Feed on
Posts
Comments

 

 

‘ Voorafgaande? De verkiezingen hebben eigenlijk niet zo veel om het lijf, bedoel je?

  • ‘ Dat klopt. Er wordt een heleboel lucht – al dan niet gebakken of misschien hooguit halfgebakken – verplaatst, maar heel erg veel invloed hebben burgers tegenwoordig niet meer op de politici en de politiek. Voor zover ze ooit al invloed hadden.’

‘ Juist ja. En de (meeste) politici hebben niet veel invloed op wat er verder gebeurt. Die kunnen alleen naarstig in de weer zijn met het veiligstellen van hun eigen verdienpositie en ijverig aan de slag gaan met het opstellen van de poppetjes die voor hun merk (partij) op het pluche geplakt worden. Dat is een tamelijk ontmoedigend inzicht, maar ik ben het helaas met je eens. Toch “iets aan democratie doen” neemt hooguit de vorm aan van een vakje rood kleuren. Een vorm van voodoo.’

  • ‘ Indien je het radicaal wilt stellen, kun je zeggen dat gaan stemmen democratie ondergraaft (let wel: niet de democratie, maar democratie), omdat je immers op een partij stemt en niet op de politicus/-ca op wie je eigenlijk je stem uitbrengt. Wat de partijbonzen met jouw stem blieven uit te vreten, daar heb jij nada, niente, zeggenschap over. Je weet niet eens wie het zijn.’

‘ Die persoon fungeert in feite als paard van Troje, doordat op zijn of haar slippen een tros lieden mee de Kamer in komt van wie je ten eerste (bijna) niets weet of van wie je niets moet hebben en ten tweede weet je ook niet hoe lang ze eventueel de vier jaar waarvoor ze zijn gekozen, uit zullen dienen. Wanneer er tussentijds iets leukers (uitdagender, klinkt beter) voorbijkomt, zijn ze foetsj.
Normaal gesproken zou je ook als niet-CDA’er serieus kunnen overwegen op een Pieter Omtzigt te stemmen, want – normaliter – je ging ervan uit dat de meeste politici, met accentverschillen, voor het Algemeen Belang stonden, alleen de kleur van de das of de jurk verschilde, maar nu denk ik: jammer, maar ik moet al die partijleden niet, die met Omtzigt meeliften. Dat geldt voor iedere partij.

D66, de partij die het in de brochure uit 1966 zo mooi verwoordde dat politieke partijen een ondermijnende fopspeen zijn, uitgerekend die partij zet een minister (Kajsa Ollongren) als Vijfde colonne in het kabinet, die de mogelijkheid tot een referendum optuigen diep begraaft. ’

  • ‘Dan heb je het nog niet over de lijstduwers – Mw. Ollongren figureert ook in die hoedanigheid, op nr. 80 van haar partij. Lijstduwers zijn een openlijke vorm van volksverlakkerij – de middelvinger van de politici naar ons – die we lijdzaam ondergaan. Hetgeen toch vreemd mag heten.’

‘ Ik zag diverse “lijstduwers” op de kandidatenlijsten staan: helemaal onderaan. Het is dat ik wist dat ze zich als lijstduwer hadden geafficheerd, want het gebeurt best nog stiekem. Als je het niet wist, weet je echt niet wat er aan de hand is met zo’n naam, op die plek. Als je het goed bekijkt, is Kamervoorzitter Kadija Arib ook een soort lijstduwer, maar dan uit hoofde van haar functie in combinatie met haar lidmaatschap van de PvdA. Ik vind mw. Arib een geweldige voorzitter en een charmante persoon, maar ik moet er niet aan dènken op de PvdA te stemmen. Brrrrrr  ….. bij de gedachte alleen al krijg ik het Spaans benauwd en kippenvel over mijn hele lijf. D66 roept dezelfde reacties bij me op.
En dan natuurlijk die hele vreemde figuur van de ongekozen premier, die meestal automatisch uit de grootste partij komt, en in theorie tot in de eeuwigheid kan blijven plakken.

  • ’ Dat wil in dit geval zeggen zo lang Unilever en Shell dat goeddunkt.’

‘ Vergeet mevrouw Merkel niet. Die heeft volgens mij een dikke Duitse vinger in onze Nederlandse pap en havermout. Ik vind het boek van Omtzigt een opkikker. Een mentale welteverstaan, want straks komt de ontnuchterende praktijk waarin ons hoogstwaarschijnlijk meteen en direct duidelijk wordt gemaakt dat we ons niets moeten inbeelden en dat we echt niets meer te zeggen hebben, na het zetten van ons kruisje.’

  • Op de keper beschouwd, brengen we (tenminste degenen die gaan stemmen) onze stem uit op een stel politieke ladenlichters, lieden die aan duizenden burgers fraude hebben gepleegd en bedreven, door de wetten, regels en voorschriften aan hun laars te lappen of er hun achterwerk mee af te vegen. Door een loopje met de Rechtsstaat te nemen. Willens en wetens, en bij volle bewustzijn, compos mentis.’

‘ De opperkabouter blèrde niet voor niets meteen dat “het SYSTEEM” had gefaald en dat “IEDEREEN schuldig” was – ook als het tegendeel zou worden bewezen.’

  • ‘ In dat laatste geval waren we zelfs nog méér schuldig, omdat we het hadden laten passeren. Van zulke lieden heeft George Orwell het schrijven over de dingen waarover hij schrijft, geleerd. ’

‘ En opnieuw naar de stembus gaan – althans heel veel mensen gaan dat doen – waarmee ze zijn gelijk onomstotelijk bewijzen.’

  • ‘ Maf nietwaar? Of kun je het beter mieters noemen? Maf of mieters?’

‘ Mieters, en geloven dat je gelijk hebt, is waarschijnlijk het beste voor je particuliere geestelijke volksgezondheid.’

  • ‘ Nou dan zegt ik: mieters dat ik niet hoef te stemmen. Dat is tóch een vorm van vrijheid. Ik kan het werkelijk niet over m’n hart verkrijgen aan de poppenkast mee te doen.’

‘ Volgens Nietzsche zit je dan goed fout. Maar dat vinden velen Nietzsche ook. Goed fout bedoel ik. Om je staande te kunnen houden, moet je kunnen veinzen en huichelen, op z’n minst moet je de schijn kunnen ophouden en doen-alsof. Dan schop je het het verste, kijk maar naar Rutte en diens boezemvrienden.’

  • ‘ Daarom lees ik de faction van Thomas Ross er graag naast. Daarin wordt de morsige werkelijkheid opener en waarheidsgetrouwer verteld, dan in de media ooit zou mogen. Ross gebruikt toch naam en toenaam van levende personen. Dat maakt voor mij veel onverwachte dwarsverbanden duidelijk, terwijl ik me tevens realiseer dat het allemaal niet “waar” hoeft te zijn.’

‘ Een vorm van vaccinatie (factionatie) met letterlijk tegengif. Je hoopt soms zelfs tegen beter weten in dat een deel van die factionele werkelijkheid de werkelijke werkelijkheid besmet. Het boek van Ross dat je nu leest, vind ik intussen wel heel erg realistisch geworden gebeurtenissen beschrijven hoor.’

  • ‘ Inderdaad, ze worden steeds echter, beter voorstelbaar. Dat ligt aan de werkelijkheid die momenteel heerst en geldt.’

‘ Een werkelijkheid die doordrenkt en doordesemd is van een mentaliteit waardoor iedereen de ander in de eerste plaats als verdiemodel beschouwt: wat kan ik aan je verdienen en hoe kan ik je daarbij wellicht een poot uittdraaien. Hoe kan ik mijn maximale rendement uit jou persen, plukken en peuteren. Daar kom de neoliberalistische mind set kort samengevat op neer. De afgelopen tien jaar is deze mentaliteit er met verhevigde kracht ingestampt. Alle “arrangementen” en “akkoorden” zijn vanuit deze mentaliteit in elkaar gestukt en op deze leest geschoeid. Of we ooit nog (enigszins) naar het “oude normaal” kunnen teruggeraken, is zeer de vraag. Uit het lood geslagen als we zijn.’

  • ‘ Wat kan ik er “wijzer” van worden? Dat is een doordenkertje, voor het weekend. Pim Fortuyn heeft ons treffend samengevat en neergezet als: een verweesde samenleving.’

‘ Weet je waar ik best bezorgd over ben, met dit niet-gaan-stemmen?’

  • ‘Nou?’

‘ Dat het snel gaat wennen. Dat we stemmen niet langer belangrijk gaan vinden en dat we het zeker niet meer in een betekenisvolle relatie met democratie plaatsen en zien. Ik merkte bij mijzelf en bij naaste vrienden om me heen dat we de eerste keer toen we niet gingene stemmen een eigenaardig gevoel daarover hadden. Er was iets niet compleet, er mankeerde wat. Dat gevoel is er nu bijna niet meer. We volgen de politiek en politici nauwkeurig en raken er juist steeds vaster van overtuigd dat stemmen in dit system en met dit stelsel contra-democratisch is. Dat is niet goed.’

  • ‘ Dat laatste ben ik met je eens, maar wel gaan stemmen is ook niet goed, want dan sterk je “ze” in hun overtuiging dat doen wat ze doen (of laten) op de manier waarop ze het doen, juist is. Het volk wil het blijkbaar ook.’

‘ Juist, zou ik willen vervangen door profijtelijk en misschien zelfs door: winstgevend. Dan zit er helemaal geen ethos of moreel besef meer bij. Je kunt Nederlandse burgers in Groningen laten verkommeren en duizenden anderen laten verpieteren zonder de (kinder-)toeslagen waar ze wettelijk recht op hebben, je kunt ze straffeloos een oor aannaaien, en je komt er zonder kleerscheuren mee weg! Dus wat nou nette en fatsoenlijke rechtsstaat?! Al dat ge* * * over de Verlichting en de EU als waardengemeenschap, gooi maar in m’n pet, als “zij” het maar vet-goed hebben.’

  • ‘ Af en toe is er een enkeling die terugvecht, maar de meeste mensen willen gewoon leven. Dat weten “ze” donders goed, en ach, die zonderling die wordt uiteindelijk toch fijn gemalen, of pleegt zelfmoord of gaat van ellende dood.’

‘ Heb je gezien dat “men” bij de NRC de illustratie van Ruben Oppenheimer heeft vervangen door een foto met CDA’ers? Wat kan er nou aanstootgevend zijn aan de tekening van Oppenheimer?’

  • ‘ Dat zou ik ook niet weten. Ik vind de tekening van Hajo veel spannender – indien je die zo leest als ze het bij ons doen.’

 

 

 

Citaat uit het artikel van Tom-Jan Meeus (NRC 13 maart 2021): ‘ Ervaren mensen in de bureaucratie kunnen je precies uitleggen waarom er in de slotweken van een campagne zo veel ambtelijke activiteit is.

Een oud-topambtenaar vertelde hoe hij als beginneling een wijze les kreeg van wijlen Arthur Docters van Leeuwen, oud-hoofd van de AIVD en het Openbaar Ministerie. „Hij zei: de campagne is de periode waarin je ambtelijk zaken in beweging kunt brengen.”

Een oud-informateur formuleerde het zo: „Elk ministerie weet: dit is het moment om zaken te doen.”

Het werkt als volgt. Voordat partijen hun verkiezingsprogramma’s gaan schrijven, publiceert de Inspectie Rijksfinanciën (IRF), toezichthouder voor het ministerie van Financiën op de departementale begrotingen, een lijst van mogelijke maatregelen in de nieuwe periode. Honderden opties, variërend van halvering van het aantal Kamerleden tot en met verdubbeling van de vluchtelingenopvang.

( …………….. )

‘ Ook werkt IRF [Inspectie Rijksfinanciën] op basis van de verkiezingsprogramma’s al voor de formatie compromisvoorstellen uit. Het doel is, zei een oud-IRF-ambtenaar, „dat je op elke denkbare vraag uit de formatie voorbereid bent”.

Dit verklaart ook waarom topambtenaren, anders dan de meeste lijsttrekkers, al maanden weten wie de ambtelijke secondanten – ‘secretarissen’ – van de formatie worden: zij zijn straks de schakel tussen de onderhandelingstafel en de ministeries.

Het gaat om twee mensen van Algemene Zaken, plaatsvervangend secretaris-generaal Bart van Poelgeest en raadadviseur Irene Jansen. Van Poelgeest werkt al twintig jaar op Algemene Zaken en was bij talrijke formaties betrokken. Jansen, eerder werkzaam op Financiën, begon in 2017 als raadadviseur van Rutte.

Topambtenaren weten: een open lijn met deze twee is de beste kans om gewenste inzichten op de formatietafel te krijgen.

Een [CDA-]partijprominent vertelde me donderdag dat hij liever ziet dat Hoekstra het stokje overgeeft aan Omtzigt. Het geluid klinkt breder in de partij.’    % einde citaat %

 

 

 

Comments are closed.