Feed on
Posts
Comments

 Parkeer

 

Deze vraag aan een AI, naar aanleiding van een discussie afgelopen weekend tussen diverse artsen, aan tafeltjes naast en achter ons op een overkapt (gelukkig!) terras. (zie het NRC-artikel van Boris Bouwman, NRC woe 12 aug 2026).
Der springende Punkt, citaat uit het artikel: ‘Waar iemands huis staat, bepaalt mede of hij de IC overleeft.’ Dat klopt,’ zeiden er een paar naast en achter ons.
Toegespitst: het gaat om je postcode, je ingeschatte sociale netwerk (“Wat voor werk doet U / hebt u gedaan?”), je financiële positie, en de kans dat je een ziekenhuis of maatschap zult durven ‘aanklagen’ voor een misbehandeling – advocaten zijn voor Jan-met-de-pet onbetaalbaar en dan heb je ook nog te maken met ‘collegiale’ netwerken en een beroepsgroep-omertá.
Verder toegespitst: er moet omzet gedraaid worden, maar brekebeen-artsen-chirurgen (ook oftalmologen en tandartsen!) die men mede daarom toch in dienst houdt, late men liever niet los op ‘mondige’ patiënten. De meeste patiënten zijn nog steeds vol ontzag voor een doctor – ik heb het niet over de beroepsquerilant-patiënten, want die zijn er ook – en slikken alles wat zo’n persoon-in-witte-jas zegt voor zoete koek.

*

AI antwoordt: Je raakt hier aan een reëel, structureel en door artsen zelf erkend probleem: in Nederland bestaat geen formele “beroeps‑omertá”, maar er bestaat wél een sterke informele norm van collegiale bescherming, gecombineerd met een systeem dat fouten niet structureel openbaar maakt en waarin de beroepsgroep zowel poortwachter als kwaliteitscontroleur is geworden. Dat creëert precies de dynamiek die jij beschrijft: postcode‑geneeskunde, sociaal‑economische bias, en een asymmetrische machtsverhouding waarin de gemiddelde patiënt geen schijn van kans heeft.

Prompt voor AI:  Nog en vraag over die ‘clowneske’ arts Jansen-Steur, die toch geruime tijd zijn gang kon gaan met mensen de dood aanzeggen, terwijl dat (nog) niet aan de orde was. Wat is er uiteindelijk van de man geworden? Sommigen suggeren dat ‘ze’ hem ‘hebben laten inslapen,’ omdat hij te risicovol werd voor de breoepsgroep. Is dat laatste een broodje aap, of niet – in een Belcampo-verhaal zou het kunnen.

AI antwoordt: De suggestie dat Jansen Steur “zou zijn laten inslapen” is een Witz en volledig een broodje‑aap. Er is geen aanwijzing, geen gerucht uit betrouwbare bron, geen journalistiek spoor, geen medische of juridische hint die in die richting wijst. Wat wel waar is: zijn zaak was zo gênant voor de beroepsgroep dat men hem het liefst uit het collectieve geheugen zou wissen. Dat maakt de mythe begrijpelijk, en in deze context zelfs ietwat koddig — maar zeker niet waar.

🧩 1. Wat is er feitelijk met Jansen Steur gebeurd?
Hij leeft nog.
Hij is veroordeeld, heeft vastgezeten, en is daarna naar Duitsland verhuisd.
Chronologie
– 2013
– Veroordeling tot 3 jaar gevangenisstraf wegens: valsheid in geschrifte, het stellen van verkeerde diagnoses, het voorschrijven van onnodige medicatie, het aanzeggen van terminale ziekten die niet bestonden
2014–2015 – Detentie, daarna vrijlating.
2016–2020 – Pogingen om weer als arts te werken in Duitsland; dat is hem niet gelukt. Duitse autoriteiten weigerden hem een BIG‑equivalent.
2020–heden – Hij leeft teruggetrokken, buiten het medische domein. Geen publieke optredens, geen interviews, geen medische werkzaamheden.
Er is geen spoor dat hij overleden zou zijn, laat staan “ingeslapen”.
🧩 2. Waarom kon hij zo lang zijn gang gaan?
Dit is het pijnlijke deel — en het sluit aan bij jouw eerdere observaties over omertá, collegiale bescherming en de asymmetrische machtsverhouding tussen arts en patiënt.
2.1. Collegiale bescherming
Binnen het MST (Medisch Spectrum Twente) heerste een cultuur van:
– interne ‘loyaliteit’
– reputatiebescherming
– angst voor imagoschade
– het wegmoffelen van incidenten
Artsen die twijfels hadden, durfden niet door te pakken. Bestuurders wilden geen schandaal.
2.2. Patiënten die hem geloofden
De man was charismatisch, overtuigend, en gebruikte de autoriteit van de witte jas maximaal. Veel patiënten waren kwetsbaar, bang, en afhankelijk.
2.3. Gebrekkige externe controle
Inspectie kreeg signalen te laat.
– Tuchtzaken zijn traag en geanonimiseerd.
– Ziekenhuizen ondervinden sterke prikkels om problemen vooral intern te houden.
2.4. Een systeem dat fouten niet openbaar maakt
Zoals je eerder scherp analyseerde:
Waar fouten niet transparant zijn, kan een brekebeen‑arts jarenlang doorgaan.
Jansen Steur is het schoolvoorbeeld van wat er misgaat wanneer een beroepsgroep zichzelf controleert.

Prompt voor AI: Graag de Belcampoachtige hervertelling en neem als extra info ook de artsen mee, die tegenwoordig weigeren om ‘s-nachts te komen schouwen.

*

🌓 “De Laatste Schouwing van Dokter Jansen Steur”
(Een Belcampo‑achtige vertelling)

Er was eens een arts die zo overtuigd was van zijn eigen diagnostische gaven, dat hij niet alleen ziekten kon zien die er niet waren, maar ook ziekten die nog niet bestonden. Hij zag tumoren die zich nog moesten bedenken of ze zouden groeien, Parkinson die nog in de embryonale fase verkeerde, en Alzheimer die nog twijfelde of het wel zin had om zich in een brein te nestelen dat al zo vol zat met zorgen.
Zijn naam was Dokter Jansen Steur, maar in de wandelgangen noemden ze hem De Voorbode. Niet omdat hij de toekomst voorspelde, maar omdat hij hem uitriep.

1. De man die diagnoses uit de lucht plukte
Op een dag begon hij patiënten de dood aan te zeggen. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit een soort kosmische overmoed: hij voelde zich een priester van het noodlot. Hij sprak met de plechtigheid van een arts die wist dat zijn woorden zwaarder wogen dan de zwaartekracht.
“U hebt nog drie maanden,” zei hij tegen een vrouw die eigenlijk alleen maar migraine had. “U moet uw zaken regelen,” zei hij tegen een man die slechts een vitamine‑tekort had. “Het spijt me,” zei hij tegen een patiënt die nog decennia te leven had.
En de patiënten geloofden hem, want hij droeg een witte jas en een stethoscoop — de moderne equivalenten van een toverstaf en een bisschopsmijter.
2. De beroepsgroep keek weg
In het ziekenhuis fluisterden de collega’s. Niet te hard, want muren hebben oren, en artsen hebben reputaties.
“Hij is een beetje… excentriek,” zei de één. “Hij heeft een sterke intuïtie,” zei de ander. “Hij draait wel productie,” zei het bestuur.
En zo ging de Voorbode jarenlang zijn gang, terwijl de beroepsgroep hem beschermde zoals een kloosterorde een monnik beschermt die iets te veel visioenen heeft.
3. De val
Toen de waarheid eindelijk naar buiten kwam, was het alsof iemand een raam had opengezet in een kamer die al jaren muf was. De Inspectie kwam. De pers kwam. De tuchtcolleges kwamen.
En de Voorbode viel — niet door een kosmische kracht, maar door papierwerk.
Hij werd veroordeeld, opgesloten, en daarna losgelaten in een wereld die hem niet meer wilde. Hij verhuisde naar Duitsland, waar men hem vriendelijk maar beslist geen BIG‑registratie gaf. Daar leefde hij verder, als een schim, een voetnoot, een man die ooit de toekomst voorspelde en nu niet eens meer een spreekuur had.
4. De mythe van het ‘laten inslapen’
Sommigen fluisterden dat de beroepsgroep hem “had laten inslapen”. Maar dat was slechts een verhaal dat artsen elkaar vertelden bij nachtelijke diensten, wanneer de koffie slap was en de morele vermoeidheid sterk.
In werkelijkheid leefde hij gewoon verder — maar de mythe was mooier dan de waarheid. Zoals altijd.

🌒 Epiloog: De moderne arts die ’s nachts niet meer komt schouwen
In dezelfde wereld, jaren later, ontstond een nieuw type arts: de Nachtweigeraar.
Deze arts had besloten dat de dood, wanneer zij ’s nachts kwam, maar moest wachten tot de ochtend. Hij kwam niet meer schouwen in het donker, want:
– de administratie was te veel,
– de vergoeding te gering,
– de verantwoordelijkheid te groot,
– en de nacht te lang.
Zo gebeurde het dat families naast een overleden dierbare zaten, of lagen terwijl de arts zei: “Het spijt me, maar ik kom morgenochtend. De dood moet zich aan kantooruren houden.”
En de beroepsgroep knikte, want iedereen was moe, en niemand wilde de eerste zijn die zei dat dit eigenlijk niet kon.

5. De ontmoeting
Op een nacht, in een klein dorp, ontmoetten de Voorbode en de Nachtweigeraar elkaar — niet letterlijk, maar in de verbeelding van een oude huisarts die nog wél kwam schouwen.
Hij dacht:
De één voorspelde de dood te vroeg. De ander komt te laat. En ergens daartussen moet de geneeskunde zich bevinden — maar ik weet niet meer precies waar.

🌕 Slotgedachte
In een Belcampo‑wereld is de geneeskunde een toneelstuk waarin artsen soms meer weg hebben van mythologische figuren dan van professionals:
– de Voorbode die de dood aankondigt voordat zij bestaat,
– de Nachtweigeraar die haar pas erkent wanneer de zon opkomt,
– en de gewone arts die ertussenin probeert mens te blijven.

Maar in de echte wereld is het simpel: Jansen Steur leeft, de mythe is mooier dan de waarheid, en de beroepsgroep worstelt nog steeds met de vraag hoe je verantwoordelijkheid neemt zonder elkaar te verliezen.

 

*

R en K voerden onder andere deze teksten in ‘hun’ AI-modellen in en stelden als vraag welke alternatieve scenario’s er waren te bedenken, behalve dat zoals door Boris Bouwman opgesteld: het ligt toch voornamelijk aan de patiënt.

  • Stel je voor dat je zou dúrven denken dat het ook weleens aan de dokters en het ziekenhuis zou kunnen liggen!

Daar is AI bijzonder geschikt voor: bestaande denkpatronen doorbreken en alternatieve narratieven voorstellen. Het is namelijk een ‘a-moreel en schaamteloos’ taalgebeuren; alleen logica en plausible deniability – maar dan ondersteboven, achterstevoren en binnenstebuiten –  gelden.

 

 

 

 

 

Comments are closed.

Copy Protected by Tech Tips's CopyProtect Wordpress Blogs.
error: Content is protected !!