Feed on
Posts
Comments

 

Laura van Baars: ‘De geest is uit de fles: leraren willen nu echt meer salaris’ –  Trouw, 25 juni 2017

“Iedereen is het erover eens dat leerkrachten op de basisschool meer moeten verdienen: niet alleen de vakbonden, maar ook de werkgevers in het onderwijs en de gemeenten. Met prikacties – dinsdag gaan veel basisscholen een uur later open – laten leerkrachten zien dat het hun ernst is: de geest is uit de fles en de actiebereidheid groeit.

Tegelijkertijd is het ook duidelijk dat het ‘achterstallige onderhoud’ aan de salarissen van onderwijzers zó groot is, zo’n 1,8 miljard euro, dat een nieuw kabinet de vraag om salarissen in het basis- en voortgezet onderwijs gelijk te trekken, waarschijnlijk niet kan inwilligen. Temeer daar geen enkele partij in de verkiezingsprogramma’s hiervoor geld heeft uitgetrokken. Nog sterker: zelfs als het bedrag vrijgemaakt kan worden, vinden belangenverenigingen dat het niet alleen besteed moet worden aan salarissen van onderwijzers.”

Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-Raad van middelbare scholen ….. vindt dat je er, ondanks het enthousiasme bij de leraren, voor moet waken dat de discussie zich vernauwt tot de salarissen.

“De grootste achterstanden zijn inderdaad in het basisonderwijs. Maar ook de middelbare scholen hebben een groot probleem met de oplopende lerarentekorten.”

Rosenmöller pleit voor een ‘deltaplan’ om weerstand te bieden aan het dreigende kwaliteitsverlies in het onderwijs. “Er moet ook aandacht zijn voor pensionering van eerstegraads docenten, maatwerk op de lerarenopleidingen en de beperkte tijd voor bijscholing. We hebben in Nederland goed onderwijs voor relatief weinig geld en moeten voorkomen dat de kwaliteit nu daalt. Wat heb je als samenleving voor goed onderwijs over? Dat moeten we opnieuw vaststellen.”

 

Multatuli: Ideen, bundel vier, idee nr. 980:

“Zoolang ‘t nog alleen de lagere onderwijzers waren , die verzuchtingen aanhieven over de cijfers 400 en 250, het minimum-bedrag der (tractementen van) hoofd- en hulponderwijzers , was hun stem gelijk aan die des roependen in de woestijn , of, zoo er al acht op werd geslagen , dan was spoedig het antwoord gereed : ‘t is waar, mijn goeie man. Veel is het niet, maar a qui la faute ? Gij hebt het geweten , waarom dingt ge naar zulke slecht bezobdigde betrekkingen , niemand heeft u geroepen , nog minder gedwongen ; we Leven in een vrij land, ge hadt thuis kunnen blijven. Dat ge honger lijden zoudt . . . iemand die zelfs met de logarithmen bekend moet wezen , kon zulks gemakkelijk genoeg berekenen ; derhalve . . .

Doch Publiek kwam spoedig tot de ontdekking , dat er nog wat anders achter zat. Het begon te begrijpen , dat een schoolmeester, die niet langer kans ziet om zijn eigen kinderen te eten te geven , weinig geestkracht meer zal overhouden, om die van anderen op te voeden; dat een man, Wien de armoe uit de kaal gesleten naden van zijn jasje berst , moeielijk die waardigheid , die ernstige blijmoedigheid, die gelijkmatigheid van inborst kan bewaren, die onmisbare vereischten zijn in een leidsman der jeugd.

Dat was de bedenkelijke zijde van het vraagstuk. Dat de onderwijzer persoonlijk gebrek leed , men betreurde het , maar daar bleef het bij . . . of laat ik , om niet onbillijk te zijn, er bijvoegen : in zeer dringende gevallen werd de hand tot hulp uitgestoken. Doch de gedachte, dat die karige bezoldiging van heilloozen invloed zijn moet op het onderwijs zelf. . . die gedachte doet, gelukkig , in ‘t eind alle hander uit… “

 

 

Teacher meditates on top of her desk as chaos ensues around her.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.