Feed on
Posts
Comments

 

Het fenomeen “doubling down” of “meer van hetzelfde” wordt door Paul Watzlawick beschreven in het boek Het kan anders (oorspronkelijk: Change: Principles of Problem Formation and Problem Resolution), geschreven samen met John Weakland en Richard Fisch.

Waarom dit boek?
In Het kan anders introduceren Watzlawick en collega’s het onderscheid tussen eerste‑orde en tweede‑orde verandering.
Meer van hetzelfde is precies wat zij een mislukte eerste‑orde oplossing noemen: men probeert harder hetzelfde te doen wat al niet werkt.
Het boek laat zien hoe dit mechanisme problemen juist in stand houdt of verergert, en hoe een echte doorbraak vaak een verandering van een ander niveau vereist.

Context binnen Watzlawicks werk
Het idee past binnen zijn bredere communicatietheorie en systeemdenken: problemen blijven bestaan omdat mensen gevangen raken in patronen die ze zelf proberen op te lossen.
Het kan anders is het boek waarin dit mechanisme het meest expliciet en systematisch wordt uitgewerkt.

Kun je dit verschijnsel als ‘cognitieve involutie’ benoemen, parallel aan de agrarische involutie van Clifford Geertz? Men priegelt, naar binnen gericht, steeds meer op de vierkante millimeter, zonder kwaliteitsverbetering te realiseren, of vooruitgang te boeken.

Hoe denkt Ai+ChatGPT hierover?

Ai reageert: Je kunt Watzlawicks “meer‑van‑hetzelfde”-mechanisme inderdaad in de buurt brengen van wat Geertz een “cognitieve involutie” noemt, maar het is geen één‑op‑één begrip. Het wordt pas interessant wanneer je de twee ideeën naast elkaar legt en kijkt waar ze elkaar raken en waar ze juist uit elkaar lopen.

🧩 Waar de twee ideeën elkaar raken

Beide auteurs beschrijven een vorm van toenemende complexiteit die geen echte vooruitgang oplevert.

  • Watzlawick (eerste‑orde verandering) Mensen blijven meer van hetzelfde doen: harder proberen, strenger controleren, meer uitleggen, meer vermijden, meer afdwingen. De structuur van het probleem blijft intact; alleen de intensiteit verandert. Het systeem draait zichzelf vast.
  • Geertz (cognitive involution) In zijn antropologische werk gebruikt Geertz “involution” om te beschrijven hoe een cultuur of praktijk steeds complexer wordt zonder dat er nieuwe niveaus van organisatie of betekenis ontstaan. Het wordt rijker in detail, maar niet rijker in structuur.

Overeenkomst: In beide gevallen ontstaat een verdichting van activiteit binnen dezelfde logica, zonder dat er een sprong naar een ander niveau plaatsvindt.

🔍 Waar ze van elkaar verschillen

Toch beschrijven ze niet precies hetzelfde fenomeen.
Geertz spreekt over collectieve culturele processen (bijv. landbouw, symbolische systemen) die steeds verfijnder worden maar niet transformeren.
Watzlawick richt zich op interactiepatronen en probleemoplossingsstrategieën van individuen en systemen (gezinnen, organisaties).

Kort gezegd: Geertz beschrijft een structurele stagnatie in culturele ontwikkeling, Watzlawick een functionele stagnatie in menselijke probleemoplossing.

Kun je Watzlawicks patroon een “cognitieve involutie” noemen?
Ja — als metafoor werkt het uitstekend:
– Het denken draait rond in dezelfde categorieën.
– De oplossing reproduceert het probleem.
– De complexiteit neemt toe, maar de effectiviteit niet.
– De enige uitweg is een tweede‑orde verandering: een sprong naar een ander kader.

In die zin kun je zeggen dat iemand die “doubling down” doet, cognitief involueert: het systeem wordt rijker in inspanning, maar armer in verandering.

VRAAG van Ai: In welke context zouden jullie dit willen toepassen?

🧭 Watzlawick in de context van een representatieve illiberale democratie

In jouw beschrijving zie je drie elementen die direct aansluiten bij Watzlawick:
Eerste‑orde oplossingen: meer regels, meer procedures, meer communicatie, meer symbolische politiek.
Zelfversterkende patronen: bureaucratie die zichzelf voedt, politieke taal die steeds verder losraakt van feitelijke effectiviteit.
Afwezigheid van tweede‑orde verandering: geen structurele herziening van het systeem, alleen intensivering van wat al niet werkt.
In deze zin lijkt de politiek op een systeem dat niet kan stoppen met zichzelf te herhalen, omdat het geen toegang meer heeft tot een ander niveau van denken of handelen.

🧩 De parallel met Geertz’ “cognitive involution”

Geertz beschrijft involutie als toenemende complexiteit zonder transformatie. Dat past opvallend goed op:
– de groeiende fijnmazigheid van regelgeving,
– de proliferatie van commissies, overlegstructuren, protocollen,
– de steeds verfijndere politieke retoriek die geen nieuwe betekenis produceert.
Het systeem wordt rijker in details, maar armer in richting.

🏛️ Politiek als verdienmodel: een systeemlogische kijk

Wat jij beschrijft — politiek als businessmodel — sluit aan bij systeemtheorie en institutionele economie:
Rent-seeking: actoren creëren complexiteit om waarde te onttrekken zonder waarde te produceren.
Principal-agent-problemen: vertegenwoordigers handelen in eigen belang, niet in dat van burgers.
Institutionele inertie: systemen die te veel belanghebbenden hebben om nog te kunnen veranderen.

In zo’n systeem wordt meer‑van‑hetzelfde niet alleen een fout, maar een rationele strategie voor de actoren binnen het systeem.

🔥 Wat maakt jouw context bijzonder?
De combinatie van:
postmoderne representatie (politiek als performance),
illiberale tendensen (afname van transparantie en tegenmacht),
bureaucratische involutie (complexiteit zonder richting),
politiek als businessmodel (rent-seeking en carrièrelogica),

maakt dat Watzlawicks meer‑van‑hetzelfde niet alleen een psychologisch of interactief patroon is, maar een structureel kenmerk van het systeem zelf.
Het systeem kan niet veranderen omdat verandering de bestaansreden van de actoren bedreigt.

Watzlawick in de context van een representatieve illiberale democratie

In jouw beschrijving zie je drie elementen die direct aansluiten bij Watzlawick:
Eerste‑orde oplossingen: meer regels, meer procedures, meer communicatie, meer symbolische politiek.
Zelfversterkende patronen: bureaucratie die zichzelf voedt, politieke taal die steeds verder losraakt van feitelijke effectiviteit.
Afwezigheid van tweede‑orde verandering: geen structurele herziening van het systeem, alleen intensivering van wat al niet werkt.

In deze zin lijkt de politiek op een systeem dat niet kan stoppen met zichzelf te herhalen, omdat het geen toegang meer heeft tot een ander niveau van denken of handelen.
In zo’n systeem wordt meer‑van‑hetzelfde niet alleen een fout, maar een rationele strategie voor de actoren binnen het systeem.

🧩 De parallel met Geertz’ “cognitive involution”

Geertz beschrijft involutie als toenemende complexiteit zonder transformatie. Dat past opvallend goed op:
– de groeiende fijnmazigheid van regelgeving,
– de proliferatie van commissies, overlegstructuren, protocollen,
– de steeds verfijndere politieke retoriek die geen nieuwe betekenis produceert.
Geertz’ casus van de sawah-landbouw op Java > Het systeem wordt rijker in details, maar armer als het gaat om duidelijke richting en inhoudelijke initiatieven.

🏛️ Politiek als verdienmodel: een systeemlogische kijk

Wat jij beschrijft — politiek als businessmodel — sluit aan bij systeemtheorie en institutionele economie:
Rent-seeking: actoren creëren complexiteit om waarde te onttrekken zonder waarde te produceren.
Principal-agent-problemen: vertegenwoordigers handelen in eigen belang, niet in dat van burgers.
Institutionele inertie: systemen die te veel belanghebbenden hebben om nog te kunnen veranderen.

Kortom: in zo’n systeem wordt meer‑van‑hetzelfde een rationele strategie voor de actoren binnen het systeem.

Wanneer je Watzlawick combineert met systeemtheorieën, ontstaat een beeld van een politiek systeem dat:
meer complexiteit produceert om zichzelf te stabiliseren
– symbolische handelingen inzet om legitimiteit te behouden
– geen toegang meer heeft tot tweede‑orde verandering
– rationeel functioneert binnen zijn eigen prikkelstructuur

Dat maakt jouw intuïtie — dat “meer van hetzelfde” een structureel kenmerk is — theoretisch goed te onderbouwen.

 

Wat Geertz bedoelt met politieke involutie
Politieke involutie
(afgeleid van zijn bredere concept involution) betekent:
– steeds meer complexiteit binnen een gesloten, onveranderlijk kader
– intensivering zonder transformatie
– politieke energie die naar binnen wordt gericht in plaats van naar buiten
– competitie die fijnmaziger, maar niet productiever wordt

In politieke context: 👉 partijen, elites of facties investeren steeds meer in interne rivaliteit, symbolische strijd, rituelen, patronage, maar zonder dat dit leidt tot nieuwe ideeën, nieuwe coalities of nieuwe maatschappelijke verbindingen.

Het systeem draait harder, maar komt nergens.

🕳️ 2. Wat Katz & Mair bedoelen met politics in the void
In Ruling the Void beschrijft Peter Mair hoe:
– partijen hun maatschappelijke worteling verliezen
– politiek professioneel, technocratisch en geprivatiseerd wordt
– burgers zich terugtrekken, terwijl partijen zich naar de staat toe bewegen
– representatie leegloopt: partijen bestaan nog, maar zonder sociaal draagvlak.
Een veel voorkomende verschijnsel dat in zo’n fase optreedt, is politieke kartelvorming om toch nog op iets van een legitieme volksvertegenwoordidging te lijken. Weggestemde partijen (de verliezers) sluiten bondjes, alsof – + – (= een paar keer niets) gelijk aan + (= iets) zou zijn. Kartelpartijen > Katz & Mair.

Kort gezegd: 👉 de politiek blijft institutioneel bestaan, maar zonder inhoudelijke of sociale substantie.

🔄 3. Wanneer gaat involutie over in het “void”?
De overgang, de transformatieve transitie, gebeurt niet op één moment, maar vindt plaats op een drempel waar drie processen samenkomen:

(1) Wanneer interne competitie de externe representatie volledig verdringt
Zolang partijen nog iets van maatschappelijke inbedding hebben, is er sprake van involutie. Maar wanneer alle energie naar interne logica gaat — benoemingen, facties, micro‑strategieën — en geen enkele energie meer naar maatschappelijke articulatie, dan kantelt het.

Drempel: 👉 wanneer interne strijd niet alleen dominant wordt, maar de enige overgebleven functie van het politieke systeem.

(2) Wanneer intensivering niet langer leidt tot stagnatie, maar tot leegte
Involutie = stagnatie door overcomplexiteit. Void = erosie door betekenisverlies.
De overgang vindt plaats wanneer:
– politieke rituelen hun publiek verliezen (de burger gaat niet meer naar de stembus)
– politieke competitie geen maatschappelijke inzet meer heeft
politieke taal niet langer verwijst naar echte belangen of conflicten

Drempel: 👉 wanneer politiek niet alleen ineffectief wordt, maar irrelevant.

De kernformule
Je kunt het zo samenvatten:

Involutie + ontworteling + machtverschuiving = politiek-in-het-luchtledige

Of in woorden:
Politieke involutie wordt “politics in and of the void” wanneer interne intensivering samengaat met het verdwijnen van externe betekenis.

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.

Copy Protected by Tech Tips's CopyProtect Wordpress Blogs.
error: Content is protected !!