Feed on
Posts
Comments

Echt Amsterdams Nieuws, zondag 25 december 2016

Een subgroep van de Wij Zijn Hier-vluchtelingen hebben panden gekraakt in de binnenstad van Amsterdam. Het gaat om een groep Swahili-asielzoekers [Oost-Afrika] die panden hebben gekraakt aan de Amstelstraat.

De groep asielzoekers is uitgeprocedeerd. Er is ze eerder aangeboden om gebruik te maken van de bed-bad-brood-voorziening, maar dat werd geweigerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wonen, moet lonen! Maar voor wie?

22 augustus 2013
Reeds voor de wijzigingen bood de Leegstandswet ten aanzien van specifieke categorieën woningen de mogelijkheid deze onder bepaalde voorwaarden tijdelijk te verhuren zonder dat huurbescherming gold. De categorieën zijn: woningen bestemd sloop en renovatie (1), te koopstaande woningen (2) en de tijdelijke verhuur van gebouwen, zoals scholen en kantoren, die omgebouwd zijn tot woonruimten (3).
Eén van de kernvoorwaarden voor de tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandswet is dat een vergunning, afgegeven door Burgemeester en wethouders, is vereist. Begrijpelijk, de huurbescherming wordt immers opzij gezet.
Aanvankelijk werd de vergunning afgegeven voor de duur van (maximaal) twee jaar met daarbij voor de eigenaar de mogelijkheid telkens met een jaar te verlengen tot maximaal vijf jaar. Nieuw is dat de maximale duur van de vergunning aanzienlijk is opgerekt en dat per categorie een specifieke termijn geldt. De wetgever heeft op deze wijze maatwerk willen leveren.

Voor de tijdelijke verhuur van woningen ten aanzien van sloop en renovatie is de maximale vergunningsduur verlengd tot zeven jaar. De vergunning geldt in eerste instantie voor (maximaal) twee jaar en kan deze vervolgens telkens met een jaar worden verlengd tot de maximale duur. De wetgever heeft hiermee tegemoet willen komen aan het feit dat herstructureringsprojecten in het huidige economische klimaat regelmatig langer duren dan de vijf jaar waarvoor een vergunning aanvankelijk maximaal kon worden afgegeven.

Ten aanzien van de tijdelijke verhuur van te koop staande woningen is de maximale vergunningsduur ongewijzigd gebleven (vijf jaar). Nieuw is echter dat de vergunning voor deze categorie nu in één keer voor de duur van vijf jaar wordt verstrekt zodat niet telkens om verlenging hoeft te worden verzocht.

Ten aanzien van de derde categorie, gebouwen zoals scholen en kantoren die omgebouwd zijn tot woonruimten, is de maximale vergunningsduur verlengd tot tien jaar. De vergunning voor deze categorie wordt in eerste instantie afgegeven voor (maximaal) twee jaar en kan deze vervolgens telkens met een jaar worden verlengend tot de maximale duur. Omdat voor dergelijke gebouwen op grond van het bestemmingsplan een andere bestemming dan wonen geldt, dienen de eigenaren op grond van de Crisis- en herstelwet ook een zogenaamde omgevingsvergunning te verkrijgen. Met deze omgevingsvergunning kunnen eigenaren voor de duur van tien jaar afwijken van de bestemming uit het bestemmingsplan. In dat verband heeft de wetgever ten aanzien van de duur van de vergunning krachtens de Leegstandswet aansluiting gezocht bij de duur van deze omgevingsvergunning. Indien tevens een omgevingsvergunning voor een gebouw is verkregen, wordt de vergunning krachtens de Leegstandswet afgegeven voor de duur van tien jaar.

In de ‘oude’ Leegstandswet was het slechts mogelijk om één keer een vergunning voor de verhuur van een bepaalde woning of een bepaald gebouw te verkrijgen. Deze beperking is nu komen te vervallen. Wel dient minimaal vijf jaar te zijn verstreken sinds het einde van de vorige vergunning.
Voorts heeft de wetgever een wijziging aangebracht ten aanzien van het bepalen van de huurprijs voor de tijdelijke verhuur van te koop staande woningen.
Voor deze categorie geldt dat de huurprijs vrijelijk door de eigenaar kan worden bepaald. Eigenaren van te koop staande woningen zijn dus niet meer gebonden aan de in de vergunning bepaalde huurprijs. Voor particulieren geldt overigens nu wel dat slechts voor twee woningen een Leegstandsvergunning kan worden verkregen. Daarnaast mogen Burgemeester en wethouders geen nadere eisen meer stellen ten aanzien van de tijdelijke verhuur van te koop staande woningen dan de eisen die de Leegstandswet stelt. Volgens minister Blok dient de tijdelijke verhuur in deze categorie niet onnodig te worden bemoeilijkt.
De toekomst zal uitwijzen in hoeverre de bovengenoemde wijzigingen in de Leegstandswet daadwerkelijk het beoogde effect op de woningmarkt zullen hebben. Over drie jaar zullen de wijzingen worden geëvalueerd.

Grotendeels overgenomen van Elvira de Ruiter. Zij werkt als advocaat bij Huisvestingsadvocaten B.V.
www.huisvestingsadvocaten.nl

 

Woonbond, 22 december 2016

Sociaal plan bij renovatie of sloop is verplicht

Met de invoering van de Woningwet in 2015 is het een verplichting dat corporaties een sociaal plan opstellen voor de betrokkenheid en rechten van huurders bij sloop en renovatie. De wet vereist dat de corporatie hier op zijn minst overleg over voert met de huurdersorganisatie en de betrokken gemeente. Het is gebruikelijk dat dit plan gezamenlijk wordt opgesteld. Een verstandige corporatie doet dat ook, want draagvlak is van groot belang bij sloop en renovatie.

Model van Aedes is onder de maat

Om corporaties te helpen om sociale plannen op te stellen heeft corporatiekoepel Aedes kort voor de zomer een modelreglement gemaakt. De Woonbond is daar niet bij betrokken en de inhoud stelt dan ook ernstig teleur. De focus in het Aedes-model ligt op de belangen van de verhuurder en de voorgestelde normen zijn ronduit minimaal.
Het plan om mensen met een net te hoog (al of niet tijdelijk) inkomen bij een renovatie of sloop op straat te kunnen zetten, is wat de Woonbond betreft geen optie. Sloop en renovatie mogen niet misbruikt worden om  mensen te weren uit de sociale sector. Voorstellen daartoe kunnen onmogelijk geaccepteerd worden door huurdersorganisaties. Het Woonbond-model is daarom een veel beter startpunt voor gesprekken over een sociaal plan.

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.