ijscokar geïnvesteerd, waar ik meer rondreed. Dat liep best aardig, todat ik met de buurtsexbom in gesprek raakte en het deksel van de thermos open liet staan. Weg winst. Inderdaad: economie kan in een zinnelijke aangelegenheid ontaarden, jawel.’

‘Hajo gebruikt beide teksten voor zijn illustraties, zie je dat?’ gaat Zamzam verder. ‘Puzzelen van Mw. Stellinga wordt puzzelen bij Voermans en meneer Voermans maakt er een dierentuin van. Nachtuilen en dan verder: nachttijgers, slaapwandelaars, doorstomers en moegestreden zombie.’ Dat vind ik leuk, want die formatie zelf, daar is geen “zak” (HAJO) aan. Die gaat nergens over, behalve over welk neoliberaal bedotbeleid ons eerst door onze strot zal worden geduwd.’

‘Voermans vergeet het politieke dier bij uitstek,’ zegt Moh. fijntjes: ‘de vampier.’

‘En welke pipo op welk departement wordt gekleefd,’ zegt Timo tegen Zamzam, en tegen Moh.: ‘jij bent ervaringsdeskundige met vamps, vandaar.’

‘Er zit zowaar ook muziek in de tekst van Voerman,’ zegt Moh., ‘die nocturne kabinetsincidenten bedoel ik. Ik hoor Chopins nocture in mijn hoofd en ik kende iemand die in de Nocturnestraat in Den Haag woonde. Het leuke is dan weer dat die seniorenwoning “Simon Carmiggelt” heet en dat die persoon er hele geestige kronkelredeneringen op nahield. Maar dat kwam dan weer door de Alzheimer.’

‘Voermans schrijft ook: “Laat Zalm dus maar jutten,” zegt Timo, ‘Gerrit, de silly strandjutter, denk ik dan.’

‘Ik maak me zorgen om meneer Zalm,‘ zegt Zamzam, ‘want mw. Stellinga schrijft dat hij zijn ‘financiële plaat’ voor doorrekening heeft opgestuurd. Hoe gaat meneer Zalm dan door het leven en over straat? Hij had die plaat altijd voor zijn hoofd, dus zonder die plaat is hij heel kwetsbaar. Ben ik bang. Een vis op het droge. Ik hoop maar dat meneer Zalm niets overkomt en dat ‘ie het haalt. Hij moet tenslotte nog een kabinetje formeren.’

‘Een vis op het droge, maakt rare sprongen,’ weet Timo,’ vooral de glibberige zalm is bekend om zijn springerigheid.’

 

 

 

 

Comments are closed.