Feed on
Posts
Comments

‘Ongelóóóófelijk, vind je niet? Wat meneer Ian Buruma overkomen is! Bizar! Dit kán toch niet?!’ Ilham is enigszins rood aangelopen. ‘Als je hier niet eens over kunt schrijven, in een krant die zich nota bene tot de fine fleur van het opiniemakend volkje rekent, dan is het einde van de beschaving nakende! Je hoeft het niet altijd en overal met Buruma over eens te zijn, maar dit …. Neen, dit is belachelijk.’

‘Ben ik met je eens, maar …’ zegt Willemijn, ‘ik heb nog eens goed naar die tekening van Siegfried gekoekeloerd, en mij bekruipt dan een gevoel dat met misschien een beetje, misschien zelfs een beetje veel, met de persoon van Ian Buruma te maken zou kunnen hebben: te nadrukkelijk succesvol, zoiets. Te pedant dominant ook, misschien? Waarom neemt niemand het voor hem op? Niet eens direct voor de persoon Buruma, maar voor de zaak die hij aankaart en waarvoor hij staat: vrijheid van pers en onbelemmerde gedachtenwisseling waarover dan ook.’

‘Dit was de stok, bedoel je?’ vraagt Mohammad, ‘dat ze hem eigenlijk meteen al kwijt wilden? Je komt de werkelijke redenen waarschijnlijk nooit te weten, maar deze argumentatie – bang zijn advertentiegelden mis te lopen – vind ik niet erg overtuigend. Eerder een nog eens ronddraaien van het mes in de wonde. Bijltjesdag voor Buruma.’

‘S.W’s tekening vind ik dubbel,’ zegt Willemijn, ‘zoiets van: je hebt een te clowneske kop voor de Nobelprijs. Ja, ik verzin maar wat hoor. Maar echt koosjer van de NYRB vind ik het niet, nee. Wat is er nou zo wereldschokkend aan dit onderwerp en deze gup, Jian Ghomeshi. Ghomeshi zou een paar zaken hebben weggelaten, tja, welke zaken en waren die zó wereldschokkend? Mogen wij dat ook mee beoordelen?’

‘Er zit wat in, wat je zegt,’ geeft Ilham toe, ‘misschien was het de bovenbazen van NYRB een doorn in het oog dat Buruma veelvuldig in Nederlandse media verscheen met vermelding van zijn hoofdredacteurschap van de NYRB.  Misschien kaapte Buruma de baan weg voor de neus van een partij die dat niet leuk vond? Kinnesinne. Je weet het niet, je weet het niet.’

Feisal komt binnen en stopt Willemijn een boekje in de handen: ‘Hier, hier, een dun boekje lees maar. Niet even sterk over de hele breedte, maar gevarieerd. Uit een pak van Sjaalman gevist.’

Willemijn bekijkt het boekske en leest voor: ‘ “Grenzen aan de vrijheid” van de hand van Ian Buruma, 2010 Lemniscaat. Dat kan bijna geen toeval zijn. Buruma is op die grenzen van de vrijheid gestuit, dunkt me.’

‘Lees het opstel “De paradox van de vrijheid” maar,’ zegt Feisal, ‘misschien is Buruma te veel sociaal-democraat naar de zin van de bovenbazen van de NYRB? Wellicht is Isaiah Berlin voor sommigen te links en te joods? Ik weet het niet, ik weet het niet. Siegfried’s tekening geeft ook mij een onbestemd gevoel. Overigens verschijnen Siegfried Woldheks tekeningen ook in de NYRB.

Deze affaire rond Ian Buruma doet me een beetje denken aan de protesten tegen het schilderij van van Balthus: “De Poes van Thérèse, ” wat daar niet over te doen is geweest. Het zegt voor mij meer over de verontwaardigden dan over de afbeelding. Die krijgen het schuim op de lippen als ze Nabokov’s Lolita zouden lezen.

Wat vinden jullie van deze cartoons van Ruben? In dezelfde NRC.’

‘Deze tekening van Ruben Oppenheimer vind ik ingehouden en bijna beledigend beheerst, ‘zegt Moh. ‘De bokshandschoenen zijn evident disfunctioneel, want ze kunnen helemaal niks met dit lege koffertje, daar in vak K. Met bokshandschoenen aan kun je het koffertje niet openmaken en je kunt geen geld tellen. Een leeg koffertje met hooguit wat virtualia. Zinloos geweld. Verbaal geweld, in dit geval. Van de Haagse kaasstolpers. Losse handjes.
Tom-Jan Meeus kan zich moeilijker intomen en die gaat verbaal flink los, ja.’

Willemijn:  ‘Deze tekening doet me sterk denken aan het Marten Toonder-verhaal: de Achtgever. Met dat koffertje vol bankbiljetten en de dreiging van de gorilla I Oen, die steeds zegt dat Bommel goed op het valiesje moet passen, want anders  …… Uiteindelijk blijkt de volledige zin te luiden: Want anders is het koffertje weg. Hier precies zo. Een virtueel geschuif met virtuele miljoenen en miljarden, dat niks om het lijf heeft.’

Ilham: ‘Bovendien heeft Heer Bommel helemaal niks met geld. Dat speelt voor hem geen rol. Het gaat om de intimiderende werking van de gorilla I Oen, oftewel: de Oen. Dit hele kabinet bestaat uit Achtgevers: Rutte fluit en ze springen allemaal door hun hoepels. Genant om het te zien. Wel frappant dat Siegfried Woldhek een lijf erbij tekent, omdat de kop alleen te clownesk zou zijn, terwijl Ruben Oppenheimer juist de kop weglaat en alleen die hier disfunctionele bokshandschoenen tekent.’

‘Ja, maar, ho, ho,’ zegt Feisal, ‘kijk eens naar deze tekening van de koning door Ruben. Me dunkt dat Oppenheimer daarmee dubbel en dwars compenseert voor wat hij bij de andere tekening sublimeert. Daar mag Tom-Jan Meeus voluit verbaal gaan.’

‘Ik vind dat Ruben Oppenheimer de koning wel erg hard aanpakt hoor,’ zegt Mohammad, ‘die man dreunt ook maar op wat meneer Rutte hem voorschrijft. Jammer voor Alex misschien, maar zo liggen de verhoudingen nu eenmaal.’

Tant pis pour lui, des te erger voor hem, sneu,’ zegt Willemijn snierend, ‘maar laat de man een beetje ruggegraat tonen. Hij hoeft toch niet aan de leiband van Rutte te blijven lopen, zoals die andere kniesoren. Heeft ‘ie ballen of niet? Kom op zeg!’

‘De enige die tegenvuur geeft, is Thierry Baudet,’ zegt Feisal hoofdschuddend, ‘alleen plaatst Baudet zich daarmee in de positie van Huizinga‘s spelbreker uit de Homo Ludens. Dat nemen die andere plucheklevers hem natuurlijk niet in dank af. Baudet verstoort hun spelletje. Stel je voor dat ze allemaal werkelijk aan de bak zouden moeten, dan hielden ze geen tijd meer over voor hun vele en ongetwijfeld lucratieve “neven-bezigheden,” die ze vanzelfsprekend, natuurlijk, verrichten in het Landsbelang.’

‘Om je 85% van de tijd met zinloos zitvlees kweken onledig te houden, lijkt me geen pretje,’ verzucht Ilham, ‘beschouw die 100.000 euriPlus per jaar, die ze krijgen bijgeschreven op hun bankrekening, maar als smartegeld en bid iedere dag dat zij onze narigheid op hun bordjes krijgen, van de Voorzienigheid. Dan ben tenminste ik nog voordelig uit en goed af.’

 

 

 

Tom-Jan Meeus:  ‘Hoe Wilders’ platheid en verwildering uiteindelijk heel Den Haag infecteert’ –  NRC 22 september 2018 – illustratie: Ruben L. Oppenheimer

 

 

 

 

Comments are closed.