Feed on
Posts
Comments

 

 

*

Waar gaat Ruling the Void in de kern over? Peter Mair beschrijft in dit boek een fundamentele transformatie van de democratische politiek in West‑Europa. Zijn centrale stelling is scherp:

Politieke partijen trekken zich steeds verder terug uit de samenleving, terwijl burgers zich tegelijkertijd terugtrekken uit de politiek.
Het resultaat is een soort dubbele leegloop:
– Partijen verliezen hun wortels in de maatschappij
– Burgers verliezen hun vertrouwen en betrokkenheid
– De democratische arena wordt steeds leger
– En precies die leegte noemt Mair “the void”

🕳️ Wat bedoelt Mair met the void?
Mair gebruikt the void als metafoor voor een structurele leegte in het hart van de democratische politiek. Het is geen toevallige crisis, maar een langdurig proces waarin:

  1. Partijen hun maatschappelijke functie verliezen
    Vroeger waren partijen stevig verankerd in sociale groepen (arbeiders, katholieken, liberalen). Ze vertegenwoordigden belangen, mobiliseerden burgers, en boden een ideologisch kompas.

Volgens Mair zijn ze veranderd in kartelpartijen:
– sterk afhankelijk van de staat voor financiering
– gericht op bestuur in plaats van vertegenwoordiging
– meer technocratisch dan ideologisch

  1. Burgers zich terugtrekken
    Burgers stemmen minder,
    – zijn minder lid van partijen,
    – en voelen zich minder vertegenwoordigd.
    Ze ervaren politiek als afstandelijk, gesloten en ondoorzichtig.
  2. De ruimte tussen bestuur en samenleving leeg raakt
    Die leegte — the void — is het gebied waar vroeger democratische energie zat: debat, conflict, mobilisatie, ideologie, participatie.
    Nu is dat gebied grotendeels verlaten:
    – bestuurders regeren zonder veel maatschappelijke input
    – burgers reageren vooral via protest of populistische alternatieven
    – de traditionele democratische bemiddeling is verdwenen

Waarom noemt Mair dit “ruling the void”?
Omdat volgens hem politieke elites nog steeds regeren, maar in een leeggelopen democratisch landschap. Ze besturen wel, maar zonder de vroegere democratische legitimatie en betrokkenheid.
Het is dus niet dat er geen macht meer is — er is juist macht zonder tegenkracht.

🔍 Waarom is dit boek zo invloedrijk?
Omdat Mair iets benoemt wat veel mensen intuïtief voelen:
– politiek lijkt technocratischer
– partijen lijken op elkaar
– burgers voelen zich minder gehoord
-populisme groeit in de leegte die ontstaat.
Mair geeft daar een analytisch kader voor dat nog steeds veel wordt gebruikt.

Als je wilt, kan ik ook:
uitleggen hoe Mairs analyse zich verhoudt tot populisme
– bespreken hoe zijn ideeën passen in de bredere literatuur (bijv. Colin Crouch’s Post‑Democracy)
– ingaan op de vraag of the void vandaag groter of kleiner is geworden.
Laat maar weten welke richting je interessant vindt.

Vertrouwen en legitimiteit in Mairs diagnose
Voor Mair zijn vertrouwen en legitimiteit geen losse begrippen, maar indicatoren van de gezondheid van de democratische verbinding tussen burgers en politiek.

🟦 Vertrouwen. Vertrouwen is voor hem vooral:
– het geloof dat politieke actoren handelen namens en voor burgers
– het gevoel dat politiek responsief is
– het idee dat partijen herkenbare keuzes vertegenwoordigen
Als partijen zich terugtrekken uit de samenleving, verdwijnt dat vertrouwen. Burgers ervaren dan dat politiek “ergens anders” plaatsvindt.

🟩 Legitimiteit. Legitimiteit is breder:
– het gaat om de aanvaarding van politieke macht als gerechtvaardigd
– het hangt samen met participatie, representatie en conflictbemiddeling.
Wanneer burgers afhaken, wordt legitimiteit fragieler. Niet omdat de instituties verdwijnen, maar omdat de maatschappelijke inbedding van die instituties verdampt.

Mair ziet dus een vicieuze cirkel: minder vertrouwen → minder legitimiteit → minder betrokkenheid → nog minder vertrouwen. Dat is precies de dynamiek die the void creëert.

🕳️ Wat betekent dit voor de aard van politieke partijen?
Je vraag is scherp:

Wil dit vooral zeggen dat degenen die tegenwoordig een politieke partij constitueren, geen burger (meer) zijn, maar vooral praktische opportunisten die een partij als baanmodel zien?
Mair zou dit niet zo persoonlijk of moralistisch formuleren. Hij beschrijft geen karakterfout van politici, maar een structurele transformatie van het partijwezen.

🔍 Wat is er volgens Mair wél aan de hand?
1. Partijen zijn van “representatieve organisaties” veranderd in “bestuurlijke organisaties”
Ze richten zich minder op leden, bewegingen en maatschappelijke groepen, en meer op:
– regeren
– beleidscoördinatie
– technocratische stabiliteit
Niet omdat politici slechte burgers zijn, maar omdat het institutionele ecosysteem hen die kant op duwt.

  1. Partijpolitiek is geprofessionaliseerd. Partijen worden bemand door:
    – beleidsadviseurs
    – communicatiespecialisten
    – bestuurders
    – experts
    Deze mensen zijn vaak oprecht gemotiveerd, maar hun sociale achtergrond verschilt sterk van de gemiddelde burger. Daardoor ontstaat afstand.
  2. De partij als carrièrepad
    Mair signaleert dat partijen steeds meer lijken op:
    – organisaties met interne loopbanen
    – instellingen die draaien op publieke financiering
    – structuren die minder afhankelijk zijn van leden.
    Dit maakt partijen minder kwetsbaar voor maatschappelijke druk — en dus minder responsief.
  3. De burger wordt vooral kiezer, niet deelnemer
    De klassieke rol van burgers als leden, vrijwilligers, activisten is grotendeels verdwenen. Wat overblijft is een dunne, electorale relatie.

Dus: zijn politici “geen burgers meer”?
Mair zou zeggen: Ze zijn nog steeds burgers, maar ze vertegenwoordigen de samenleving niet meer op de manier waarop partijen dat vroeger deden.

Het probleem zit niet in hun intenties, maar in de institutionele logica van moderne partijpolitiek:
– professionalisering
– depolitisering
– technocratisering
– kartelvorming
Hierdoor ontstaat een kloof die door burgers wordt ervaren als afstand, onverschilligheid of opportunisme.

Als je wilt, kan ik verder ingaan op:
– hoe Mairs analyse zich verhoudt tot populisme
– hoe legitimiteit in de EU-context verschilt van nationale politiek
– of the void vandaag groter of kleiner is dan toen Mair schreef.
Laat maar weten welke richting je interessant vindt.

 

 * = *

Zullen we dit even onderbreken om de link naar die youtube-video (www.youtube.com/watch?v=AErKXhgLxHY) in te lassen? Daar gaat de kop van deze posting tenslotte over. Heb je de video bekeken?

  • Jazeker. De jongelui waren daar zo op gebrand. De titel van deze postíng komt ook van hen. Mwah, ik vind dat keffen en kuitenbijten nogal meevallen hoor. Let wel: dat is geen commercial voor de betreffende partij, zelfs géén aanbeveling om te gaan stemmen. Ik vind het gebeuren qua groepsdynamica misschien de moeite waard om te bekijken.

Ja hè? het leek erop alsof ze haar wilden bekéren. Bram M. speelt zelfs advocaat van de duivel. Schattig.

  • Mag ik overdrijven? Het doet een beetje denken aan zo’n sessie zelfkritiek, zoals ze tijdens de Culturele Revolutie in China aan de lopende band werden opgetuigd. Die gewraakte apjes van tien jaar geleden zijn me totaal ontgaan; ik zit niet op sociale media. ‘t Zal allemaal wel.

Een groep, die zich tégen je keert, dat is eng. Zullen we verdergaan onze Ai-dialoog?

* = *


Ai-antwoord (vervolg)

Is het institutionele ecosysteem een reïficatie?
Nee — tenminste, niet bij Mair.
Hij bedoelt met “institutioneel ecosysteem” geen mysterieus, zelfstandig handelend ding, maar een set van prikkels, structuren en logica’s die zich in de loop van decennia hebben opgebouwd:
– publieke partijfinanciering
– professionalisering van politiek
– mediacratie
– juridisering van beleid
– Europese integratie
– permanente coalitievorming
– afname van massapartijen en leden
Deze structuren beperken de handelingsruimte van politici, maar ze zijn wel degelijk door mensen gemaakt — en kunnen dus door mensen worden veranderd.

Maar: het kost enorme politieke energie om structuren te veranderen die juist ontworpen zijn om stabiliteit te garanderen. Dat is de paradox.

Maar: het kost enorme politieke energie om structuren te veranderen die juist ontworpen zijn om stabiliteit te garanderen. Dat is de paradox.

 

🧩 2. Zijn politici die dit niet veranderen “gemankeerde burgers” of “amateurpolitici”?
Mair zou zeggen: nee, dat is niet de juiste lens. Hij ziet drie dingen:

🔹
1. Politici zijn burgers, maar niet representatief voor de samenleving
Ze komen vaak uit vergelijkbare opleidings- en beroepsmilieus. Niet omdat ze slechte burgers zijn, maar omdat het systeem professionele vaardigheden beloont:
– beleidskennis
– communicatiestrategie
– onderhandelingskunst
– technocratische competentie
Dat maakt hen minder geworteld in de samenleving.

🔹 2. Politici zijn niet amateuristisch — ze zijn juist hyperprofessioneel
Maar… professioneel in een systeem dat niet langer gericht is op maatschappelijke representatie.
Ze excelleren in:
– coalitievorming
– beleidscoördinatie
– media-optredens
– partijmanagement
Maar dat zijn niet per se de vaardigheden die vertrouwen of legitimiteit herstellen.

🔹 3. Politici zijn niet “gemankeerd”, maar gevangen in een logica.
Niet door kwade wil, maar door:
– electorale risico’s
– coalitiedwang
– institutionele inertie
angst voor verlies van controle.
Het is dus geen moreel falen, maar een structureel probleem.

Waarom mijden politici het referendum (bijv. Zwitsers model)?
Dit is een cruciale vraag, en Mair geeft hier een scherpe analyse van.

  1. 🔸 1. Referenda versterken directe legitimiteit — en dat is bedreigend voor partijen
    Partijen zijn gewend om de exclusieve bemiddelaars te zijn tussen burger en staat. Een bindend referendum doorbreekt dat monopolie.
    🔸 2. Referenda brengen onvoorspelbaarheid
    Politici vrezen:
    – verlies van controle over de agenda
    – dat complexe dossiers worden gereduceerd tot ja/nee
    – dat referenda worden gebruikt als proteststem.
    In een tijd van lage partijbinding voelt dat riskant.
    🔸 3. Referenda passen slecht in een coalitieland
    Nederlandse politiek draait op:
    – compromissen
    – onderhandeling
    – wederzijdse afhankelijkheid.
    Een referendum kan een compromis ondermijnen.

🔸 4. Referenda leggen de kloof bloot
En dat is precies wat veel politici liever vermijden. Een referendum maakt zichtbaar hoe groot de afstand tussen bestuur en burgers is — en dat kan pijnlijk zijn.

🔸 5. Mair’s kernpunt: partijen zijn bestuurders geworden, geen vertegenwoordigers
In een bestuurderslogica is een referendum een verstoring. In een representatielogica is het een aanvulling.

Conclusie
Je intuïtie is scherp: het probleem zit niet in de individuele politicus, maar in de logica van het systeem waarin hij opereert.
Politici zijn geen slechte burgers.
– Ze zijn ook geen amateurs.
– Ze zijn professionals in een systeem dat niet langer gericht is op maatschappelijke representatie.
Daardoor vermijden ze instrumenten (zoals referenda) die hun monopolie op politieke bemiddeling doorbreken.

En precies dát is the void: een leegte die ontstaat wanneer bestuurders en burgers elkaar niet meer ontmoeten in een gedeelde politieke ruimte.

🧩 1. “Politici zijn burgers, maar niet representatief voor de samenleving”
Je reactie — laten we hopen dat ze niet representatief zijn als we kijken naar wat sommigen uitvreten — raakt aan iets belangrijks. Mair bedoelt met “niet representatief” niet morele representativiteit, maar sociale en structurele representativiteit.
Peter Mair zegt eigenlijk:
– Politici komen uit een steeds smallere sociale laag
– Ze doorlopen vergelijkbare opleidingen en carrièrepaden
– Ze leven in een andere institutionele werkelijkheid dan de meeste burgers
– Ze worden geselecteerd op vaardigheden die weinig met maatschappelijke worteling te maken hebben

Dat maakt hen niet per se slechtere mensen, maar minder ingebed in de leefwereld van de gemiddelde burger. En precies daar ontstaat de kloof.

🧩 2. Jullie LAT‑metafoor: verrassend precies
De relatie tussen burgers en politici is inderdaad:
formeel nog intact
– maar emotioneel en sociaal uitgehold
– functioneel, maar niet wederkerig
– technisch, maar niet existentieel
– stabiel, maar zonder intimiteit of vertrouwen

Mair beschrijft dit als the void: een leegte die niet ontstaat door conflict, maar door afwezigheid van verbinding.
Jullie typering van “verstandshuwelijk is nog te intiem” is scherp. In Mairs termen:
– de maatschappelijke dimensie van politiek is verdwenen
– de bestuurlijke dimensie is overgebleven.
Dat is geen democratie in de klassieke zin, maar een soort post‑representatieve technocratie.

🧩 3. “Volksvertegenwoordiger” als belediging
Dat gevoel komt niet uit de lucht vallen. Het woord “vertegenwoordiger” veronderstelt:
– een band
– een mandaat
– een gedeelde identiteit
– een gedeelde ervaring
– een gedeelde verantwoordelijkheid
Maar in de huidige praktijk:
– vertegenwoordiging is grotendeels procedureel geworden
– legitimiteit is institutioneel, niet sociaal
vertrouwen is gefragmenteerd
de politieke klasse is gescheiden geraakt van de maatschappelijke realiteit

Daarom voelt “volksvertegenwoordiger” soms als een lege titel — niet omdat politici slechte intenties hebben, maar omdat de structuur van representatie is uitgehold.

Je intuïtie is scherp: de relatie tussen burgers en politici is niet kapot, maar leeg.
Niet vijandig, maar afstandelijk. Niet conflictueus, maar betekenisloos. Niet gewelddadig, maar uitgehold. Niet onwettig, maar onbemind.

Dat is the void.

En zolang die leegte niet wordt gevuld — door nieuwe vormen van participatie, deliberatie, directe democratie, of hernieuwde maatschappelijke verankering — blijft de democratie formeel intact maar materieel verzwakt.

*

Oeps! Ai is eruit gefloept. We kunnen geen prompts meer kwijt.

  • Het zij zo. Het grootste deel van de gedachtenwisseling hebben we op de site kunnen spuiten. Zodra je iets te kritisch wordt in je prompts, krijgt Ai het op z’n heupen en kapt het ermee. Toch een beetje verdacht.

*

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.

Copy Protected by Tech Tips's CopyProtect Wordpress Blogs.
error: Content is protected !!