‘Zo langzamerhand zou je als Nederlandse boer inderdaad sterretjes gaan zien. Dat zou mij niet verbazen. Ze worden me daar toch geringeloord en gejonast door een stel leeghoofdige zakkenvullers, dat is echt niet leuk meer.’ Ze haalt een grote rode boerenzakdoek uit haar tas en veegt er haar voorhoofd uitgebreid mee af: ‘Die B staat natuurlijk voor Bevel is bevel en voor Bureaucraten, en dat is Bah, ja, heel erg veel Bah! De bewindspersonen die met stikstof knoeien vergelijken met Zyklon B-knutselaars dat zou misschien nog te ver voeren, maar het effect is hetzelfde: wis ze uit, laat ze verdwijnen.’ Ze puft een paar keer. ‘In dát opzicht is de associatie met die sterren helemaal zo ongerijmd nog niet. Mooi dat men dat nu durft verwoorden, hoewel het taboe nog als een verstikkende stikstofdeken over het publieke discours ligt hoor.’ Ze maakt een prop van de rode zakdoek en stopt die in haar tas.
‘Dat de media en propagandisten van het regime er meteen de holocaust bijslepen, is fantasieloos en daarom alleen al onsmakelijk, maar alleszins te verwachten. Die waaien met alle winden mee.’
- ‘ Joden mochten helemaal geen grond bezitten. Deze politici voeren inderdaad oorlog tegen ons, tégen de bevolking, en dat is verbijsterend om te beseffen, ongelooflijk. Dat merkt Wierd Duk heel terecht op.’ De man die dit zegt, lijkt sprekend op Johan Vollenbroek. Even mager en schonkig, maar hoogstwaarschijnlijk niet vanwege voedselgebrek. ‘Men weet inmiddels vrij nauwkeurig hoeveel boeren zich tijdens het regime Van der Wal – Zeggelink hebben verhangen. Er staat een fikse rekening open, zo hoor ik steeds vaker verzekeren. En terecht, want waarom zouden ze er doodleuk mee weg komen? Op die manier leren ze het nooit en komen we nimmer van dit soort sneue zakkenvullers af. ”We voerden enkel bevelen uit.” Hugo de Jonge idem dito. Nou, we kennen zijn postcode en huisnummer en we “weten waar zijn huis woont.” Dat laatste zegt hij met een knipoog: ‘We hebben lang in Suriname gewoond, vandaar. ’
“En dan die meneer Jetten. Die komt alleen gebakken lucht uitventen en nadrukkelijk zeggen dat die Davidsterren echt niet kunnen. Beleid op poten zetten waar een visie achter zit, hó maar! Wat een flauwe flapdrol is die man toch!’
- Ze stappen het perron op: ‘Gelukkig konden we zitten. Met deze hitte staan, in een volle trein, daar moet je toch niet aan denken. Neen, ik refereer niet aan dié treinen. Het is maar dat je het weet!’